Tuinhuis met nieuwe toekomst

Toen Suzanne Rodrigues Pereira in 1978 een deel van een pand aan de Nieuwe Keizersgracht kocht, kon ze niet bevroeden dat ze niet alleen op het pad werd gezet van de bewogen historie van het pand, maar ook op dat van haar eigen familiegeschiedenis.  Achter veel grachtenpanden in de Amsterdamse binnenstad gaat een geheime wereld schuil met verstilde tuinen en eeuwenoude tuinhuisjes die vaak achter in de als een pijpenla uitrollende tuinen werden geplaatst. Dat is ook het geval bij het pand van Suzanne Rodrigues Pereira die met man en een aantal vrienden eind jaren zeventig een oud pand kocht aan de Nieuwe Keizersgracht 20, de gracht die jarenlang bekend had gestaan als de Portugezengracht. Het gaat om een specifiek stukje gracht tussen Amstel en Weesperstraat waar veel Portugese Joden een perceel kochten toen dit deel van Amsterdam nog niet ontwikkeld was. Ze kochten op deze locatie omdat ze daarmee dicht in de buurt van de Esnoga, de Portugese synagoge, konden wonen. Ook tijdens de oorlog nog woonde er een aantal Joodse gezinnen. Alleen op dit stukje gracht al, dat uitkijkt op de zijgevel van de huidige Hermitage en dus slechts aan één kant uit grachtenpanden bestond, werden in de eerste jaren van de oorlog 185 mensen weggevoerd. Er overleefden er dertien de oorlog.

Ondergeschoven kindje
Toen Suzanne er eind jaren zeventig kwam wonen, moest er veel aan het pand gebeuren. Haar vader kende het huis: „Hier woonde vroeger de familie Tafelkruijer,” vertelde hij toen we het pand hadden gekocht. Zelf ben ik opgegroeid in Bussum waar mijn ouders na de oorlog naartoe verhuisden, maar ze kenden deze buurt goed.” Niets verried in eerste instantie iets van de geschiedenis van de voormalige bewoners en er werd begonnen met het verbouwen tot een mooi, bewoonbaar pand. Het tuinhuis was daarbij een ondergeschoven kindje: dat opknappen kwam later wel een keer. Het was bij de aankoop al niet meer in opperbeste staat. Het verging het pandje zoals zoveel tuinhuizen, van de honderden die ooit de achtertuinen sierden, zijn er anno 2011 nog zo’n honderd over. De verbouwing van het woonhuis kreeg voorrang. Maar ook dat bleek een aantal geheimen te verbergen. Toen in 1985 de hoofdingang, trap en hal aan de beurt waren om te worden opgeknapt, haalden de bewoners aan de rechterkant van de entreedeur een plankje weg. Daarachter kwamen twee mezoezot, een grote en een kleine, tevoorschijn. Nu is Suzanne areligieus opgevoed en zelf niet religieus. Ze besloot daarom de papiertjes met zegeningen op te bergen onder het mom: daar doe ik later nog iets mee.

Van twee kanten Portugees
Nu is later. Nog niet zo lang geleden werd besloten om het tuinhuis in oude glorie te herstellen. De aanzet werd gegeven toen in 2004 AT5 tijdens een Open Monumentendag het gerestaureerde tuinhuisje van de buren kwam filmen. Dat tuinhuis heeft een niet meer los. Daarnaast kreeg ze meer en meer interesse in haar eigen familiegeschiedenis en kwam ze vaak haar eigen naam tegen tijdens haar zoektocht naar de geschiedenis van de Portugezengracht. Suzannes moeder was een Jesserun d’Oliveira, van haar vaders kant is Suzanne een Rodrigues Pereira. Hoe bijzonder het is dat ze van beide kanten Portugees-Joodse voorouders heeft, werd duidelijk toen Jacques Coronel, voorzitter van de Portugees Israëlietische Gemeente haar dat tijdens een Yad Vashem-ceremonie in de Esnoga vertelde.

