Zwarte lijst

zwarte-lijstDe staat New York dreigt maatregelen te nemen tegen vier Nederlandse bedrijven wegens het boycotten van Israël. 

ASN Bank NV, Ingenieursbureau Royal HaskoningDHV, Triodos Bank en Waterbedrijf Vitens NV staan op een vorige week gepubliceerde lijst van dertien bedrijven die zich schuldig zouden maken aan tegen Israël gerichte boycot-, desinvesterings- en sanctieactiviteiten (BDS). Op 15 juni 2016 ondertekende de gouverneur van New York, Andrew Cuomo, een executive order waarin hij bedrijven die Israël – inclusief Israëlische bedrijven die actief zijn op de Westelijke Jordaanoever – boycotten zelf sancties in het vooruitzicht stelt. De gouverneur komt nu met een zwarte lijst. Als de daarin genoemde bedrijven niet binnen 90 dagen bewijzen dat zij zich niet aan boycotacties tegen Israël schuldig maken, zullen zij vanaf dat moment door een volledige boycot van de staat New York getroffen worden.
New York is de eerste staat die deze stap neemt, volgens het CIDI volgen de meeste andere Amerikaanse staten nog. Het CIDI houdt in de gaten welke Nederlandse bedrijven tot BDS-activiteiten overgaan en “zal niet aarzelen deze bedrijven publiekelijk ter verantwoording te roepen en breed aandacht voor hun handelen, ook bij de Amerikaanse autoriteiten, te vragen.” Zo constateerde het CIDI op haar website al dat op de lijst pensioenfonds PGGM ontbreekt, dat in 2014 zijn investeringen uit vijf Israëlische banken terugtrok omdat deze betrokken zijn bij de bouw van nederzettingen. “We gaan onze contacten in New York vragen waarom het PGGM er niet op staat,” vertelt directeur Hanna Luden. “Anders benaderen we het kantoor van de gouverneur zelf.” Het PGGM investeerde nog wel 100 miljoen euro in zo’n honderd andere bedrijven in Israël, liet directeur Peter Borgdorff destijds in Trouw weten.
HaskoningDHV trok zich in 2013 terug uit de voorbereidende fase van het Kidron-afvalwaterzuiveringsproject in Jeruzalem nadat onder meer vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag werd gemeld dat de installatie op bezet gebied zou staan. Haskoning, dat een kantoor heeft in de Israëlische kustplaats Netanya, meldt zich te hebben teruggetrokken omdat voortzetting van deelname aan het project in strijd zou kunnen zijn met internationaal recht. Het bedrijf ontkent met klem dat er sprake is van een Israëlboycot: “Wij zijn pas sinds 5 december bekend met onze plaatsing op de lijst en wij zijn dit nu aan het onderzoeken. Wij betreuren het dat we op deze lijst staan. Royal HaskoningDHV boycot Israël niet en we werken in het land al jaren aan projecten op het gebied van water, milieu en infrastructuur,” laat een woordvoerder aan het NIW weten. Haskoning werkte en werkt in de Joodse staat onder meer mee aan de bouw van een metro in Tel Aviv en een Jordaanwaterproject.

Waterfilters
De ASN Bank NV investeert principieel niet in bedrijven die profiteren van de Israëlische bezetting en trok zich daarom bijvoorbeeld in 2006 terug uit een project met het Franse vervoerbedrijf Veolia, dat meebouwde aan een lightrailway-verbinding tussen Jeruzalem en nederzettingen in bezet gebied. SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf stelde in 2013 vast dat ASN alle Israëlische projecten boycot, wat hij onacceptabel vond van een toen net genationaliseerd bedrijf, en diende er een motie over in. “De ASN Bank boycot geen enkel land,” meldt een woordvoerder ons nu. “Uit de lijsten met goedgekeurde ondernemingen en landen blijkt dat wij in bedrijven beleggen die actief zijn in Israël (Philips, Starbucks en Nike) en in Israëlische ondernemingen, zoals het bedrijf AMIAD dat waterfilters produceert.”

‘Bij investeringen in bezet gebied laten we ons leiden door bescherming van de mensenrechten zoals vastgelegd in de UN Guiding Principles

De Triodos Bank trok in 2011 zijn handen af van de Belgische bank Dexia omdat Dexia Israel Bank had geïnvesteerd in nederzettingen en, na er onder druk van aandeelhouders mee gestopt te zijn, bleef doorgaan met geld lenen aan de gemeente Jeruzalem die volgens Triodos ‘in het hart van bezet gebied’ ligt. Een Triodos-woordvoerder: “We zijn verbaasd dat we op de New Yorkse zwarte lijst staan en willen graag van de gouverneur weten welke criteria gebruikt zijn.
Wij investeren ook in Israël, bijvoorbeeld in het zonne-energiebedrijf Solar Edge. Bij investeringen in bezet gebied laten we ons leiden door bescherming van de mensenrechten zoals vastgelegd in de UN Guiding Principles.”
Vitens beëindigde in 2013 de samenwerking met het Israëlische waterbedrijf Mekorot, een bedrijf dat samenwerkt met de Palestijnen en Jordanië, maar volgens een VN-rapport ook water uit bezet gebied zou oppompen en aan nederzettingen zou leveren. De woordvoerder van Vitens was voor het ter perse gaan van het NIW niet bereikbaar voor commentaar.

2 Comments

  1. Heel goed wat New York doet. Er is ook een lijst van bedrijven met banden met Israel die de anti-Israellobby wil dat je die boycot. Je zou het ook kunnen omdraaien als laten we zeggen een kooplijst van bedrijven waar juist wel gekocht mag worden. Dus boycotlijst wordt kooplijst.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*