Vervolgd in Limburg

LimburgboekHerman van Rens onderzocht jarenlang de Jodenvervolging in Limburg. Hij concludeert dat Joden een grotere overlevingskans hadden in de zuidelijke provincie dan in de rest van het land.
Toen Herman van Rens (67) na dertig jaar met zijn huisartsenpraktijk stopte, had hij eindelijk genoeg vrije tijd om zich te richten op zijn levenslange interesse: de Sjoa. Hij schreef zich in voor de master Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam en raakte gefascineerd door geringe kennis over de situatie in zijn eigen Limburg. „Ik wilde weten hoe de Joden en Sinti verdwenen uit Limburg, maar er was niks over bekend. Dus toen ben ik het maar zelf gaan onderzoeken,” zegt Van Rens wiens boek Vervolgd in Limburg zondag 5 mei gepresenteerd wordt. Twee maanden geleden promoveerde hij al met zijn proefschrift De vervolging van Joden en Sinti tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Nederlandse provincie Limburg. Van Rens dook samen met zijn vrouw de bestuursarchieven van alle Limburgse steden en dorpen in en ontdekte gaandeweg dat Joden een grotere overlevingskans bleken te hebben in Limburg dan in de rest van het land. „Het resultaat van het onderzoek was verbluffend. Anders dan Joden in de grote steden in het westen van het land kregen de Limburgse Joden al een dag van tevoren het bevel om zich te melden. Hierdoor was er ruimte om een beslissing te nemen, om te vluchten naar het zuiden of om onder te duiken,” vertelt Van Rens. „In Amsterdam hadden Joden geen tijd om te beslissen, ze werden overvallen door de razzia’s.” Maar, zo benadrukt Van Rens, in Limburg waren er ook grote verschillen tussen gemeentes, zowel wat betreft het aantal onderduikers als het aantal overlevende Joden. „En dat terwijl het naziprotocol voor de hele provincie gelijk was.” Volgens Van Rens is dit te verklaren door het principe van society of enablement waarbij de leiders van een gesloten groep zorgen voor een collectief moraal en nut; in dit geval om op te staan tegen de bezetter. „Zowel in de stadsregio Heerlen als op het platteland in Noord-West Limburg hadden de Joden de beste overlevingskans. In Heerlen zorgde een kleine groep gereformeerden voor een veilig onderkomen, terwijl op het platteland een kleine afgesloten katholieke boerengemeenschap Joden liet onderduiken. Twee totaal verschillende gemeenschappen, maar beide met leiders die zorgden voor een collectieve moraal.”


Betekenis
Volgens Johannes Houwink ten Cate, hoogleraar Holocaust- en Genocidestudies aan de Universiteit van Amsterdam en tevens de promotor van Van Rens, is het onderzoek een waardevolle bijdrage aan de geschiedenis: „Traditioneel wordt de oorlogsgeschiedenis in de mediene verwaarloosd. De drie grote historici – Hertzberger, de Jong en Presser – kwamen alle drie uit Amsterdam. Het is dan ook interessant om te zien dat zelfs binnen de kleine provincie de percentages van gedeporteerde Joden zo ver uit elkaar liggen.” Het werk van Van Rens, zo meent Houwink ten Cate, moet gezien worden als onderdeel van de discussie die in 1987 door Hans Blom is begonnen; het zoeken naar een verklaring voor het hoge percentage gedeporteerde Joden. „Het accent op de collectieve moraal van de kleine afgesloten groep katholieken en gereformeerden is daarom interessant.” „Zelden heb ik een boek gezien dat je zo weet te confronteren,” zegt Benoit Wesley, voorzitter van de NIHS Limburg. Hij kreeg vorig jaar al enkele hoofdstukken onder ogen. „Het boek geeft, louter gebaseerd op historische feiten, weer wat er gebeurd is in Limburg; van de voorbereiding tot de afslachting. In onze regio waren er lokale bestuurders die erger waren dan de ergste moffen. Het eerste wat de bevrijders van Maastricht hebben gedaan, is de foute en collaborerende burgemeester uit het stadhuis kegelen. Andere burgemeesters hebben er daarentegen voor gezorgd dat Joden konden wegkomen.” Zondag zal het boek, Vervolgd in Limburg, gepresenteerd worden in Maastricht. Opperrabbijn Binyomin Jacobs neemt dan het eerste exemplaar in ontvangst.  

1 Reactie

  1. Betreft: Vervolgd in Limburg.
    Het onderschrift op pag. 167 klopt niet.
    De realisatie en het ontwerp van de gedenkzuil in de Knieberglaan in Landgraaf was een zaak van mij alleen; dhr. P. Gerards kwam hier niet aan te pas, hetgeen door de heer Gerards kan worden bevestigd.
    Overigens: veel waardering voor uw boek.
    H. Steinen

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.