Vroom & Vrij

Masorti, Hebreeuws voor ‘traditioneel’, is de naam van een Joodse beweging die wereldwijd veel aanhang heeft. Masorti zit ergens tussen orthodox en liberaal in. Klinkt ideaal, maar waarom horen we er zo weinig over in Nederland?

Als reactie op de emancipatie van de Europese Joden ontstonden begin 19e eeuw aan de ene kant de orthodoxie, die zich vasthield aan de – onveranderlijke – halacha, en aan de andere kant het Reformjodendom dat de halacha juist niet meer als bindend wilde zien. De ‘Conservative’ beweging, zoals het lange tijd geheten heeft, vond zijn oorsprong halverwege de 19e eeuw met het werk van Zecharia Frankel, hoofd van het seminarium van Breslau. In zijn benadering, het historisch jodendom, wilde hij het doen van (wetenschappelijk) onderzoek, combineren met het volgen van de halacha. Het werk van Frankel werd voortgezet door rabbijn Solomon Schechter, die via de Universiteit van Cambridge terechtkwam op het Jewish Theological Seminary in New York. Hij werd daar de grondlegger van de Amerikaanse Conservativebeweging. De naam ‘Conservative’ wordt in de Verenigde Staten nog wel gehanteerd, maar is in de rest van de wereld vervangen door ‘masorti’ omdat de associatie van het woord ‘conservative’ met politieke overtuigingen te sterk is.

Verschil met andere stromingen
Het meest kenmerkende principe van het masorti jodendom is de relatie die het heeft met wetenschap en kennis. Masorti vindt dat kennis en resultaten van onderzoek niet genegeerd kunnen worden (zoals bij de orthodoxie), maar juist gebruikt moeten worden om de traditie beter te begrijpen. De masortibeweging vind dat traditie en halacha op zo’n manier geïnterpreteerd moeten worden dat het die kennis niet tegenspreekt. Een voorbeeld: de Tora is niet letterlijk aan Mosjé op Sinaï gegeven. De wetenschap heeft laten zien dat het boek een geschiedenis heeft. Het verhaal is een metafoor, maar wel een die laat zien dat de Tora goddelijk is en dat de geboden wel degelijk Gods wil zijn.

Gebruiken
Deze benadering zorgt er ook voor dat er op het oog weleens verschillen willen zijn in de minhagiem (gebruiken) van de verschillende gemeenschappen. Die verschillen gaan vooral over de rol van vrouwen. Sommige gemeenten zijn egalitair, dat wil zeggen dat alle leden, man of vrouw, gelijkwaardig zijn. Anderen zijn niet te onderscheiden van orthodoxe sjoels, waar mannen en vrouwen apart zitten. Dit lijkt een wezenlijk verschil maar komt voort uit de historische benadering van het jodendom. Zoals er gebruiken zijn die ooit gewoon waren maar nu niet meer, bijvoorbeeld het brengen van offers of polygamie, zo kent het jodendom vandaag de dag tradities die niet altijd onderdeel van het jodendom waren, bijvoorbeeld bar mitswa’s, of de jaartijd. Gebruiken zijn dus veranderlijk. Onder de huidige sociale omstandigheden doen vrouwen mee, zo is de gedachte. Een gemeente kan daar dus voor kiezen.

Lees meer in NIW 24