Uit elkaar

Voorlopersrol, een sociale antenne, of toch weer ‘die oorlog’? De oorzaken van het hoge echtscheidingscijfer in Joods Nederland, zoals gevonden werd in een rapport over Joden in Nederland, nader bekeken.

Tekst: Achsa Vissel

In het rapport De Joden in Nederland anno 2009, een onderzoek dat in opdracht van het Joods Maatschappelijk Werk is uitgevoerd door Hanna van Solinge en Carlo van Praag, staan verrassende uitkomsten over het relatiegedrag in Joods Nederland. Het aantal scheidingen onder de Joodse populatie blijkt opvallend veel hoger te liggen dan bij de gemiddelde Nederlander. Uit de eerdere versie van ditzelfde onderzoek (uit 2000) bleek bijvoorbeeld dat van de tussen 1955 en 1964 geboren Joodse Nederlanders 55 procent binnen tien jaar tot echtscheiding overging, tegen 22 procent bij de rest van de bevolking. Bij alle leeftijdsgroepen kwam zo’n hoog percentage aan het licht.
Volgens de onderzoekers zou dat cijfer op dit moment zelfs hoger uitvallen. Welke oorzaak ligt daaraan ten grondslag? Hanna van Solinge vertelt dat de Nederlandse Joden wat betreft relatievorming en -ontbinding al anderhalve eeuw een voortrekkersrol spelen. „Eerder dan de rest van het land begonnen ze aan wat we de eerste demografische transitie noemen: een globaal, economisch verklaarbaar verschijnsel. Vroeger kreeg men veel kinderen, wat als een soort oudedagsvoorziening werd gezien. Maar zodra het in een land economisch goed gaat leven mensen langer en verminderen ze hun kindertal. Dat proces begon in Nederland ongeveer 150 jaar geleden; de Joodse bevolking liep daarbij voorop,” vertelt Hanna.

Meer en meer scheidingen

„Dat deden ze ook bij de zich in alle moderne landen afspelende tweede demografische transitie: trouwen met een zelf (en dus niet door de ouders) uitgekozen partner. Dat is geen economisch maar een sociaal-cultureel verschijnsel: de strakke normen van de samenleving begonnen in de na-oorlogse periode een steeds minder grote rol te spelen. Ook samenwonen voor het huwelijk en makkelijker scheiden als een relatie niet meer biedt wat je ervan verwacht horen bij die transitie.” Ondertussen is vanaf 1970 – toen de wet zo aangepast is dat het makkelijker werd om een echtscheiding aan te vragen – het aantal scheidingen in Nederland enorm gestegen. Vandaag de dag strandt een op de drie à vier huwelijken. Hanna: „Er zijn altijd voorlopers, groepen die veranderingen als eerste omarmen; bij deze ontwikkelingen waren dat de Joden.”

Joden als trendsetters

Hoe verklaart ze deze voorsprong vanuit demografisch oogpunt? Hanna: „Joden zijn altijd vooral stadsbewoners geweest, in verband met hun beroepen. In de stad worden de trends het eerst zichtbaar. Joden zijn van oudsher veel kosmopolitischer dan de rest van Nederland. Veel mensen kwamen vroeger niet verder dan de grenzen van hun eigen provincie; je was zeventig jaar geleden al hip als je met iemand uit een ander dorp trouw-de. Joden waren altijd migranten en hadden vaak elders familie wonen. Ze hadden daarom meer contact met de rest van de wereld, wisten eerder wat er gaande was en pikten waarschijnlijk daardoor eerder de sociale trends op.”

Aanwezige kennis

Dat blijkt volgens Hanna ook uit het feit dat ze anderhalve eeuw geleden al begonnen met kleinere gezinnen te stichten. „We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar honderd jaar geleden had men nauwelijks een idee hoe je je kindertal kon indammen. Maar de Joodse bevolking, ook de lageropgeleiden, deden dat toch. Ze hadden dus – waarschijnlijk door die kosmopolitische inslag – kennis over geboortebeperking. ” Na de oorlog zette de trend om vaker te scheiden zich door. Hanna: „Er was een sterke drang om vooruit te komen. In vergelijking met de rest van Nederland was de Joodse bevolking erg hoog opgeleid en stond hoog op de maatschappelijke ladder. Later trouwen, ongehuwd samenwonen, seriële relaties en meer scheidingen zijn fenomenen die samenhangen met een hoog opleidingsniveau. Voor een deel kun je het hoge scheidingscijfer daarmee uitleggen, maar een ander deel blijft onverklaard.”

