Ultraorthodox vandalisme

De laatste maanden hebben ultraorthodoxe jongeren het in Israël voorzien op een gebedshuis in Netanya (gebruikt door de Conservative beweging en de Reform). Ze gooien met stenen om de gelovigen bang te maken wanneer ze de synagoges verlaten. De Beit Yisrael-synagoge in Netanya is de laatste maand op drie achtereenvolgende vrijdagen met stenen bekogeld. De jongeren schreeuwden ook scheldwoorden naar de synagogebezoekers, noemde hen ‘gentiles’ (niet-Joden) en sommeerden hen het gebied te verlaten.

Het was steeds tijdens de avondgebeden dat het raak was, volgens Morrie Kaporovsky, voorzitter van de Conservative. Hij zag dat de daders jongemannen waren in witte shirts, zwarte broeken en talliets. De voorzitter van de Reform-congregatie, Lior Ben-Tsur, sloeg een sjabbat-gebed over en ging op 15 april dicht bij de ingang op de loer liggen met een camera, maar de jongeren zagen het rode lampje en gingen er, beducht voor het verraden van hun identiteit, vandoor. Hij noemde het wangedrag ‘een 21steeeuwse pogrom’. Eerder werd al een Reform-synagoge in Ra’anana bekogeld door vandalen. Ramen werden ingegooid en er werd een tekst op de muur gesprayd, ‘het is begonnen’. De uitvoerend directeur van de Reform in Israël, rabbijn Gilad Kariv, heeft de autoriteiten opgeroepen hard op te treden, om te voorkomen ‘dat dit een patroon wordt’. Hij wees erop dat orthodoxe leiders voorzichtiger moeten worden in hun taalgebruik over niet-orthodoxe gemeenschappen. De opperrabbijn van Ra’anana bekritiseerde de jongeren in scherpe bewoordingen, maar in Netanya was dat nog niet het geval.

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*