Voorbeeldvrouw in de voorhoede

De 10-jarige Madlenka in Zwitserland
De 10-jarige Madlenka in Zwitserland
De 10-jarige Madlenka in Zwitserland

‘Het idee dat een geboren Tsjechoslowaakse op een dag de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten zou worden, was ooit ondenkbaar,’ schrijft Madeleine Albright in haar autobiografie Madam Secretary. Er is wel meer in het leven van Albright dat ondenkbaar was. En toch gebeurde het.

Niet lang geleden haalde Albright zich de woede van velen op de hals, omdat ze zei dat ‘er een speciaal plekje in de hel is voor vrouwen die elkaar niet helpen’. Ze maakte de opmerking op een campagnebijeenkomst in New Hampshire, om vrouwen aan te sporen op Hillary Clinton te stemmen. Een vrouwelijke opperbaas van de Verenigde Staten zou pas echt een revolutie betekenen, vindt ze. De opmerking ging viral. Tot haar verrassing, want Albright sprak deze woorden 25 jaar geleden al voor het eerst uit, en duizenden keren sindsdien. Ze maakte excuses in de The New York Times, maar schreef ook: ‘Ik geloof dat vrouwen elkaar moeten helpen. In een maatschappij waarin vrouwen vaak druk voelen elkaar naar beneden te halen, ligt de verlossing in onze bereidheid om elkaar omhoog te helpen.’

Ambitie
Op 15 mei 1937 wordt in Praag Marie Jana Korbel geboren. Ze wordt liefkozend Madlenka genoemd. Haar vader, Josef Korbel, is een overtuigd democraat in wat op dat moment de enige goed functionerende democratie in Midden-Europa is. In 1939 verhuist het gezin naar Londen, waar haar vader voor de regering in ballingschap werkt. Na de oorlog keren ze terug naar Tsjechoslowakije, maar als de communisten in 1948 het land overnemen vluchten de Korbels naar de Verenigde Staten.
Madeleine, zoals ze vanaf dan heet, is een serieus kind dat zich op de middelbare school sociaal onhandig en onbeholpen voelt, maar wel een uitmuntende leerling is. Ze kiest voor het all girls college Wellesley, waar ze politicologie studeert. ‘Alle belangrijke functies werden door vrouwen vervuld. Wij waren de voorzitters van de studentenraad, de redacteuren van de krant, de aanvoerders van het atletiekteam en de sprekers bij de diploma-uitreiking.’ Toch schrijft ze ook: ‘Ik bereidde me voor op een loopbaan in de journalistiek of de diplomatie, terwijl ik ook graag zo snel mogelijk wilde trouwen met de volmaakte partner. De gedachte dat deze twee ambities met elkaar in strijd konden zijn, kwam niet bij me op.’ Een partner vindt ze in journalist Joe Albright. Daarmee wordt ook meteen het carrièrepad van journalist voor haar afgesloten. Albright komt uit een ‘krantenfamilie’ en men vindt dat een vrouw niet voor dezelfde krant als haar echtgenoot kan werken, maar ook niet met hem kan concurreren door voor een andere krant te schrijven.
Madeleine krijgt drie kinderen met Joe maar blijft zich ontwikkelen. Ze leert Russisch, doet een postdoctorale opleiding internationale betrekkingen en politiek vrijwilligerswerk, onder meer bij de campagne voor senator Muskie. Tussen de bedrijven door promoveert ze. ‘Bijna drie jaar lang stond ik elke ochtend om half vijf op, maakte een kop koffie voor mezelf, ging naar de tweede verdieping van ons huis en schreef.’
Pas op 39-jarige leeftijd krijgt ze haar eerste betaalde voltijdbaan, als assistent van senator Muskie. Ze maakt de overstap naar het Witte Huis als ze in 1976 voor de National Security Council gaat werken. In 1993 benoemt Bill Clinton haar als ambassadeur van de VS in de VN en eind januari 1997 wordt Albright als eerste vrouw minister van Buitenlandse Zaken, tot dan toe de hoogste positie ooit door een vrouw bekleed in de regering van de VS.