Sociale antenne

Chris Kooyman, stafmedewerker onderzoek bij het Joods Maatschappelijk Werk, heeft wel een idee hoe dat onverklaarde deel uitgelegd kan worden: „Ook als je de rol van het hoge opleidingsniveau van de uitkomsten aftrekt is het aantal scheidingen onder Joden nog steeds erg hoog: grofweg het dubbele van dat van de rest van Nederland. Uit onderzoeken blijkt dat de invloed van de Tweede Wereldoorlog tot en met de naoorlogse generatie doorwerkt. Mijn speculatie is daarom dat er een grote invloed van ‘de oorlog’ is. Veel Joden wilden na ‘45 snel trouwen, kinderen krijgen en alles vergeten. Maar kinderen die door getraumatiseerde ouders zijn opgevoed kunnen daardoor belast worden. De kans dat er in de relationele sfeer iets misgaat lijkt me groot.” Over de voortrekkersrol van Joden op het gebied van relatievorming denkt Kooyman dat die te maken heeft met de zogenaamde ‘sociale antenne’ van Joden, de gevoeligheid om op de pikken wat er op sociaal gebied gebeurt. „Als bedreigde minderheid hadden ze die nodig, want ze moesten dreiging herkennen,” aldus Kooyman. „Die gevoeligheid voor het oppikken van sociale trends zie je terug in het feit dat je veel Joden vindt in de sociale wetenschappen, en zelfs in de voortrekkersfunctie die Israël heeft op het gebied van hightech. Dezelfde gevoeligheid kan ervoor zorgen dat ze trendsetters werden bij nieuwe ontwikkelingen op relatiegebied.”

Ruzie mag niet

Is de invloed van ‘de oorlog’ terug te zien in de praktijk? Manja Pauka en Marc Grünfeld, die samen het mediationteam van het Joods Maatschappelijk Werk in Amsterdam vormen, zien regelmatig stellen die een scheiding doormaken. „De tweede generatie, degenen wiens ouders vóór of tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geboren, heeft niet altijd de beste communicatieskills. Vaak hebben ze niet goed geleerd om ruzie maken, iets wat in het gezin van herkomst werd vermeden. Aan de ene kant ‘mocht’ het niet omdat je zuinig moest zijn op de soms weinige overgebleven familieleden; aan de andere kant werden de ouders ontzien omdat ze ‘al zoveel hadden meegemaakt’. Dat kan tot grote problemen leiden in een huwelijk: we zien vaak dat mensen, omdat ze niet weten hoe ze tijdig en op een open manier manier emoties als woede naar een partner kunnen uiten, op een dag de stekker er helemaal uittrekken. Soms leert men pas tijdens de mediation hoe met dat soort gevoelens om te gaan; we hebben zelfs een echtpaar gezien dat in de sessies voor het eerst echt in gesprek ging. Conflicten werden opgelost en men ging elkaar weer waarderen. Het was te laat om het huwelijk te redden, maar het goede contact dat was ontstaan maakte het mogelijk de kinderen verder in goed overleg op te voeden. Heel belangrijk natuurlijk; als gescheiden ouders niet goed met elkaar communiceren zijn de kinderen de dupe.”

Cultuurverschillen

Als mogelijke oorzaak voor het hoge percentage scheidingen zien Pauka en Grünfeld verschillen in cultuur. „Zo’n 70 procent van de huwelijken binnen Joods Nederland zijn ondertussen gemengd. Naast de combinatie Joods-met-niet-Joods zijn er de Israëli’s met een Nederlandse niet-Joodse partner. Ook hier kan, naast heimwee naar het thuisland bij de Israëlische partner die niet door de Nederlandse wederhelft gedeeld wordt, tweedegeneratieproblematiek doorsijpelen. Een niet-Joodse partner snapt vaak niets van de conflictvermijdende communicatiestijl; de Joodse partner wordt zich daar vaak voor het eerst van bewust. Dat kan de nodige spanning oproepen. Een niet-Joodse partner kan verrast zijn door het belang van de familieband voor Joden, die soms veel bemoeienis en aandacht vraagt. Ook dat kan tot spanning leiden.”

