Veel meer dan bomen

Mirit Hillman met haar gezin in de Arava
Mirit Hillman met haar gezin in de Arava

Afgelopen donderdag vierde het Joods Nationaal Fonds zijn 115-jarig bestaan. De succesvolle organisatie heeft de activiteiten verbreed, vooral in de Arava, waar op hoogstaand technologisch niveau methoden worden ontwikkeld om de woestijn tot bloei te brengen.

Iedereen kent ze en sommigen sparen ze zelfs, de certificaten waarop staat dat er in uw naam een boom is geplant in Israël. Bomen worden geplant voor allerlei gelegenheden en vormen een heel persoonlijk cadeau. Wie daarvoor zorgt is het Joods Nationaal Fonds, dat dit jaar 115 jaar bestaat. Het fonds werd in 1902 opgericht om Israël weer leefbaar te maken en het land tot ontwikkeling te brengen. Zo zijn er hele bossen ontstaan, met in totaal zo’n 240 miljoen bomen, waarvan er twee miljoen vanuit Nederland werden gefinancierd, mede dankzij vele trouwe donateurs. In totaal zijn er 250 parken en wouden door Nederlandse donateurs tot stand gekomen. Het Fondsspeelde ook een grote rol in de band met de Oranjes, zoals te lezen is in het artikel van Bart Wallet op de voorgaande pagina’s.

Agricultuur is een logische stap: bomen houden water vast en dat water wordt weer gebruikt voor de landbouw

Tijdens de feestelijke avond in de Amsterdamse Hallen ter ere van het lustrum werd natuurlijk op het ontstaan van het Fonds teruggeblikt, maar vooral ook een blik vooruit geworpen. “Want,” zo vertelt directeur Freddie Rosenberg, “wij zijn allang niet meer een organisatie die alleen maar bomen plant. Inmiddels dragen we bij aan de enorme ontwikkelingen op het gebied van agricultuur. Dat is een logische stap: bomen houden water vast en dat water wordt weer gebruikt voor de landbouw.”

In de loop der jaren heeft het JNF veel ervaring opgedaan over hoe om te gaan met droge gebieden. Zo is er het project in de Arava-woestijn, in het oosten van de Negev. Een aantal dorpjes, kiboetsiem en mosjaviem levert naast dadels nu ook grote hoeveelheden paprika’s en tomaten, die wonderwel blijken te gedijen in dit dorre gebied. Er wordt geëxperimenteerd met mango’s, perziken, nectarines en abrikozen.

Rosenberg: “Het blijft uniek dat er zoveel voedsel uit de woestijn komt, en Israël is daarin leidend. Er zijn ook contacten met landen in het Verre Oosten en Afrika, dan moet je denken aan bijvoorbeeld Thailand, Nigeria en zelfs Indonesië. Studenten uit die landen krijgen een opleiding in de Arava. Ze leren de technieken om er in eigen land gebruik van te kunnen maken.”

Praktisch onderzoek
Een monocultuur is altijd kwetsbaar, daarom wordt gekeken naar de beste methoden om gewassen als fruitbomen te laten gedijen in het barre klimaat. Daarmee geeft het JNF de mensen bestaanszekerheid en wordt de woestijn een bewoonbare plek. Het grondwater in de woestijn ligt op 1500 meter diepte en is brak. “Dat wordt deels ontzilt en vervolgens wordt gekeken in hoeverre planten met dat deels ontzilte water kunnen omgaan.”

En dan is er nog Aquaponics, een project dat een symbiotisch systeem onderzoekt waarin een viskwekerij en kasgroenten de hoofdrol spelen. De vismest kan gebruikt worden voor bijvoorbeeld het bemesten van een dadelplantage. “Als dat project slaagt, kan het ook worden toegepast in ontwikkelingslanden, waarmee het kan bijdragen aan de voedselzekerheid daar.” Ook is er een project waarbij wordt gekeken hoeveel water bepaalde planten minimaal nodig hebben. Er wordt een gesloten circuit gecreëerd en door middel van verneveling, waarbij water wordt gemengd met voedingsstoffen, kunnen gewassen worden gekweekt. “Dit systeem kan gebruikt worden op plaatsen met gebrek aan landbouwgrond, maar ook de chefkok van een restaurant in Eilat kan zo op zijn dak verse kruiden telen. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van de vele initiatieven die het JNF ondersteunt.”

Nieuw leven
Het bewoonbaar maken van de woestijn, een ideaal waar ook de stichter van Israël, David Ben-Goerion, zich voor inzette, is essentieel voor de staat, ook vanwege de groeiende bevolking. Er zijn meerdere gezinnen, ook uit Nederland, die naar de woestijn trekken om daar een toekomst op te bouwen. Freddie: “In de hitte en de wildernis, maar ook met heel veel vrije ruimte. Zoals een van onze sprekers tijdens de jubileumavond, Mirit Hillman, vertelde. Zij trok met haar man naar de Arava en is daar heel gelukkig. Ook omdat ze weet dat ze met haar werk niet alleen dit onmogelijke stukje Israël tot leven brengt, maar met de kennis die ze opdoet een bijdrage kan leveren aan de hele wereld.”

2 Comments

  1. Wonderlijk dat zodra het Joodse volk terugkeerde anaf 1883 naar het Beloofde Land Israël, het land weer vruchtbaar werd. Wie in de wereld proefde niet hun Jaffa Sinaasappels en de heerlijke Dadels?

    Tijdens het Ottomaanse rijk van 1517-1917 waren bijna alle bomen in Israël omgehakt. Het land was leeg, heet, droog, uitgewoond, geen vogel was er te bespeuren, moeras.

    In Tenach lezen we bemoedigende woorden: Jesaja 41:19…IK [de Eeuwige] zal in de woestijn ceder, acacia, mirt en olijfwilg zetten; Ik zal in de wildernis cypres naast plataan en denneboom planten…

    Een van de eerste zaken die met de hulp van het JNF Joodse Pioniers aanpakten was bomen planten, de moerassen droog leggen waardoor ook de malariamuggen verdwenen. Het gevolg was: De vogels kwamen in grote getallen terug.

    Wij hebben ook gedoneerd om bomen te planten in Israël, ben benieuwd waar/of ze er nog staan gezien de vele branden van de afgelopen jaren. Hoe dan ook: Het goede zal het kwade overwinnen volgens Jesaja 35:1…De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis!

  2. Israel is geweldig innovatief. In dit voorbeeld op gebied van landbouw en herbebossing. Omdat Israel zo innovatief is en welvaart creeert is er die typische Arabische nijd tegen Israel. Ook de nijd tegen de Joden en hun innovaties.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*