Vechten tegen de chavistische bierkaai

Davidster VenezuelaDe Joodse gemeenschap in Venezuela bevindt zich in zwaar weer. Onder het socialistische bewind van Hugo Chávez is in minder dan vijftien jaar de helft uit het land vertrokken.

Door Jan-Albert Hoosten

Zaterdagmiddag in Mariperez, een middenstandswijkje net buiten het centrum van Caracas. Het is er prettig toeven in de middagzon. In de straten, afgeschermd van het normaliter zo helse verkeer van de Venezolaanse hoofdstad, is het rustig. Té rustig. De Tiferet Israel Synagoge, de oudste van Caracas, staat er verlaten bij. De deuren zijn gesloten, binnen brandt geen licht, er klinkt geen geluid. Over een van de davidsterren aan de muur van het gebouw is een zwart kruis geschilderd; een vers stukje antisemitische graffiti dat er enkele dagen geleden op is gespoten en nog niet is weggehaald. „Dit was ooit een echte Joodse wijk, maar de meeste Joden zijn hier vertrokken,” verzucht Nelson Agelvis. Hij is docent aan de middelbare Moral y Luces Herzl-Bialik-school in Caracas en laat de belangrijkste Joodse plekken van de stad zien. „Dit is een van meerdere synagoges in de stad die dreigen te worden gesloten. Het lukt op veel plekken niet meer om minjan te maken.” Aan het eind van de straat hangt een verkiezingsposter van Nicolás Maduro, de socialistische hardliner die vorige week vrijdag werd ingezworen als opvolger van de op 5 maart overleden president Hugo Chávez. Maduro werd op 14 april tot president gekozen na een harde en meedogenloze campagne tegen oppositieleider Henrique Capriles Radonski. Laatstgenoemde is de nakomeling van een sefardische zakenman uit de Nederlandse Antillen. Zijn moeder was de dochter van asjkenazisch-Poolse immigranten. In de campagne, die slechts tien dagen duurde, liet Maduro verbaal niets heel van Capriles, die hij zelfs meermaals voor ‘zoon van Hitler’ uitmaakte. Die beschuldiging is even beledigend als ironisch, aangezien Capriles kleinzoon is van Poolse overlevenden van de Sjoa.

Propaganda
De bijna onheilspellende rust rond de synagoge en de politieke propaganda zijn symbolen van de uiterst moeilijke periode die de Joodse gemeenschap in Venezuela doormaakt. In de afgelopen vijftien jaar zijn Venezolaanse Joden massaal geëmigreerd. De gemeenschap is gekrompen van 25.000 naar minder dan 10.000. Joodse scholen hebben moeite leerlingen te krijgen. En doordat veel kapitaalkrachtige leden van de gemeenschap zijn vertrokken, nemen de donaties naar Joodse instellingen zienderogen af. De neergang is snel en hard; ze begon in 1999 en kan niet los worden gezien van het Venezuela-onder-Chávez. Gedurende zijn presidentschap van veertien jaar nationaliseerde Chávez erop los, legde hij de buitenlandse handel aan banden en zette hij met miljarden aan oliedollars grote sociale projecten op. Daarmee haalde hij miljoenen Venezolanen uit de bittere armoede, maar tegen een hoge prijs; de inflatie is gestegen tot zo’n 30 procent en door het ontwapenen van politiekorpsen en het opzetten van zwaarbewapende socialistische milities is de gewelddadige criminaliteit geëxplodeerd. De Venezolaanse Joden, die vooral tot de middenklasse behoren, zijn mede daardoor de afgelopen jaren massaal naar het buitenland vertrokken, op de vlucht voor de economische problemen en de criminaliteit.

Exodus
Met Angelvis bezoek ik Ricardo Landau, een succesvol zakenman en prominent lid van de Joodse gemeenschap in Caracas. Hij kan meepraten over de exodus, want drie van zijn vier beste vrienden hebben het land de laatste jaren verlaten. Ook zijn zoon Michael gaat weg; hij gaat studeren aan een prestigieuze universiteit in de Verenigde Staten. „De Joodse gemeenschap loopt op haar tenen,” vertelt Landau. „Venezuela is momenteel geen makkelijk land om te wonen; je kan hier steeds moeilijker over straat, er is erg veel criminaliteit. Ook zakendoen is moeilijker. Veel Joden binnen onze gemeenschap hebben een eigen bedrijf en worden daardoor extra hard getroffen. Het was nooit onze bedoeling om Michael naar het buitenland te sturen, maar er zijn hier steeds minder kansen voor talentvolle jonge Venezolanen.” Landau was tot enkele jaren geleden directeur van de Hebraica, een sport- en gemeenschapscentrum in Caracas, compleet met synagoge, sportvelden en Joodse school. Het geldt als de belangrijkste ontmoetingsplek voor Joodse Venezolanen. Orthodox, liberaal, asjkenazisch, sefardisch; iedereen is er welkom en alles loopt door elkaar heen. Volgens Landau is dat typerend voor het karakter van de gemeenschap. „Een van de redenen van ons succes is dat er hier nooit een scheiding is geweest tussen sefardische en asjkenazische Joden; het oprichten van Joodse instituties is altijd een gezamenlijke inspanning geweest. Veel leerlingen van de Joodse school wisten niet eens van elkaar wat hun achtergrond was,” zegt hij niet zonder trots.

Lees verder in NIW 29

1 Comment

  1. Droevig realistisch. Deze omstandigheden drukken ons met de neus op de noodzaak van ons eigen land. We zijn een (1) volk met een (1) echt eigen huis.
    Je kunt als joodse gemeenschap een veel langere geschiedenis hebben in het land waar je woont dan het merendeel van de rest van de bevolking, maar als het antisemitisme toeslaat verliest dat elke betekenis. Zovelen hebben dat in zoveel landen ondervonden.
    In parashat vayira, belooft Malach Hashem aan Avraham, na de offering van de bok i.p.v. Yitschak, dat de volkeren van de wereld gezegend zullen worden door zijn ontelbare nakomelingen. Inderdaad heeft nooit een enkel volk geleden onder de aanwezigheid van joden in hun land in tegendeel die landen zijn er alleen door op vooruit gegaan. Helaas is het tegenovergestelde maar al te veel voorgekomen, dat joden leden en lijden zonder een enkele oprechte oorzaak. Wanneer het slechter gaat in zo’n samenleving en het gepeupel krijgt het voor het zeggen dan zijn het al gauw de joden die daar de prijs voor betalen. In dat geval is die samenleving het niet meer waard dat er joden onder hen wonen net als wat in Egypte het geval was.
    Maar wij hebben ons eigen land en juist degenen dat ons dat niet gunnen en het ons willen ontzeggen, die zijn het grootste bewijs hoe belangrijk ons land voor ons is. In Israel hoeven we ons niet te verstoppen, onze afkomst verbergen, bang te zijn wat de rest van de dag zal brengen. We leven ons leven in vrijheid in een pluriforme samenleving, er valt ongetwijfeld nog veel te verbeteren en we moeten ons zo nu en dan ook verdedigen maar we weten waar we het voor doen, voor ons eigen land en ons eigen volk be’ezrat hashem, in eenheid en onvoorwaardelijk geloof ook in onszelf.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.