Ontdekking
Een week na haar benoeming opent de Washington Post met de kop: ‘Albrights familietragedie komt aan het licht’. In het artikel onthult journalist Michael Dobbs dat drie van Albrights grootouders Joodse slachtoff ers van de Sjoa waren. Ze is dan al in de zestig en heeft geen idee van dit deel van haar familiegeschiedenis. Het moeilijkste vindt ze dat haar ouders (die dan al overleden zijn) haar hier niets over hebben verteld. Toen ze na de oorlog terugkwamen in Tsjechoslowakije hadden haar ouders gezegd dat haar grootouders overleden waren. Oude mensen gaan dood, had de kleine Madlenka gedacht. Madeleines broer en zus gaan naar aanleiding van de onthullingen zelf op onderzoek in Tsjechoslowakije. Meer dan tien van hun familieleden blijken slachtoffer van het naziregime te zijn geweest. Albright bezoekt later dat jaar de Pinkas-synagoge in Praag, waar de namen van haar grootouders op de muur staan tussen die van de 77-duizend andere slachtoffers. Vanaf dat moment vragen mensen haar of ze nu ook als Jodin zal gaan leven. ‘Ik ben opgegroeid en word oud als christen… het is moeilijk om een geloof af te leren,’ zei ze daarop. Maar ze zegt ook trots te zijn dat ze nu haar achtergrond kent. ‘Ik voel me nu nog rijker, dankzij de wetenschap dat ik deel uitmaak van een dapper volk dat heeft overleefd en gefloreerd ondanks eeuwen van vervolging.’

Midden-Oosten
Zowel in haar werk als diplomaat als in dat van minister probeert Albright Israëli’s en Palestijnen nader tot elkaar te brengen. Ze leerde Yitschak Rabin en zijn vrouw Leah kennen toen hij ambassadeur in de VS was en zijn dood raakte haar diep. ‘Zelden heeft een kogel zoveel vernietigd,’ schrijft ze in haar memoires. Jarenlang is ze nauw betrokken bij onderhandelingen om de Oslo-akkoorden handen en voeten te geven, wat, zoals bekend, nauwelijks wilde vlotten. Ze noemde Netanyahu ‘zowel ontwapenend als een beetje onoprecht’, en ook Arafat kreeg ervan langs. ‘Opeens moest Arafat zich zorgen maken over riolen,  telefoonrekeningen, de uitgifte van rijbewijzen, en moest hij omgaan met een parlement en een betrekkelijk vrije pers. Spoedig werd duidelijk dat Arafat niet zo geschikt was voor die functie.’ De onderhandelingen duurden lang en waren vaak vruchteloos. ‘Ik vroeg me soms wel af hoe het mogelijk was dat zoveel intelligente mensen zoveel konden praten zonder iets nieuws te zeggen.’ Later schrijft ze: ‘Ik denk dat vrouwen doen wat absoluut noodzakelijk is in de  diplomatie: proberen in de schoenen van de ander te gaan staan.’

Feminisme
Gedurende haar hele carrière zet Albright zich in om het leven van vrouwen en meisjes te verbeteren. In 1961, pas getrouwd, schrijft ze al: ‘Ik wil een oplossing vinden en ik vind nog steeds dat het op de een of andere manier mogelijk moet zijn om een verantwoordelijke moeder en een goede echtgenote te zijn en tegelijkertijd een intellectueel bevredigende baan te hebben.’ Veertig jaar later is ze verbaasd over hoe relevant deze woorden nog steeds zijn. Een bevredigende baan krijgt ze, maar niet zonder slag of stoot. ‘Wat ik ook aan het doen was, ik had altijd het gevoel dat ik iets anders moest doen. Ik had hetzelfde probleem als veel andere vrouwen: ik voelde me schuldig’.
In haar termijn als minister zijn vrouwenrechten een belangrijk onderdeel van het buitenlandbeleid. ‘Een van de kerndoelen van de VS was het bevorderen van de democratie, maar democratie was niet mogelijk wanneer vrouwen als tweederangsburgers werden behandeld of het slachtoffer waren van discriminatie of misbruik.’ Bij de VN bracht ze een groep van permanente vrouwelijke vertegenwoordigers bijeen. Later riep ze elk jaar tijdens de algemene vergadering van de VN de vrouwelijke ministers van Buitenlandse Zaken bij elkaar. ‘Of we nu uit Afrika, Europa, Latijns-Amerika of van elders kwamen, onze ervaringen waren in veel opzichten hetzelfde. We moesten naar het leek twee keer zo hard werken om serieus genomen te worden, en drie keer zo hard om onze agenda’s echt door te zetten.’
Een paar jaar geleden, niet lang nadat Hillary Clinton Condoleezza Rice opvolgde als minister van Buitenlandse Zaken, vroeg een van Albrights kleindochters: ‘Wat is er nou zo bijzonder aan dat oma Maddy minister van Buitenlandse Zaken was? Ik dacht dat alleen meisjes dat werden.’

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*