Gebruikt als soeka?
Inmiddels werd gekeken of het tuinhuis misschien zijn eigen geheimen had. Suzanne nodigde Joël Cahen, directeur van het Joods Historisch Museum uit, een deskundige van de Portugese gemeenschap, en een historica uit Den Haag. Aan iedereen dezelfde vraag: er zat een luik in het dak van het tuinhuis. Was het vroeger wellicht gebruikt als soeka, hadden de families die door de eeuwen heen dit pand bewoonden, het tuinhuisje wellicht gebruikt om daarin het Loofhuttenfeest te vieren? Het antwoord was standaard: „Dat is heel goed mogelijk.” Bewezen is het tot op heden echter niet. Hoe het ook zij, Suzanne speurde verder. Ze ging op zoek naar nazaten van de bewoners die tijdens de oorlog in het huis hadden gewoond: de Tafelkruijers. Slechts een paar leden waren na de oorlog teruggekomen. In oude fotoboeken van de familie ontdekte Suzanne zelfs dat haar familie en de Tafelkruijers elkaar goed hadden gekend. Zo vond ze een foto met drie kinderen, één jongetje is Suzannes broer. Een ander jongetje draagt de familienaam Tafelkruijer, zo bleek uit het foto-onderschrift. Een kleindochter van die familie, Mirjam, woont nu in Israël. Suzanne zocht haar op, met de mezoeza’s die naast de hoofdingang waren ontdekt. Mirjam is religieus. Ze liet de mezoezot opnieuw kasjeren. De kleine bleef achter in Israël, de grote ging mee terug naar Amsterdam.

Verre voorouder
Suzanne kwam achter allerlei andere opvallende geschiedkundige aanknopingspunten. Zo bleek het perceel waarop haar pand in 1734 was gebouwd, al in 1670 te zijn aangekocht door een verre voorvader van haar: Francisco Pereira. Noem het toeval of het vinden van stukjes van een grote, geschiedkundige puzzel, maar Suzanne kwam allerlei opvallende zaken tegen die eerder een boek verdienen dan de beperkte plek van dit artikel. „Nu mijn ouders zijn overleden, voel ik de plicht om het verhaal van de familie, van dit pand, de gracht en de mensen die er gewoond hebben door te vertellen.”

Mezoeza gaat terug
Het tuinhuis is bijna af. Aankomende zondag zal de onthulling plaatsvinden. Rabbijn Menno ten Brink zal dan niet alleen een mezoeza aanslaan aan de deurpost van het tuinhuis, maar ook een van de twee mezoezot terugplaatsen in de ruimte naast de hoofdingang. Dat doet hij niet alleen in aanwezigheid van Suzanne’s familie maar ook van nazaten van andere families die aan deze gracht woonden en, uiteraard, Mirjam Tafelkruijer. De mezoeza zal daarna voor iedereen te zien zijn, veilig beschermd achter plexiglas. Suzanne: „Het verhaal van het huis, mijn familiegeschiedenis en de geschiedenis van de vooroorlogse bewoners van deze gracht rolt zich inmiddels steeds verder uit. Er is een site: www.olijfmetperen. nl met daarop verhalen van zowel de Jesserun d’Oliveira’s als die van Rodrigues Pereira. Daarnaast werkt Jaap Cohen aan een promotieonderzoek met als onderwerp de geschiedenis van de Portugese Joden vanaf 1870, waarin deze twee families een prominente rol spelen. En als bewoners van deze gracht willen wij de personen die tijdens de oorlog zijn weggevoerd en vermoord, een naam geven. Een mogelijkheid is om de namen aan de overkant van de gracht op een of andere manier zichtbaar te maken. Hoe wordt nog onderzocht. Dat is echt een gezamenlijk project geworden. Op onze website www.nk-verhalen. nl vind je veel verhalen over de gracht terug. Nieuwe verhalen zijn welkom. We hopen het tuinhuis binnenkort zelf open te kunnen stellen voor bijvoorbeeld kleine lezingen, vergaderingen en bijeenkomsten.” Zie daarvoor www.tuinhuisaandegracht.nl. „De zoektocht naar de wortels van dit huis heeft mij ook wortels teruggegeven. De geschiedenis laat me niet meer los. En dat terwijl ik nooit iets met geschiedenis had…”

2 Reacties

  1. Mooi zeg, dat je zo wat puzzelstukjes van de geschiedenis van dit huis hebt weten te vinden. Ik wens je veel succes met het verder uitzoeken van de geschiedenis en hoop dat het weer een zichtbare plek mag krijgen aan de Nieuwe Keizersgracht. Sinds WOII is er al veel te veel moois verloren gegaan…

    • Een beetje laat, maar toch bedankt voor je reactie. Samen met anderen van deze gracht zijn we verder aan het nadenken hoe we de geschiedenis toch nog levend kunnen houden. Er is zoveel gebeurd en steeds minder mensen weten dat, dus ik hoop dat ons tuinhuis daar ook een beetje helpt om de verhalen te kunnen bewaren.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.