Vrijwilligers redden erfgoed

Een stichting van gedreven vrijwilligers zorgt op eigen initiatief voor de redding van een in verval geraakte Joodse begraafplaats.

De hele buurt heeft ingestemd zonder enige vorm van protest, alhoewel bij sommigen de muur een beetje op hun terrein komt te staan. Dat is toch bijzonder,” vertelt Ben van den Nieboer (71), vice-voorzitter van de Stichting Onderhoud Joodse begraafplaats Gemeente Hengelo. Hij is een van de initiatiefnemers van de restauratie van de Hengelose begraafplaats aan de Dennenbosweg, waarvan het de bedoeling is dat die medio september van start gaat. De stichting is speciaal opgericht om de restauratie vorm te geven. Bij die voorgenomen renovatie worden onder meer herstelwerkzaamheden verricht aan het poortgebouw, het metaheerhuis (washuisje), graven, grafzerken en smeedijzeren hekwerken. Daarnaast wordt circa 150 meter scheidingsmuur hersteld of geheel vervangen door metselwerk. Vooral dat laatste is ingrijpend voor buurtbewoners wiens erf grenst aan de de begraafplaats.

 

De oud-zeevarende Van den Nieboer vertelt dat 81 graven – er liggen 380 voornamelijk Hengelose Joden begraven – moeten worden gerestaureerd: „Aannemersbedrijf De Jong Bouw gaat het karwei uitvoeren. Dat is gespecialiseerd in renovatie, dus daar hebben we het volste vertrouwen in. De Overijsselse gemeente Hengelo verzorgt de laatste jaren de begraafplaats, en verder kunnen we op een enthousiaste groep vrijwilligers rekenen.” Na de Tweede Wereldoorlog is de Hengelose Joodse gemeenschap vrijwel verdwenen, mede daardoor ging het onderhoud van de begraafplaats, die sinds 1775 in gebruik is, snel achteruit. „Het klein onderhoud wordt door vrijwilligers gedaan, de gemeente Hengelo verzorgt het meest noodzakelijke groenonderhoud. Om de begraafplaats te behouden is restauratie en het opzetten van structureel beheer beslist noodzakelijk. De Heidemij zorgt bij de komende renovatie voor de logistieke ondersteuning in de vorm van het opzetten en begeleiden van een plan van aanpak,” aldus Ben van den Nieboer met verwijzing naar deze bekende non-profitorganisatie.

Geïnspireerd

Rabbijn Eli Philipson van de orthodox-Joodse gemeente Twente (waar Hengelo onder ressorteert) vertelt dat hij toezichthouder is van veertig begraafplaatsen in de regio Twente en een deel van de Gelderse Achterhoek. Philipson: „In mijn contacten over de renovatie van de Hengelose begraafplaats ben ik vooral geïnspireerd door gesprekken met de wethouder.” Maar er moet natuurlijk wel geld komen om het een en ander te realiseren. „Wij zoeken voornamelijk sponsoren binnen het bedrijfsleven en de overheid,” vertelt Philipson. „Voor de algehele operatie is 160.000 euro nodig. Inmiddels is 50.000 euro toegezegd door de provincie, de Heidemij doet er 14.000 euro bij. Van de technische organisatie en dat soort zaken weet ik weinig af.” Lachend: „Ik bemoei mij weliswaar overal mee, maar ik doe niets.” Dat de verhouding met de lokale bevolking goed is blijkt wel uit het feit dat er geen gebrek aan vrijwilligers is en van deze mensen is het onderhoud van de begraafplaats toch wel afhankelijk. Er komt nog een inzamelingsactie van de grond, onder andere via de verkoop van een boekje over de geschiedenis van de begraafplaats. Philipson: „Vaak is het zo dat – zeker met de bezuinigingen die worden doorgevoerd – het onderhoud bij de lokale overheid niet boven aan de budgettaire planning staat, dan zijn er gelukkig vrijwilligers.” Op de begraafplaats ligt onder andere Fré Cohen, die tijdens de oorlog in de onderduik werd verraden waarna ze zelfmoord pleegde. Vanaf 1933 maakte Fré illustraties voor Het Nieuw Israelietisch Weekblad. Zij was destijds een bekend kunstenares. In Joods Hengelo is voltooid verleden tijd schrijft de auteur Jan Ankoné: ‘De Joodse gemeenschap in Hengelo is zo goed als uitgestorven. Het klinkt cru, maar het is wel de realiteit.’ Rabbijn E. Philipson: „De laatste Jood die hier werd begraven was Jacques Zilverberg, dat was in augustus 2002. Philipson vertelt dat de Hengelose begraafplaats weliswaar onder monumentenzorg valt, maar dat er naar verwachting nog steeds begrafenisplechtigheden zullen plaatsvinden. Of er na de renovatie een officiële openingsplechtigheid komt, is nog niet duidelijk. Philipson: „Het zal nog wel een paar jaar duren eer we zover zijn en dan zien we wel.”