Verzet tegen Natiestaatwet groeit

De in juli door de Knesset aangenomen Natiestaatwet verdeelt de Israëlische samenleving als zelden tevoren. Waar het parlement premier Netanyahu’s paradepaardje in meerderheid steunde, gaan tegenstanders massaal de straat op. De vraag is nu: wat doet het Hooggerechtshof?

Het moet de Arabische minderheid (20 procent van de bevolking) in Israël zijn opgevallen: niet voor hen maar voor de 150.000 druzen trokken tienduizenden Joodse Israëli’s zaterdag de straat op. En dat terwijl toch vooral de Arabieren hun positie in gevaar gebracht zien worden door de Natiestaatwet die op 19 juli door de Knesset werd aangenomen. Woedende Arabische leden van het parlement in Jeruzalem en linkse Israëlische activisten zien de wet als een bevestiging van wat zij beschouwen als de rol van niet-Joden als ‘tweederangsburgers’ in een ‘apartheidsstaat’. Veel Joden in de diaspora zijn bang dat de Natiestaatwet tegenstanders van Israël, bijvoorbeeld de BDS-beweging, extra munitie zal geven. Is dit terecht?

Eigenlijk niet. In de Natiestaatwet staat weinig dat niet allang praktijk is in Israël. Al in de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948 is het Joodse karakter van de staat vastgelegd. De Natiestaatwet, een zogenaamde ‘basiswet’ die het karakter van een grondwet in zich draagt, legt dit Joodse karakter nu vast door uitsluitend de Joodse gemeenschap binnen Israël het recht op zelfbeschikking toe te kennen. In de praktijk verandert dit niets; met tachtig procent van de bevolking zorgen de Joden er allang voor dat het karakter van de staat Joods is – deze wet zal daar weinig aan veranderen. De enige verandering die de Natiestaatwet teweeg brengt is dat slechts Hebreeuws als officiële taal erkend wordt, waar voorheen ook het Arabisch die status had.

Een veelgehoord argument tegen de Natiestaatwet is dat door het benadrukken van het Joodse karakter van de staat Israël Arabieren en andere minderheden tot tweederangsburgers worden gedegradeerd en dat deze situatie op een of andere wijze uniek zou zijn in het Midden-Oosten. Dit laatste is klinkklare onzin: verschillende landen in de regio benadrukken de dominantie van een bepaalde etnische of religieuze bevolkingsgroep: als Egypte en Syrië zich Arabische republieken noemen en Iran zich als islamitische republiek betitelt, waarom zou Israël dan geen expliciet Joodse staat mogen zijn? Het probleem zit hem er wellicht in dat deze landen geen democratieën of rechtsstaten zijn terwijl Israël naar een hogere maatstaf wordt beoordeeld. Dat lijkt misschien racistisch naar Arabieren en moslims toe, maar geheel ten onrechte is het natuurlijk niet. Wanneer Israëlische wetgeving de rechten van minderheden niet langer expliciet beschermt wordt het voor pleitbezorgers van de Joodse staat steeds moeilijker deze te verdedigen.

Druzen
Hoewel er dus geen maatregelen in de wet staan die in de praktijk de rechten van minderheden beperken, is de reactie onder hen begrijpelijkerwijze toch furieus. Een Arabisch Knessetlid van de Arbeiderspartij gaf zijn zetel op en twee druzische IDF-officieren namen ontslag. Dat laatste doet pijn; de druzen zijn al sinds 1948 loyaal aan Israël en anders dan de Arabieren vervullen zij hun dienstplicht in de IDF. “Vanmorgen toen ik wakker werd en terug naar mijn basis wilde keren, vroeg ik mij af: waarom? Waarom moet ik deze staat dienen? Dit land dat ik, samen met mijn twee broers en mijn vader, met inzet, vastberadenheid en liefde heb gediend – en wat krijgen wij terug? We zijn tweederangsburgers,” schreef een van de twee opgestapte officieren, kapitein Amir Jamal, op zijn Facebookpagina. Druzische leiders gingen zaterdag voor in een demonstratie in Tel Aviv tegen de Natiestaatwet, waarbij tienduizenden Joodse Israëli’s zich aansloten.

Verwacht wordt dat de regering-Netanyahu zal proberen met positieve financiële maatregelen de druzen van gedachten te doen veranderen, maar of dat zal lukken? Een bijeenkomst tussen Netanyahu en druzische leiders verliep eerder al niet succesvol. Joodse tegenstanders van de wet buiten Israël vragen zich wanhopig af wat deze zo noodzakelijk maakt op een moment dat anti-Israëlbeweging internationaal aan kracht wint. Eén regeling uit de Natiestaatwet bepaalt dat het bouwen van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever een ‘nationale waarde’ van Israël is; deze met het internationale recht strijdige bepaling zal zeker door de BDS-beweging worden aangegrepen om voor verdergaande acties tegen de Joodse staat te pleiten.

