Van de tover en de troost

Na de vrijdag van de aanslagen in Christchurch ging het gewoon door met alle narigheid. Zaterdag kwam er nog meer bij, nu veel dichter bij huis: een steekpartij op de Albert Cuypmarkt.

Gedeukt en aangedaan, en ook een beetje bang waren we. De mens toonde zich van zijn slechtste kant, aan de andere kant van de wereld, maar ook heel dichtbij. Dat kan opeens zo gaan, dat er in de wereld – de grote, soms boze – maar ook in je eigen kleinere, van alles tegelijk gebeurt. Van het niet goede soort. Nou, zo’n weekend was het.

’s Avonds had onze dochter een dansuitvoering. Met hoofdpijn en een zwaar gemoed togen wij naar de Indische Buurt in Amsterdam. Daar, in de prachtige koepel van een voormalige kerk, huist het Nederlands Philharmonisch Orkest. De dans van mijn dochter bleek onderdeel van een avond waarop een aantal musici van dit orkest optrad met mensen uit de buurt. Een stel dat een tango danste. Kinderen van een basisschool die Borsato zongen. Tieners die zelfgeschreven r&b-songs speelden. Nog meer tieners die modern dansten. Een Engelse jazzsaxofonist van wereldniveau, een oudere man met een gitaar die zelfgeschreven nummers speelde, een ijzersterke funkband met een zanger die heel erg op Gino Vannelli leek, een rapper van acht. Een dansgezelschap van zestigplussers en een violiste die een Spaans lied zong.

En terwijl we daar zaten, met die hoofdpijn en dat zware gemoed, ervaarde ik opeens dat het mij troostte. Die mensen die met heel hun wezen bezig waren iets moois te maken. Het herinnerde mij eraan dat dit óók de mensheid is. Het vermogen iets te verbeelden dat niet in woorden te vatten is. De wens om iets te maken en dat een ander te laten zien. Dat dat betoverend is.

Mijn hele leven werd ik omringd door kunst en door mensen die zich daarmee bezighielden. Ik maak vanaf mijn zesde muziek en een groot deel van mijn leven werkte ik bij culturele instellingen allerlei. Ik heb die mensen en die omgeving vaak, heel vaak, nogal vermoeiend gevonden. Maar juist deze avond vol amateurs bracht mij troost. Dat klinkt vast hyperbolisch maar, nou ja, zo was het.

Juist deze avond vol amateurs bracht mij troost. Dat klinkt vast hyperbolisch maar, nou ja, zo was het

Bach
Troost hadden we de rest van de week ook nodig. Kwam maandag, kwam Utrecht. Kwam woensdag, kwam de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen.

Micha Wertheim schreef onlangs op De Correspondent, in een aflevering van zijn zeer lezenswaardige serie essays over kunst, over de ‘onttovering’ van de wereld. Dat we steeds meer neigen naar de letterlijkheid, en minder ruimte laten voor inlevingsvermogen, verbeelding en fantasie, zelfs in het theater. Hij weigert een knieval te maken voor die letterlijkheid: “Ik wil eraan herinnerd worden dat de menselijke geest veel minder letterlijk is dan de wereld van Twitter, Facebook, Instagram, glossy’s en talkshows ons doen vermoeden.”

Een paar dagen later zag ik een video van zangeres Achinoam Nini (Noa), van haar nieuwe album Letters to Bach. In de video zingt ze de Badinerie van Bach exact en in zijn geheel na (een technische prestatie die grenst aan het onmogelijke) met een door haar geschreven tekst en een swingende jazz-feel. Het is betoverend, grappig, een beetje irritant en overweldigend mooi en indrukwekkend tegelijk. Ik kan maar niet ophouden met luisteren. Bachs composities worden beschouwd als het beginpunt van de westerse muziek zoals we die nu kennen, bijna als een universele waarheid. Achinoam, onbevreesd en met onvervalste onbescheidenheid, neemt die waarheid en voegt zichzelf, en alles wat ze in huis heeft, daaraan toe. “In een wereld waar van alles fake is, waar meritocratie aangevallen wordt en kwaliteit gedevalueerd, rebelleer ik door zo hoog te gaan als mogelijk is, naar JSB (Johan Sebastiaan Bach, SW), de Everest van de muziek,” schrijft ze erover. Zo. Nou wij weer.

Maar goed, je kunt erover lullen tot je een ons weegt, maar als je in woorden kon vatten wat zich in de artistieke werkelijkheid afspeelt, dan hoefde je die kunstwerken ook niet te maken. En dan brachten ze ook die troost niet. Sinds vorige week vind ik de wereld een stuk onherbergzamer, dus ik heb behoefte aan wat troost.

Doe mij nog maar een beetje tover.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*