Venezolaanse nachtmerrie

Door de economische en politieke crisis in Venezuela is de Joodse gemeenschap ter plaatse een schim van wat zij slechts twintig jaar geleden was. Het is maar de vraag of de kehilla het regime van dictator Nicolás Maduro zal overleven.Toen ik eind 2015 Venezuela bezocht om er voor het NIW een reportage te maken over de Joodse gemeenschap in de hoofdstad Caracas, trof ik een land aan de rand van de afgrond aan. In de drie jaar die volgden is Venezuela over die rand en ver de afgrond in gestort. Het artikel droeg de titel ‘Venezolaanse zorgen’, vanwege de vervolging van de Joodse gemeenschap door het socialistische regime van Nicolás Maduro. Nu te spreken van zorgen voor de kehilla van Caracas zou een eufemisme van gigantische proporties zijn.

Wat is de situatie? Door mismanagement, ideologische in plaats van praktische politiek en corruptie staat de inflatie in Venezuela op een onvoorstelbare 1.700.000 procent. Hierdoor is er zo’n voedselschaarste dat het volk hongert. En sterft. Het gebrek aan medicijnen is zo mogelijk nog erger: een diagnose van kanker of hiv staat gelijk aan een doodvonnis. Malaria en de mazelen zijn terug van weggeweest en de zuigelingensterfte is met tientallen procenten per jaar geëxplodeerd. De economische crisis van het land met de grootste oliereserves ter wereld – het regime is zo incompetent dat de productie van Venezuela’s zwarte goud nog maar een derde bedraagt van die van twintig jaar geleden – wordt beschouwd als een van de ernstigste in de geschiedenis van de mensheid. In vijf jaar tijd kromp de economie van het land met de helft.

Daar blijft het niet bij. Van democratie is al lang geen sprake meer in Venezuela. Vorig jaar werd president Maduro ‘herkozen’ op zijn Noord-Koreaans; de oppositie werd simpelweg niet toegestaan mee te doen. Het parlement, de laatste min of meer vrij gekozen actor in de Venezolaanse politiek, werd door het volledig door de socialisten benoemde Hooggerechtshof vervangen door een nieuwe, ongekozen verzameling ‘wetgevers’. Vanzelfsprekend zijn alle leden hiervan Maduro-aanhangers. De politieke repressie neemt hand over hand toe: door het regime bewapende bendes gedragen zich steeds meer als doodseskaders, oppositieleden worden na schijnprocessen tot lange gevangenisstraffen veroordeeld of verdwijnen simpelweg. In 2017 ging het volk massaal de straat op om vrijheid en voedsel te eisen. De reactie van het regime: meer dan 120 doden en duizenden gewonden en arrestaties. De afgelopen weken werden zo’n vijftig anti-Madurodemonstranten doodgeschoten door leger en politie.

Drugs en wapens
Tel hierbij op dat Venezuela het land is met het op een na hoogste moordcijfer ter wereld – vier van de tien gevaarlijkste steden op aarde zijn er te vinden – en het is niet verbazingwekkend dat sinds mijn reportage eind 2015 meer dan drie miljoen Venezolanen het land zijn ontvlucht, waardoor de buurlanden te maken hebben met de grootste vluchtelingencrisis op aarde. Niet Syrië, niet Afghanistan, niet Congo. Het potentieel rijkste land van Latijns-Amerika bloedt dood. Letterlijk.

‘Alles wat ik zeg kan consequenties hebben voor de achtergebleven gemeenschap’

Al deze problemen gelden uiteraard niet exclusief voor de Joodse gemeenschap in het land. Toch wordt deze al sinds het begin van de ‘Bolivariaanse revolutie’ van Hugo Chávez, twintig jaar geleden, extra vervolgd. Dit omdat Chávez om vrienden te maken bij de vijanden van de Verenigde Staten (Saddam Hoessein, Mahmoud Ahmedinejad, Bashar al-Assad) Israël als zijn persoonlijke kleine Satan presenteerde. Chávez’ antizionisme mondde al snel uit in vervolging van de eeuwenoude Joodse gemeenschap in zijn land: synagogen werden beklad, Joodse scholen binnengevallen (‘op zoek naar drugs en wapens’), Joodse politici door het slijk gehaald of erger. Chávez zag de vaak hoogopgeleide en economisch succesvolle Joden als vijand van zijn socialistische revolutie; zijn opvolger Maduro, nota bene zelf van Joodse afkomst, zette dit beleid voort en verhevigde de vervolging. Het leidde ertoe dat een groot deel van de Joodse gemeenschap al voor de vluchtelingstroom van de afgelopen drie jaar Venezuela verruilde voor Miami, Panama of Israël.

