Verkeerd gekozen

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei besloot een gedicht over een Waffen-SS’er te laten voordragen tijdens de dodenherdenking op de Dam. Een reconstructie van de rel.

Op 26 april maakt het Nationaal Comité 4 en 5 mei bekend dat zij het gedicht Foute Keuze van de 15-jarige Auke de Leeuw, dat tijdens de dodenherdenking op de Dam zou worden voorgelezen, terugtrekt. In de dagen ervoor hadden zowel het CIDI als het Auschwitz Comité, via de media, forse kritiek geuit op het Nationaal Comité. De laatstgenoemde dreigde zelfs met een boycot. Uiteindelijk koos het 4 en 5 mei Comité eieren voor haar geld en liet in een verklaring weten dat zij „de discussie betreurt en het verdrietig vindt dat de keuze om deze jongere aan het woord te laten op de Dam tot zoveel emoties heeft geleid.” Het is niet de eerste keer dat er tijdens 4 mei kinderen dan wel kleinkinderen van foute Nederlanders centraal worden gesteld. Vorig jaar kreeg Grimbert Rost van Tonningen in Culemborg een podium. In het Gelderse Vorden heeft het plaatselijke comité dit jaar het idee opgevat om begraven Duitse soldaten bij de herdenking te betrekken. Inmiddels is ook dat besluit hevig bekritiseerd.

Auteur: Frank Kromer
Foto: Nationaal comité 4 en 5  mei

Keuze

In haar kantoor op de Nieuwe Prinsengracht zit directeur Nine Nooter. Na de publieke rel omtrent het gedicht wil ze graag vooruitkijken: „Het is nimmer de intentie geweest om mensen te kwetsen, noch een oproep om daders te herdenken. Mensen denken vaak dat wij de herdenking willen verbreden, maar dat is helemaal niet waar. Het Memorandum is in 1961 opgesteld en daar is niks aan veranderd.” Om de jeugd te betrekken en hen bekender te maken met het oorlogsverleden, schrijft de organisatie elk jaar een gedichtenwedstrijd uit onder jongeren tussen de 15 en 19 jaar. Het beste gedicht mag door de winnaar worden voorgelezen tijdens de ceremonie op de Dam. De nummers twee, drie en vier hebben de eer om hun werk voor te dragen in de voormalige kampen Westerbork, Amersfoort en Vught. Het gedicht van Auke de Leeuw werd door de vierkoppige jury beloond met de tweede prijs die recht gaf op een voordracht bij het kamp Westerbork. „Bij de uitreiking van de prijs droeg hij zijn gedicht op ingrijpende wijze voor. Naast mij zat een verzetsstrijder en een kampoverlevende; beide waren zeer geroerd,” vertelt Nooter. „Auke vraagt zich in het gedicht af hoe hij er zeker van kan zijn dat hij in de toekomst – onder welke omstandigheid dan ook – geen foute keuze zal maken. Hij draagt een geschiedenis mee doordat hij door zijn naam verbonden is met zijn oudoom. Zijn intentie was ook niet het herdenken van het foute familielid, maar een innerlijke vraag over toekomstige keuzes.” Toen directeur Dirk Mulder van het Herinneringscentrum het gedicht echter onder ogen kreeg, was hem een andere mening toebedeeld: „Toen wij het gedicht kregen, hebben wij meteen gezegd: dit past totaal niet bij het karakter van 4 mei. Ik vind dat iedereen bewust moet zijn van de betekenis van de herdenking; waarom en wie herdenken wij. Er hoort geen ruis op de lijn te zitten. Natuurlijk moet er discussie zijn over de foute Nederlanders en kinderen daarvan, maar niet in de schaduw van 4 mei.” Het Nationaal Comité nam vervolgens het besluit om de voordracht van het gedicht naar de Dam te verplaatsen. „We hebben te lang gedacht dat we ons best moesten doen voor de jonge dichter. We waren overtuigd van zijn oprechte intenties en hebben daarom besloten om het toch door te laten gaan; net zoals we het besluit hebben genomen om het terug te trekken. De Dam was de enige optie in onze ogen. We wilden bij de voordracht een inleiding geven, zodat iedereen weet waar het gedicht over gaat. Het is een waarschuwing,” vertelt directeur Nooter Dirk Mulder vindt het onbegrijpelijk dat het Nationaal Comité de gevoeligheden niet onder ogen zag. „Als wij het al afkeurden, dan moet het signaal toch sterk genoeg zijn geweest. De Dam is – alhoewel iets ‘neutraler’ dan Westerbork – een veel groter podium en dus kwetsbaarder. Ik zou het nooit gedaan hebben.”

