Veertig jaar hoeder en waakhond

De medewerkers van het CIDI in Den Haag bij het 25-jarig bestaan in 1999.
De medewerkers van het CIDI in Den Haag bij het 25-jarig bestaan in 1999.
De medewerkers van het CIDI in Den Haag bij het 25-jarig bestaan in 1999.

Volgende week viert het CIDI haar 40-jarig bestaan. Hoe een klein Joods informatiecentrum uitgroeide tot een begrip. 

Door: Annet Röst

Op 9 december 1973 kwamen ze voor het eerst bij elkaar: professor David Simons, meester Bob Levisson, Dolf Kohnstamm, Sal van Weesel en Ies Zadoks. De mannen maakten zich zorgen omdat ze voelden dat na de oliecrisis en de Jom Kipoeroorlog de sfeer in Nederland jegens Israël omgeslagen was. Ze besloten tegenwicht te bieden aan de ‘stroom Arabische propaganda die op gang kwam’. Niet lang na deze ontmoeting werd in het Haagse achterkamertje van Levisson het Centrum Informatie Documentatie Israël (CIDI) opgericht. „Voor zover ik weet ben ik nog het enig levende bestuurslid van die beginperiode,” aldus Dick Houwaart vanuit zijn woonplaats Enschede. Houwaart was destijds directeur voorlichting van het ministerie van Binnenlandse Zaken. „Wij waren een van de eerste CIDI-organisaties ter wereld en moesten alles zelf uitvinden. Het was echt een pionierstijd. We bespraken met elkaar hoe we de informatie over Israël zouden verstrekken. Het kantoortje was heel erg klein. Met een tafel en een bureautje. We hadden adressen van kranten, tijdschriften, Kamerleden en andere relevante personen. Die stuurden we eens per week onze informatiebrief. Een A4’tje dat we door een stencilapparaat moesten halen, draaiend met de hand. Dat het CIDI ooit zo bekend zou worden hadden we toen niet kunnen dromen.”

 Jong broekie 

Twee jaar later, in 1976, werd Ronny Naftaniel aangenomen als hoofdmedewerker van het CIDI, dat inmiddels verhuisd was naar een kantoortje in de Bagijnestraat in Den Haag, vlak bij het ministerie van Defensie. Naftaniel was voorzitter van de Werkgroep Israël, die – ook na de olieboycot – was opgezet door een groep verontruste Joodse jongeren. Ze gingen met spandoeken de straat op en bedachten ludieke acties. Een heel andere aanpak dan het keurige CIDI, dat bestierd werd door Levisson die, terwijl hij opgeleid was als jurist, werkte als drukker en bekendstond om zijn grote kennis van het jodendom. Later zou hij van de Liberaal-Joodse gemeenschap de rabbijnentitel ontvangen. Zijn rechterhand en bestuurslid was ‘grondwetkenner’ professor Simons. Hij was rechtsgeleerde en zou een belangrijk aandeel leveren in de behandeling van de in 1983 voltooide grondwetsherziening. „Ik was veel meer een activist en een politiek dier,” aldus Naftaniel: „Wat ik bij het CIDI aantrof was een informatiemachine. Overal papierwerk en stencils die naar mensen werden gestuurd in de hoop dat ze het lazen. Ik dacht op een gegeven moment: dit lezen mensen niet, je leest het alleen maar als je de bron belangrijk vindt. Toen heb ik eraan gewerkt om het profiel van het CIDI te wijzigen, onder andere door politieke acties.” Op de vraag of de destijds jonge Naftaniel het niet doodeng vond om tegen de gevestigde bestuursleden in te gaan moet hij lachen. „Dat klopt wel. Ik werd beschouwd als een eigenwijs en jong broekie dat de boel kwam opschudden. Maar Simons en Levisson realiseerden zich dat in de twee jaar dat ik de Werkgroep Israël leidde, de aandacht van de media naar ons ging en niet naar het CIDI.” Ook waren Naftaniels standpunten iets linkser dan die van de CIDIachterban. „Ik herinner me nog goed dat ik in Den Haag sprak voor een gezelschap over Israël. Er werd me toen gevraagd: ‘je wilt een tweestatenoplossing, maar wat vind je van Jeruzalem?’ Ik zei: ‘ik vind Jeruzalem ondeelbaar, maar ik kan me voorstellen dat Israël bereid zal zijn stukken op te geven en aan de Palestijnen te geven.’ Toen ontstond er tumult in de zaal. De opperrabbijn van destijds, Menachem Fink, stond op en zei: ‘Weg met deze man, hij is een verrader.’ Dat was lastig. Je moest je terrein weten te winnen.”

 

Lees verder in NIW 9

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*