Patronen herhalen

Ook psychotherapeut Bronia Davidson-Rosenblatt heeft het idee dat een gemengd huwelijk specifieke uitdagingen kan opleveren. „Dat er meer gemengd gehuwd wordt is het gevolg van de stijgende assimilatie. Wanneer mensen vanuit totaal verschillende nesten bij elkaar komen brengt dat risico’s met zich mee voor een relatie; met de verschillen die er zijn kan het lastig omgaan zijn. Sommigen doen het heel goed: die zijn reflectief, bekijken hun eigen gedrag en herhalen niet automatisch de patronen die ze van huis uit hebben meegekregen. Herhaal je die patronen onbewust en ongewild wel, dan kunnen er gezins- en relatieproblemen ontstaan. Vooral wanneer beide partners dat doen heb je kans op een clash; wat ik wel meemaak in partnerrelatietherapieën.”

Veilig hechten

Micha van Dijk en Liesbeth van der Leeuw, relatie- en gezinstherapeuten zien veel Joodse cliënten. Ze zien een link tussen de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en het hoge aantal scheidingen in de Joodse gemeenschap. „Er zijn nauwelijks cijfers over te vinden, maar uit de praktijk krijgen we wel die indruk. Het lijkt een trauma te zijn van de hele Joodse bevolking, een kloof tussen de ouders die de oorlog hebben meegemaakt en hun kinderen. Dat trauma uitte zich onder meer in de manieren waarop een kind zich heeft kunnen hechten aan een moeder – we spreken over de jaren 50, toen de opvoeding meer moeders ‘pakkie an’ was dan nu. Wat je ziet is dat veel moeders die uit de oorlog zijn gekomen niet genoeg emotionele bagage hadden, niet genoeg bronnen om uit te putten om een kind op een compleet veilige manier aan zich te laten hechten. De angst voor verlies en de onverwerkte trauma’s bleven en blijven doorspelen, zeker ook bij de naoorlogse generaties.”

Spiegelen

„Wat we veel zien bij mensen is dat een deel van de persoonlijkheid niet uitgerijpt is,” vervolgen ze. „Dat houdt in dat het lijkt of je op bepaalde gebieden in je leven in een bepaalde leeftijd bent blijven steken. Je bent een volwassen, intelligent persoon, maar kan bijvoorbeeld niet met collega’s samenwerken. Dat kan zich ook op relatiegebied uiten. Veel mensen kwamen psychisch zo beschadigd uit de oorlog dat hele basale functies als vertrouwen, houden van en hechten niet goed functioneerden. En dat beïnvloedde ook sterk hoe ze kinderen konden laten opgroeien tot zelfstandige wezens.” Dit komt op een subtiel niveau tot uiting, benadrukken de twee. „Naar buiten toe ziet het er vaak prima uit: een mooi huis, goede banen en een geweldig bar mitswa-feest, maar daaronder spelen andere dingen. Dat begint al heel jong, wanneer een baby het bij een simpel huilpartijtje nodig heeft om op het meest basale niveau de boodschap te krijgen dat zijn huilen, zijn ongelukkig voelen, oké is. Dat noemen we ‘spiegelen’, en als het goed is gebeurt dit de hele jeugd door.” Wordt een kind volwassen en gaat het relaties aan, dan kan het vanuit die basis zogenaamd ‘wederkerig’ contact aangaan: op een gelijkwaardige manier zowel met een partners prettige als lastige kanten omgaan. „Vaak kan een therapie helpen elkaars moeilijke kanten te accepteren. En een enkele keer stuit je, bij de oudere generaties, op pijnlijke erfenissen uit de oorlog, waarbij je alleen maar stil kunt vallen.”

Verwennen of verwaarlozen?

„We zien het hele scala, van emotionele verwaarlozing tot wat we emotionele verwenning als vorm van verwaarlozing noemen: alle mogelijke obstakels voor de neus van een kind weghalen zodat het geen moeilijkheden leert kennen,” aldus Micha en Liesbeth. „Helaas leert het op die manier niet om zelf hobbels te nemen in het leven. Ook niet op relatiegebied, want voor een relatie of huwelijk moet soms gevochten worden. Bewijs voor onze observaties is er verder nauwelijks, het zijn veronderstellingen.” Het lijkt hoog tijd dat iemand het onderzoek naar deze zaken uitdiept.