Publieke rel

De keuze van het Comité om het gedicht te laten voordragen op de Dam, zorgde voor grote verontwaardiging. Vooral het CIDI en het Auschwitz Comité namen het voortouw in de discussie. Zij beschouwen de wens om het gedicht te laten voordragen als een oproep om daders te herdenken en verwijzen daarbij onder andere naar de laatste drie zinnen van het gedicht: ‘Mijn naam is Auke Siebe Dirk, ik ben vernoemd naar Dirk Siebe, omdat ook Dirk Siebe niet vergeten mag worden.’ De organisatie en de auteur zien het gedicht echter als ‘een appèl aan de huidige generatie om na te denken over de vraag hoe iemand er zeker van kan zijn dat hij in de toekomst geen foute keuze maakt’. Terugkijkend op de situatie, vindt Esther Voet, adjunct-directeur van het CIDI, het ongelooflijk dat het Comité het omstreden gedicht willens en wetens heeft willen doordrukken: „Het herdenken van een Waffen- SS’er, waar gaat dit over? Dit is de omgekeerde wereld. We bevinden ons op een hellend vlak als we dit soort misdadigers gaan herdenken. Het gaat niet om een foute keuze, maar om foute daden. Ik ben zeer grote voorstander van verzoening. De toenadering tussen slachtoffers en kinderen van foute Nederlanders is belangrijk en heel waardevol. Dat mag elke dag van het jaar, maar niet op 4 mei. Het verdrietigste vind ik nog wel dat we blijkbaar iedereen moeten uitleggen wat de Waffen-SS was. We moeten de focus leggen op kennisverbreding van de Tweede Wereldoorlog. Daar kunnen we van leren, voor de toekomst.” Jacques Grishaver, voorzitter van het Auschwitz Comité, sluit zich bij haar aan: „Het gebrek aan historische kennis of relativering mag nooit een argument zijn in deze kwestie. We glijden als beschaving af als we de officiële herdenking links laten liggen. Ik vind het triest dat er zo makkelijk over de slachtoffers – waarvan de helft Joods – heen wordt gestapt. Het Comité had haar programma speciaal gewijzigd voor dit gedicht. De programmaboekjes waren al verstuurd. Als mensen zeggen dat de oorlog al zo lang achter ons ligt geef ik hen vaak het volgende voorbeeld: Stel u wordt wakker en uw hele familie is weg – vermoord. Zou u zich dat kunnen indenken? Dat is ons namelijk overkomen.”

Kritiek

De kritiek op de werkwijze van het Nationaal Comité – afkomstig uit verschillende Joodse hoeken – is niet mild. Voor Hans Vuijsje, directeur- bestuurder van Stichting Joods Maatschappelijk Werk, is de keuze van het gedicht een provocatie: „Het meest schokkend vind ik dat juist het 4-5 mei Comité deze keuze heeft gemaakt, wetend hoe gevoelig de algemene opzet van herdenking op de Dam al in Joodse kring ligt. Ondanks dat is toch besloten om nog een stap verder te gaan. Dat kan gezien worden als een provocatie. Deze stap is onnodig grievend en een klap in het gezicht van de Joodse oorlogsgetroffenen en de Joodse gemeenschap.” Ook oud-PvdA-senator Harry van den Bergh is ontsteld over de keuze van het Nationaal Comité; hij spreekt van een intellectuele en psychologische blunder van het Nationaal Comité. „Door deze rel heb je bijna geen vertrouwen meer in die mensen. Gelukkig wordt er goed gewaakt door instanties zoals het Auschwitz Comité. Zij zijn de bewakers van de herdenking. Het zou pas erg zijn als zo’n club niet meer bestaat. Je moet altijd blijven zoeken naar een zinvolle invulling van de herdenking. Maar een generalisatie is totaal ongepast.” De meeste kritische noot werd gekraakt door professor Smalhout die in zijn wekelijkse Telegraaf-column de gevoelens van de Joodse gemeenschap op buitengewoon scherpe toon verwoordde: ‘Het gedicht is goed geschreven en aan de oprechtheid van de 15-jarige Auke mag zeker niet getwijfeld worden. Waar wel aan te twijfelen valt, is het gezonde verstand van de moeder van Auke, Margriet de Leeuw-Jongejans, en aan het benul van de directrice van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.’ ‘De twee modieus halfzachte dames,’ vervolgt Smalhout, ‘hebben zich vrij zeker niet gerealiseerd dat de Waffen-SS niet zomaar een Duits leger was, maar een uitgesproken criminele en gewelddadige organisatie van meedogenloze nazi’s. Het is dan ook niet voor niets dat de hoogste SS-chef, Heinrich Himmler, uit de Waffen-SS de zogenaamde Einsatzgruppen rekruteerde om in Polen en Rusland massaal Joden, zigeuners, Sinti, Sovjetburgers en Russische krijgsgevangenen, inclusief duizende kinderen, te vermoorden. Dat werd toen nog geheel handmatig gedaan middels massa-executies, die in gruwelijkheid ieders verbeelding tarten. Wellicht is het een goed idee om Margriet, die zelfs haar zoontje Auke de voornamen Dirk Siebe van de SS-oudoom heeft gegeven, een lezenswaardig boek over de beulen van Hitler te geven.’ aldus de columnist. De directeur van het NIOD, Marjan Schwegman, is milder maar veroordeelt de keuze wel: „Het is goed van die jongen om zijn oudoom in de familiekring te herdenken. Maar de Nationale Herdenking op de Dam is iets anders. Ik vind het besluit van het Comité om juist dit gedicht te laten voorlezen daarom verkeerd en ben blij dat dit besluit is teruggedraaid. Voor veel mensen is het herdenkingsmoment erg belangrijk, dat mogen we niet opgeven.”

2 Comments

  1. Ik was alrtijd onder de indruk dat de dodeherdenking elk jaar was om de Joodse en niet Joodse slacht offers the herdenken die vermoord zijn bij de Duitsers in 1940-1945.
    Sorry voor mijn Nederlands.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.