Uilenburgersjoel weer Joods

De Uilenburgersjoel is deze week door de gemeente Amsterdam officieel overgedragen aan Stichting Uilenburgersjoel.

Door Annet Röst

Maurits Jan Vink, voorzitter van de stichting, ondertekende 26 januari, na jaren onderhandelen, de overdracht bij de notaris. Hij is trots en opgelucht: „Een prachtig gebouw dat na zo’n lange tijd weer een Joodse bestemming krijgt.” Bureau Monumenten & Archeologie, tot voor kort eigenaar van het pand, is ook tevreden. „Het helpt enorm om de geschiedenis van de oude Jodenbuurt te vertellen en weer op de kaart te zetten,” aldus directeur Esther Agricola. De Uilenburgersjoel werd in 1766 gebouwd in opdracht van de lokale Hoogduitse gemeente. Agricola: „Het was een volkssjoel in een arme volksbuurt. Sober, maar toch heel kenmerkend en bijzonder als je er voor staat.” Volgens de overlevering was er ruimte voor vijfhonderd man. Vink denkt dat ze dan wel heel erg dicht op elkaar hebben gezeten: „Het lijkt me wat enthousiast, misschien was het zo druk op belangrijke feestdagen.”

Opslagplaats
Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er te weinig Joden terug om het voorheen bloeiende gebedshuis in ere te herstellen. Het pand werd in 1954 verkocht aan de gemeente Amsterdam. Vink: „Tragisch natuurlijk, maar de gemeente was wel correct. Ze hebben de het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap 750.000 gulden betaald, wat toen zoveel waard was als drie grachtenpanden.” De Uilenburgersjoel stond eerst leeg en deed vervolgens dienst als opslagplaats. In de jaren 70 zat er een restauratieatelier. Later, in de jaren 90, werd het verbouwd en verhuurd aan het Nationaal Restauratiecentrum. Dat gaf er cursussen en verdiende een zakcentje door het gebouw af en toe te verhuren. Zo kwam Vink er dertien jaar geleden voor het eerst, tijdens een concert. „Ik stapte binnen en dacht meteen: wat een bijzonder gebouw, zo’n mooie link naar het verleden, maar toch zo onbekend. Toen ik zag dat er brokken stucwerk uit de muur vielen besloot ik actie te ondernemen.” Zo werd de Stichting Uilenburgersjoel in het leven geroepen. „We wilden het gebouw opknappen en er een neutraal, pluriform Joods cultureel platform van maken in het hartje van Amsterdam, waar iedereen welkom is. Daar leent het gebouw zich goed voor.”

Café
Ken Gould is het daarmee eens. De directeur van Kunstenisrael houdt er sinds zomer 2012 kantoor. „Het is fijn om mensen in dit bijzondere gebouw te mogen ontvangen. Het is een prachtige ruimte, met veel licht. Wij zijn van plan vanaf april regelmatig concerten te organiseren. Er staan al meerdere optredens van Israëlische ensembles op het programma.” Verder vinden er bruiloften plaats en komt de progressief Joodse gemeente Beit Ha’Chidush er regelmatig bijeen tijdens sjabbat en feestdagen. Gould hoopt dat de stichting iemand vindt om een café uit te baten. „Dan komt er nog meer leven in de tent en dat is fijn. Het gebouw heeft een prachtig terras aan de Uilenburgergracht.”

Restauratie
Vink had van tevoren nooit gedacht dat zijn ontferming over de oude sjoel zoveel voeten in de aarde zou hebben. „Alles bij elkaar heeft de overname tien jaar geduurd. Het Nationale Restauratiecentrum wilde liever niet weg, want verdiende goed aan de onderhuur. De gemeente was bij tijd en wijle druk met interne reorganisaties, en het verzamelen van fondsen was ook tijdrovend.” Agricola beaamt dat de verkoop niet eenvoudig was. „Maar ik ben blij dat we eruit zijn gekomen en vind het fantastisch dat de sjoel deze bestemming krijgt. Er is zoveel verloren is gegaan. Niet alleen door de oorlog, maar ook daarna met de stadsvernieuwing. Nu wordt dit weer een beetje goedgemaakt.” Onderuit zitten kan Vink nog niet. „Dit is een belangrijke mijlpaal, maar er is nog veel te doen. Om de aankoopprijs te drukken hebben wij de zorg voor het gebouw op ons genomen. Er is achterstallig onderhoud en moderne aanpassingen zijn nodig. De restauratie zal tussen de anderhalf en twee miljoen kosten. Er is al een beginnetje, maar we moeten heel erg hard op zoek naar meer fondsen.

 

1 Reactie

  1. Prachtig news. Ik heb de Sjoel gekent toen ik
    als kind by tante Meents-Sacksionie op visite ging.
    Sorry voor mijn Nederlands.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.