Daar is Woody weer

woodyVoor hele generaties is hij de personificatie van de intellectuele, neurotische, maar toch vooral Joodse New Yorker. Fans van Woody Allen kunnen deze zomer hun hart ophalen bij een nieuwe zwarte komedie en een uitgebreid retrospectief in EYE.

Je houdt van hem of je haat hem,” zegt een collega over Abe Lucas, hoofdpersoon in Woody Allens nieuwste komedie, Irrational Man. We volgen de existentiële crisis van een depressieve, alcoholistische hoogleraar filosofie (Joaquin Phoenix), die grossiert in typisch Alleneske oneliners: „Ik wanhopig? Wat een troostende gedachte zou dat zijn.” Of: „Ik kon me de zin van het leven niet meer herinneren. En toen dat toch lukte, was het niet erg overtuigend.” Maar alles verandert voor Abe wanneer hij verliefd wordt op een jonge studente, gespeeld door Allens nieuwe muze Emma Stone (Magic in the Moonlight). In plaats van Kant, Sartre en Heidegger van achter zijn bureau te bestuderen wordt Abe een man van de daad en beraamt een moord. Al speelt Allen nog maar zelden in zijn films, je kunt in bijna al zijn personages wel iets terugvinden van zijn alter ego, dat na vijf decennia onderdeel is geworden van het collectief filmgeheugen: de getormenteerde intellectueel, worstelend met de wereld, met de liefde, maar vooral met zichzelf. Kernwoorden: zelfspot, seksuele frustratie, smetvrees, en niet in de laatste plaats, een overheersende moeder. Het is niet overdreven te zeggen dat Allen hiermee het stereotype van de Joodse Amerikaan voor een belangrijk deel heeft vormgegeven. Een stereotype dat we terugzien in series als Seinfeld en Curb Your Enthousiasm, maar bijvoorbeeld ook in recente films van Noah Baumbach (Frances Ha, While We’re Young). Met zijn ironisch getoonzette schildering van artistiek New York wordt Baumbach zelfs al ‘de nieuwe Woody Allen’ genoemd. Een beetje voorbarig, aangezien de ‘oude’ Woody Allen nog volop actief is.

Productief 
Sterker nog, er zijn weinig regisseurs/ scenarioschrijvers zo productief als good old Woody. Traditiegetrouw levert hij ieder jaar een nieuwe film af. Een regelmaat waar je de klok op gelijk kunt zetten, als ware het de zwartepietendiscussie of de Elfstedenkoorts. Dit heeft geresulteerd in een imposant oeuvre. De bijna 80-jarige filmmaker debuteerde in 1961 als stand-up comedian, waarna hij een aantal succesvolle Broadwaystukken schreef. Ook zette hij begin jaren 60 zijn eerste stappen in de filmwereld. Toen acteur Peter Sellers alle lof kreeg voor grappen in de door Allen geschreven comedy What’s New Pussycat, besloot Allen voortaan zijn eigen films te maken, als schrijver, regisseur én hoofdrolspeler. Inmiddels heeft hij 45 films geregisseerd. De hele zomer toont filmmuseum EYE in Amsterdam een retrospectief van Allens beste komedies. Maar liefst 29 staan er geprogrammeerd, met daartussen klassiekers als Annie Hall (1977), Manhattan (1979) en Hannah and her Sisters (1986), maar ook de recente odes aan Europese steden als Vicky Christina Barcelona (2008) en Midnight in Paris (2011). Behalve hoogtepunten uit Allens eigen carrière toont EYE inspiratiebronnen als The Marx Brothers, twee documentaires over de cineast, films van anderen waarin hij speelt en speciale programma’s rond Allens voorliefde voor jazz, psychoanalyse en New York. Allen was trouwens in 2012 vastbesloten een film op te nemen in ons eigen Mokum, maar dat plan strandde toen de Gemeente Amsterdam niet bereid bleek de benodigde 14 miljoen euro op te hoesten. Een jammerlijk gemiste kans, want met Woody is het net als met Abe Lucas, de professor uit zijn laatste film: je houdt van hem of je haat hem. En wij houden van hem. Schrale troost: met dit retrospectief ter ere van zijn tachtigste verjaardag wordt hij toch een beetje onderdeel van Amsterdam.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*