Tegenstanders van de Natiestaatwet richten hun hoop nu op het Hooggerechtshof in Jeruzalem. Verschillende Joodse en Arabisch-Israëlische mensenrechtengroepen hebben een petitie bij de hoogste rechter van het land ingediend met het verzoek de wet te vernietigen. Voorstanders van de wet zijn nu al woedend bij de gedachte dat dit zou kunnen gebeuren. De hard-rechtse minister van Justitie, Ayelet Shaked van Het Joodse Huis, noemde zo’n beslissing bij voorbaat een ‘aardbeving’ die ‘een oorlog zou ontketenen’ tussen de verschillende machten binnen de Israëlische overheid.

Foto: Tomer Neuberg/Flash90

5 Reacties

  1. De tegenstanders van de wet zijn al de Usual Suspects die sowieso overal tegen zijn wat de “rechtse” regering doet.

    De overgrote meerderheid in Israel is echter voor de wet.

    Zo werkt dit in een democratie.

    De “hard rechtse” Ayelet Shaked is een super intelligente vrouw die alléén werkt volgens de wet….en bovendien grote kans maakt om in de toekomst de 2e vrouwelijke premier van Israel te worden.

    Zo werkt dat in een democratie.

  2. Drukte om helemaal niets. Zoals er in dit artikel ook al gezegd wordt, is deze wet feitelijk niets nieuws. In de praktijk was Israel altijd al een expliciet Joodse staat.

    Men laat zich (zoals bijna altijd) weer enorm opfokken door de media en máákt een probleem waar in werkelijkheid helemaal géén probleem was.

    En wat is überhaupt het probleen ? Tal van Arabische landen hebben hun staat ook bij wet(ten) als expliciet Arabisch vastgelegd. Hebben we dáár ooit protesten over gehoord ?

  3. Ja, wat moet je daar nu van vinden? De facto wordt de jure (of zoiets) in de staat Israel. Daarmee wordt Israel een de jure feit en dat gegeven vernietigt de overeenkomst tussen Palestina (wat was dat ook alweer? de PLO? Hamas? de West Bank en Gaza of de West Bank of Gaza?) en Israel (Oslo, iemand?). Vredesakkoord dood? (Of was dat al dood?) Het lijkt mij dat het de regering Netanyahu vooral daarom te doen is: bevestiging van Israel als Joodse staat om elk Palestijns droompje over een definitief akkoord met Israel de grond in te boren. Of Israels positie in het Nabije Oosten (en de wereld) daarmee sterker wordt of dat het die positie juist kwetsbaar maakt is de vraag. Een vraag overigens waar types als Netanyahu hun schouders over ophalen. Who cares of -zoals een beroemde Franse koning eens zei-: après nous le déluge.

  4. De natiestaatwet zegt over de nederzettingen het volgende:

    7 — Jewish settlement
    A. The state views the development of Jewish settlement as a national value and will act to encourage and promote its establishment and consolidation.

    Vrij vertaald staat er dus in dat de staat joodse bebouwing als een nationale waarde ziet.
    Nergens wordt met een woord gerept over “Nederzettingen op de westelijke Jordaanoever!!
    Aangezien Israel een joods land is met een absolute joodse meerderheid is joodse bebouwing logischerwijze van nationaal belang in een jong land dat met grote woningtekort te kampen heeft wegens verhoudingsgewijs hoge immigratie.
    Ook mag volgens mij een joods blad als het NIW best wel de officiële benaming voor het gebied ten westen van de Jordaan gebruiken, hetgeen Judea en Samaria heet.

  5. Dat Israël helaas steeds meer een verdeeld land is [religieuzen, orthodoxen versus liberalen] blijkt wel uit de samenstelling van vele elkaar bestrijdende partijen in de Knesset. De vijanden van Israël maken daar nu listig gebruik van.

    Hoe erg die huidige Joods-Nationale verdeeldheid is in Israël las ik in het boek van Yakov M. Rabkin…de geschiedenis van de antizionistische Joden: In Naam Van De Thora.

    De oplosssing is: al de deze al vele decennia heikele punten bespreekbaar maken in de Knesset. Schrijf een vergadering uit: Hoe gingen Mozes – Jozua – Richteren – Ezra -Nehemia en de Joodse profeten om met deze moeilijke problemen die toen ook al opgeld deden!

    Bij wie gingen zij te rade? De Thora was hun gids! Hoop dat de Knesset daar eens een open debat/vergadering over uitschrijft met als Motto: de Joodse Natiestaatwet moet in overeenstemming zijn met de woorden van de Eeuwige opgeschreven in de Thora!

    Een feit is: De huidige Natiestaatwet verdeelt de Israëlische samenleving als zelden tevoren!!! Een burgeroorlog dreigt. Een uitspraak van het Hooggerechtshof verandert daar niets aan! Psalm 81.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.