Verzoening

Burgemeester Roel Augusteijn en wethouder Rini van de Ven van het Brabantse dorpje Geffen besloten vorige week onder druk van Joodse organisaties om toch maar geen namen van zowel Joden als Duitsers op een oorlogsmonument te plaatsen. De namen werden vervangen door een andere tekst die de kern van het gebrek aan historisch inzicht nog steeds pregnant in beeld brengt: ‘Dit is een monument van verzoening ter nagedachtenis aan alle slachtoffers van oorlogsgeweld’.

Als Roel en Rini ook maar een beetje de bedoeling hadden om postuum verzoening te proclameren tussen dode slachtoffers en dode daders van de naziterreur – en daar heeft het gezien het eerdere plan toch alle schijn van – dan is dat verwerpelijk. Niemand van ons is in de positie om dat te doen. Extra scherp gesteld: ook wij niet, de kinderen en kleinkinderen van de slachtoffers, maar zelfs niet de overlevenden zelf. Waarom niet? Het antwoord wordt door Simon Wiesenthal gegeven in zijn boek The Sunflower. Daarin beschrijft hij hoe hij tijdens de oorlog in een concentratiekamp in gesprek raakt met een stervende SS-er die vraagt of Wiesenthal hem vergeving wil schenken voor zijn gruweldaden jegens Joden. Wiesenthal weigert dat te doen. Zijn hele leven bleef Wiesenthal worstelen met de vraag of hij daarmee juist had gehandeld, maar uiteindelijk concludeerde hij steeds weer: „Ik was niet in de positie om hem uit naam van andere mensen te vergeven.”

Overlevenden en nabestaanden kunnen voor zichzelf kiezen voor verzoening met daders. Nederlanders en Duitsers hebben er al decennia geleden voor gekozen om zich met elkaar te verzoenen. Maar dat is iets fundamenteel anders dan verzoening proclameren namens vermoorde slachtoffers. „Heel jammer dat anno 2012 de tijd hiervoor niet rijp is. Wij hadden gehoopt dat dit een handreiking zou zijn,” verklaarde wethouder Rini nadat de namen gedwongen van het monument waren verdwenen.
Alles wijst erop dat Rini het loodzware oorlogsverleden een stukje lichter wil maken. Zijn ‘handreiking’ betekent feitelijk dat slachtoffers van de Shoa opgaan in een abstracte brei. Rini vervult daarbij de rol van zelfbenoemde vredesstichter die wordt belemmerd door protesterende Joden die weigeren namens hun voorouders te kiezen voor verzoening. Daarmee doet Rini een immoreel verzoek. En hij heeft het zelf niet eens door.

2 Reacties

  1. Dat verhaal van verzoening komt me wel bekend voor.
    In Venlo waar ik opgroeide in de 50-er en 60-er jaren hadden ze ook een soort gelijk idee om ALLE Venlonaren die in WWII “gevallen” waren in een boek te herdenken.
    Nadat de Joodse gemeente bezwaar aantekende tegen het feit dat Shoah slachtoffers samen met SS-soldaten werden genoemd, werd een papiertje over de lijst van dode SS-soldaten gelegd. Wie wilde, kon het papiertje optillen en zo toch de lijst doorlezen……

    Online (Dodenboek; “Oorlogsdoden Venlo 1940-1949
    Welkom op de site over de oorlogsdoden van en in de Gemeente Venlo”) heeft de gemeente Venlo er nu helemaal een potje van gemaakt door eveneens alle Duitsers op te nemen in de lijst onder de rubriek: “Duitse militairen en Duitse Venlonaren in Venlo of elders gesneuveld of omgekomen 1940-1943, 1945”.
    http://historie.venlo.nl/default.asp.
    Lange leve de historie……..

  2. Hoevaak hoor je als Jood niet : ‘waarom hebben jullie het toch zo vaak over die oorlog’ of ‘ nou moet je maar ‘ns ophouden over die oorlog, het is zo lang geleden’ . De goyim die zich dit permitteert te zeggen heeft niet door dat niet zij uitmaken of het al zo lang is geleden. Of wanneer het tijd is voor verzoening. Wat mij betreft nooit. En diegene die zich afvraagt waarom, heeft het empathisch vermogen van een ledlampje.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.