Vrij om te besnijden

In Duitsland is na een rechterlijke uitspraak besnijdenis feitelijk illegaal geworden. Kan dat in Nederland ook gebeuren?

Het zou weleens de aanleiding kunnen zijn voor het oplaaien van de discussie rondom de briet mila, in 2010 opgestart toen de KNMG liet weten dat besnijdenis op religieuze gronden ontmoedigd moet worden: vorige week deed een Duitse rechter uitspraak in een zaak waarin een arts vervolgd werd voor mishandeling omdat hij een vierjarig jongetje op verzoek van zijn islamitische ouders had besneden. Na een paar dagen kreeg het jongetje last van bloedingen. De ouders namen hem mee naar het ziekenhuis en de autoriteiten deden aangifte van mishandeling. De arts werd in eerste instantie vrijgesproken omdat de ouders toestemming hadden gegeven voor de ingreep. In hoger beroep bepaalde de rechter dat wel degelijk sprake was van zware mishandeling. De arts werd niet veroordeeld omdat hij niet wist dat wat hij deed niet mocht. Er was een onduidelijke situatie over de legaliteit van besnijdenis op religieuze gronden. Met deze uitspraak lijkt in Duitsland die onduidelijkheid nu verdwenen: besnijdenis is daar feitelijk illegaal geworden. In Nederland werd uit Joodse en moslimkring geschokt gereageerd op het vonnis van de Duitse rechter.

Bart Bouter, advocaat bij Janssens Den Boef Advocaten te Houten, reageerde op de uitspraak met een artikel in het Reformatorisch Dagblad. Volgens hem is het strafbaar stellen van besnijdenis op religieuze gronden een ontoelaatbare beperking van de godsdienstvrijheid. 

Nederland

Bouter acht de kans dat in Nederland iets vergelijkbaars gebeurt niet erg groot. „Ik kan me niet direct voorstellen dat een arts die een besnijdenis uitvoert strafrechtelijk wordt vervolgd, tenzij de arts geen toestemming heeft van ouders. Ook als aangifte van mishandeling gedaan wordt, zal de politie of het Openbaar Ministerie niet snel tot actie overgaan omdat het een gevoelig onderwerp is. Maar er is wel een andere weg: via de politiek. De KNMG kan pleiten voor een verbod op besnijdenis op religieuze gronden. Ook kan worden gelobbyd bij politici om besnijdenis op de agenda te zetten en om met wetgeving te komen. Maar als dat gebeurt zullen ook de belangenbehartigers van Joden en moslims zich ermee gaan bemoeien en gaan lobbyen.”

Volgens Bouter is het van belang dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uitspreekt over dit soort wezenlijke vraagstukken. „Maar dat zou dan waarschijnlijk een nieuwe zaak betreffen. Om dat te laten gebeuren moet iemand zich als het ware als proefkonijn opstellen en alle juridische instanties in eigen land doorlopen. De eerste vraag voor het Europees Hof is dan of besnijdenis valt onder de vrijheid van godsdienst.” Die vrijheid is onder meer vastgelegd in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin staat dat eenieder het recht heeft ‘zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften’. Daar zou besnijdenis onder vallen.

 

Lees de rest van het artikel in NIW #39

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*