Waardeloos Boekje

Deze week werd de Joodse gemeenschap van Rotterdam opgeschrikt door een opzienbarend boekje Een hart en een haven, 14 mei van niemand minder dan Willem Otterspeer, hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. De hoogleraar is als biograaf van Willem Frederik Hermans niet geheel onomstreden. Omstreden is ook de inhoud van dit essay-achtig werkje over het bombardement van Rotterdam, dat ter gelegenheid van de herdenking op 14 mei gratis wordt verspreid onder Rotterdammers in een oplage van 22.000 stuks. Op het eerste gezicht lijkt het uitdelen van een gratis, geschiedkundig boekje een nobel initiatief. Het wordt dan ook gefinancierd door de Rotterdamse Rotary en president-Rotarian en notabele uit de Rotterdamse Joodse Gemeenschap Simon Cohen, was een van supporters van het project. Totdat de inhoud diverse andere Joodse Rotterdammers onder ogen kwam. Sans gêne koppelt Otterspeer in de warrige, bijna niet te volgen tekst het bombardement van Rotterdam aan de huidige Midden-Oostenpolitiek en geeft de staat Israël er stevig van langs. Een quote die begint met een omschrijving van Yad Vashem en dan: „Voor zover geïnspireerd door het zionisme heeft de staat Israël zich het monopolie op de herdenking van de Shoa toegeëigend en heeft het die herdenking in dienst geplaatst van een politiek die een land zonder volk ter beschikking stelt van een volk zonder land, dat wil zeggen die een direct verband legt tussen de Shoa en het recht op heel Palestina, inclusief wat wij nu de West Bank noemen. Zo leidde de herinnering van een grote tragedie tot de schepping van een andere tragedie, zo betreedt men in Yad Vashem niet alleen een plek van herinnering maar tegelijk een plek van politiek. Wat de Joden insluit, sluit de Palestijnen uit.” Aansluitend citeert Otterspeer de Israëlische schrijver Yehuda Elkana, die volgens de hoogleraar de heldere conclusie trok dat Europa mocht herdenken, maar Israël moest, ten behoeve van zijn toekomst, leren te vergeten. Wat de Groot-Israëlgedachte van doen zou kunnen hebben met het bombardement op Rotterdam blijft volledig onduidelijk. Het boekje, uitgegeven door de Stichting Herdenking 14 mei 1940, gaat vlak voor de bovenstaande gewraakte passage op pagina 13 vooral over hoe bewonderenswaardig de Duitsers omgaan met hun WOII-verleden, waardoor de schoffering van zowel Yad Vashem als Israël nog wranger wordt. Micha Gelber, voorzitter van Stichting Loods 24 en vooraanstaand lid van de Joodse gemeenschap, heeft voor het werkje in ieder geval geen goed woord over. „De inhoud van deze pagina is niet alleen feitelijk onjuist, het is ook absoluut ongepast om dit op deze manier te publiceren. Dit boekje hoort te gaan over 14 mei. Het herdenken van de Shoa en het conflict met de Palestijnen hoort in dit boekje helemaal niet thuis. Je kunt het bombardement nu eenmaal niet linken met die discussie. Dat is verwerpelijk en de Rotary distantieert zich naar ik heb begrepen inmiddels ook van de publicatie.” Ronny Naftaniël van het CIDI heeft het boekje inmiddels ook kunnen beoordelen: „Dit gaat niet alleen over 14 mei, maar ook over persoonlijke wrok van de schrijver. Verder is het boekje waardeloos, zou eigenlijk zo min mogelijk aandacht moeten krijgen. Ik begrijp niet waarom er zoveel geld is uitgegeven aan de publicatie van de persoonlijke mening van deze man. Ik kan me voorstellen dat de Rotary het geld wel beter had kunnen besteden, bijvoorbeeld aan arme mensen in Rotterdam, die het echt nodig hebben.”

1 Reactie

  1. Wat een onzin.

    Wij, hier in Israel herdenken de Shoa als volk. Europeanen herdenken de Shoa als “edah” oftewel als Nederlandse, Poolse, Hungaarse Jood. Dat wij, joden, ons verbonden voelen met geheel Israel, Gaza en de Westbank heeft te maken met de Joodse geschiedenis hier, en niet met de Shoa. Net zoals Friezen zich verbonden voelen met Friesland vanwege hun historische, biologische bonde met de friese stammen vanuit de tijden van de Romeinen.

    Het idee dat wij Israeliers onze geschiedenis moeten vergeten, is totale idioterie. Ik zie U al eisen van de Amerikanen dat ze “The Alamo” zullen vergeten. Maar ja, een van de beginselen van het antisemitisme (eigenlijk de haat voor anderen) is het delegaliseren van de Joden onder andere door de Joden het recht te ontnemen op hun geschiedenis.

    Het Palesteinse volk is een fictie, onstaan door de wil van de Moslim wereld om alles op alles te zeten om geen niet islamitische eenheid in de “Umma” (van Maroco tot de Philipijnen) toe te laten. 80% van deze palestijnen zijn afkomstig van vooruoders die vanaf (pakweg) 1890 uit Egypte, Syrie en andere omringende landen, die toen een onderdeel van het Ottomaanse rijk waren, naar het toenmalige Palestina vertrokken, aangetrokken door de economische bloei onstaan door de investeringen van o.a. Roptshild, Montifiori en Jopodse organisaties uit de hele wereld. Ook het fijd dat cvan 1948 tot 1967 er geen enkele wil bij de zogenaamde Palestijnen was om zelfstandig te worden. In andere woorden: Zichzelf als volk te zien. Toen hadden ze alle kans onder Jordaans beheer. Nee, deze trend is begonnen in 1967 om Israel tegen te gaan. Dat is de datum van de geboorte van het Palestijnse volk.

    Dit alles heeft niets te maken met het bombardement van Rotterdam, maar alles met antisemitisme. Of in hedendaagse termen antiisraelisme. Eem groeiende tak inde mentaliteit van Nederland, de Nederlander.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.