Inmiddels erkennen tientallen landen, waaronder de VS, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Israël en Nederland, de voorzitter van het gekozen parlement, Juan Guaidó, als interim-president. Met het wankelen van Maduro’s regime hoopt de democratische oppositie dat na de val van de dictator de Joden terugkeren om te helpen het verruïneerde land opnieuw op te bouwen. In een dankwoord aan Israël voor de erkenning van Guaidó zei oppositieleidster María Corina Machado: “Wij, het Venezolaanse volk, willen het herstel van de diplomatieke betrekkingen met Israël. Ik wil de waardevolle bijdrage bevestigen die de Joodse gemeenschap heeft geleverd aan de ontwikkeling van Venezuela.”

De vraag is of dat niet te laat is. Van de 25.000 Joden die Venezuela twintig jaar geleden nog telde zijn er naar schatting slechts zesduizend over, cijfers die we na de Tweede Wereldoorlog slechts uit islamitische landen gewend zijn. À propos, een extra risicofactor voor de Joodse gemeenschap zijn de nauwe banden die het Maduro-regime onderhoudt met Iran en Hezbollah. Deze laatste organisatie heeft zich in de regio ontpopt als drugskartel, waarbij het Venezuela ongestraft gebruikt als doorvoerhaven van Colombiaanse cocaïne naar de VS, Europa en het Midden-Oosten. De ex-vicepresident Tareck al-Aissami, nu minister van Industrie en zelf van Libanese afkomst, zorgde hoogstpersoonlijk voor Venezolaanse paspoorten voor Hamas- en Hezbollahterroristen. Dit en zijn rol in de internationale drugshandel was voor Washington reden tientallen miljoenen euro’s aan Al-Aissami’s tegoeden te bevriezen.

Uiterst voorzichtig
Hoezeer de situatie in het land de afgelopen drie jaar is verslechterd, blijkt als ik contact probeer op te nemen met twee vooraanstaande Joden die ik november 2015 voor het NIW interviewde in de hoofdstad Caracas: David Smolansky, de burgemeester van buitenwijk El Hatillo en een van de leiders van Voluntad Popular, de partij van interim-president Guaidó, en Samuel Yecutieli. Deze laatste, werkzaam in de beveiligingsindustrie, sprak ik toen in het gebouw van de Joodse gemeenschap in Caracas. Maar anderhalf jaar geleden keerde ook hij zijn vaderland de rug toe en maakte alia. Nu woont Yecutieli in een buitenwijk van Tel Aviv met zijn vrouw en drie dochters.

Samuel l Yecutieli is uiterst voorzichtig wanneer wij spreken over de situatie in Venezuela. Waar hij drie jaar geleden geen blad voor de mond nam, zegt hij nu bezorgd: “Alles wat ik hier zeg en wat jij opschrijft, kan consequenties hebben voor de achtergebleven leden van de Joodse gemeenschap. Over mijzelf kan ik vrijuit spreken, maar de vervolging in Venezuela is zo ernstig dat er mensen door mijn woorden in gevaar kunnen komen.” Yecutieli verwacht niet op korte termijn terug te keren, in ieder geval niet met zijn familie. “Als de politieke situatie is verbeterd [een eufemisme voor de val van het regime-Maduro, BS] wil ik helpen het land opnieuw op te bouwen, maar dat kan jaren, misschien wel tientallen jaren duren. De toekomst van mijn familie, van mijn dochters ligt hier.” Yecutieli geeft mij het telefoonnummer van een van de leiders van wat er rest van de Joodse gemeenschap in Caracas. Deze zegt aanvankelijk met mij te willen spreken, onder strikte voorwaarde van anonimiteit. Maar als ik hem specifiek vraag naar de situatie van de Joden in zijn land, besluit hij toch te zwijgen. De angst zit diep in het Venezuela van Nicolás Maduro.

De angst zit diep in het Venezuela van Nicolás Maduro

Ook David Smolansky woont niet meer in zijn vaderland. De populariteit van de jonge burgemeester was het socialistische regime een doorn in het oog. Onomwonden beschreef Smolansky eind 2015 de dictatuur van Nicolás Maduro als ‘antisemitisch’. Smolansky werd ervan beschuldigd voor de Mossad te werken – net als Yecutieli trouwens – en de regering vaardigde een arrestatiebevel tegen hem uit. David Smolansky wachtte het schijnproces, de lange gevangenisstraf en de lichamelijke en geestelijke marteling die hem boven het hoofd hingen niet af en vluchtte naar de Verenigde Staten. Die vlucht lijkt rechtstreeks uit een spionageroman afkomstig te zijn. Smolansky schoor zijn karakteristieke baard af, vermomde zich en trok door de jungle de Braziliaanse grens over, daarbij 35 controleposten van politie en leger omzeilend. Nu is hij het gezicht van de Venezolaanse oppositie in Washington. In een interview vorig jaar verzuchtte hij de derde generatie Smolansky te zijn die zijn vaderland moest verlaten: zijn grootouders ontvluchtten de Sovjet-Unie onder Stalin, zijn vader vertrok in 1970 uit het Cuba van de Castro’s en nu was hij zelf aan de beurt. Drie generaties op de vlucht voor totalitair socialisme en antisemitisme.