Zondagochtendonderwijs op de schop

Twee weken geleden kregen de ouders van kinderen die op zondagochtend Joods onderwijs volgen een brief met de mededeling dat de lessen vanaf 1 januari 2012 verleden tijd zijn. Gevolg: boosheid en verbazing. De tientallen kinderen die op zondagochtend in het Cheider Joodse les krijgen, zullen met ingang van 1 januari op zoek moeten naar andere bronnen. De NIHS meldde twee weken geleden in een brief: ‘Het zondagochtendonderwijs in de huidige vorm kan niet langer worden voortgezet. […] Een belangrijk aspect is de sterk teruglopende belangstelling, waardoor de kosten onevenredig hoog zijn.’ De brief is ondertekend door Ron Eisenmann en Benno van Praag (resp. voorzitter dagelijks bestuur en directeur van de NIHS).

1000 euro
Ron Eisenmann legt uit: „We willen het Joodse onderwijs gaan verbreden en versterken. Er staan nu zo’n 60 kinderen bij het zondagochtendonderwijs ingeschreven. Daarvan komen er wekelijks zo’n 40. De kosten bedragen 40.000 euro per jaar. Dat is zo’n 1000 euro per kind. Je kunt van de NIHS niet eisen dat het er 1000 euro per kind per jaar op toelegt. We denken een goede oplossing te hebben gevonden in het geven van Joodse les als onderdeel van de naschoolse opvang, door de weeks, op Rosj Pina. Daar worden nu gesprekken over gevoerd. Kinderen blijven vanwege werkende ouders toch al langer op school en zo kan dat worden gecombineerd. Overigens, de speel- en leerochtend op zondag wordt voorlopig wel gecontinueerd, evenals de lessen voor kinderen met een achterstand, die uit andere financiële bronnen komen. Ik hoor overigens dat veel ouders blij zijn met dit initiatief. Kinderen die al op de Joodse dagschool zitten, kunnen nu extra worden bijgespijkerd en op zondag kunnen ze met vader en moeder naar het voetbalveld of gaan paardrijden. Echt, het onderwijs zal er beter van worden want zoals het nu werkt is het totaal achterhaald.”

Afgenomen
Vraag is natuurlijk wat te doen met kinderen die niet uit de directe omgeving van Amsterdam en Amstelveen komen en die niet op de Joodse school zitten. Voor veel ouders van die kinderen wordt het een onmogelijke toer om kinderen vanuit verder gelegen locaties door de weeks, na schooltijd, tijdens spitsuur, heen en weer te brengen naar Rosj Pina. Benno van Praag, directeur van de NIHS: „Ik begrijp de onrust en we proberen partijen ook wel bij elkaar te krijgen maar je moet je realiseren dat veel kinderen de afgelopen jaren zijn vertrokken: de LJG is een eigen zondagprogramma begonnen en de PIG nu ook. De groep NIHS-kinderen is de laatste jaren afgenomen.” Maar het ziet er niet naar uit dat een aantal ouders met deze gang van zaken genoegen neemt. Zij zien het Joodse onderwijs als een van de kerntaken van de NIHS. Daarnaast verwijten zij de Gemeente een gebrek aan communicatie. Ronnie Eisenmann: „Ik kan me niet voorstellen dat daarover verontwaardiging heerst. Vorig jaar was al duidelijk dat in de begroting van de NIHS voor het tweede deel van het jaar (januarijuli) geen budget meer was opgenomen. De ouders wisten dus dat het eraan zat te komen, het kán geen verrassing zijn.”

Nietszeggende brieven
Mirjam Filarski-Engelsman, die al achttien jaar kinderen op het Joods onderwijs heeft zitten, is het daar niet mee eens: „Allereerst over dat achterhaalde, hoewel ik het onderwijs in de loop der jaren behoorlijk heb zien veranderen, vindt mijn jongste van twaalf de lessen nog steeds de moeite waard. Ten tweede: welke Joodse ouder pluist de hele jaarrekening van de NIHS uit? Was het niet netjes geweest om eventueel al kenbaar te maken dat die post was geschrapt? Daarnaast is er vanaf begin dit jaar alleen een aantal algemene e-mails uitgestuurd. Op 25 augustus 2011 heeft de afdeling Onderwijs van de NIHS aan de ouders van de leerlingen een programma voor het hele leerjaar 2011/2012 gestuurd, met de mededeling dat er in twee gedeelten betaald moest worden: van september tot en met december 2011 en van januari tot en met juli 2012. Geen woord over stoppen. Er zou worden gezocht naar alternatieven. Die zijn er niet gekomen en daarbij is er geen enkel voorstel naar de ouders uitgegaan, we zijn simpelweg voor een fait accompli gesteld: vanaf 1 januari geen Joodse les meer. Concreet weten we niets meer dan dat. En dit is nota bene een kerntaak van de NIHS. Waar is de Joodse gemeente zonder Joods on- derwijs? Ik snap ook niet dat het rabbinaat dit zomaar laat gebeuren. Het vorige bestuur wenste zich te focussen op de kinderen die níét op een Joodse school zaten. Dit bestuur draait 180 graden: ze kappen ermee; een aanvaardbaar alternatief boeit hen niet. Ze laten een morele verplichting liggen. Onderwijs is essentieel voor het Joodse leven, en die taak wordt nu gewoon afgestoten. Dat vind ik triest. We zullen het heft nu in eigen handen moeten nemen, met dank aan de NIHS. Dan maar zonder de Joodse gemeente.”

Gedwongen
Mirjam Filarski-Engelsman stuurde als reactie op de NIHS-brief een brief naar de ouders waarin ze onder meer stelt: „Noch de ouders, noch de leerlingen zijn door het bestuur van de NIHS betrokken bij het veranderingsproces. Er heeft geen sondering plaatsgehad, geen voorlichting, geen raadpleging of inspraak.” Ze kreeg meteen bijval van ouders en docenten en staat dus niet alleen. Er zijn meer ouders die met deze stap ongelukkig zijn. Ook Brian Abraham die twee dochters op Joodse les heeft. Abraham: „We weten dat er naar oplossingen werd gezocht, maar deze brief gaat duidelijk over opheffing. Ik vraag me af hoe dit besluit tot stand is gekomen.”

Brainstorm
Daarnaast valt het sommige ouders zwaar dat ze nu bijna gedwongen worden om hun kind op een Joodse school te doen als ze willen dat hun kinderen ook Joodse les krijgen. Volgens Ron Eisenmann zijn de Joodse scholen enthousiast over het plan, op die manier valt dat te begrijpen. Verontruste ouders hebben voor aanstaande zondag het bestuur van de NIHS uitgenodigd om te komen praten. Hebben de ouders eventueel een strijdplan? „Laten we eerst eens met z’n allen om de tafel zitten en brainstormen wat voor opties we nu zelf kunnen bedenken. Volgens mij willen de meeste ouders nog altijd zien of er manieren zijn om er toch uit te komen. Na het aansluitende overleg met de NIHS kunnen we ons standpunt verder bepalen.”