Trammelant

De afgelopen weken was er veel mediaaandacht voor de antisemitische uitspraken in de Amsterdamse tram 17. Een incident met een lange nasleep. 

Het is komkommertijd en de verkiezingscampagnes zijn nog niet echt begonnen. Mede daardoor kreeg ‘het tramincident’ veel aandacht in de media. Dat maakt het belang van wat er op maandag 6 augustus bij tramhalte Westermarkt gebeurde en vooral wat daaruit volgde, niet minder belangrijk, zeker niet voor de direct betrokkenen.

„Mijn eerste reactie bij het horen van deze conversatie was: wat is dit nou voor bizars? Ik wist niet wat ik hóórde,” vertelt het lid van de NIHS, de orthodox-Joodse gemeente in Amsterdam, dat de afgelopen week het anonieme epicentrum vormde van alle mediaaandacht. „Ik sta alleen het NIW te woord, maar wel anoniem. Ik heb er geen behoefte aan om overspoeld te worden door de pers,” vertelt de man van middelbare leeftijd. Voor de volledigheid vertelt hij nog maar eens wat hij over de intercom hoorde. „De bestuurder vroeg zich bij het Anne Frank Huis af waarom zoveel mensen daar naartoe gaan. Die vrouw was toch allang dood, merkte hij op. Het was duidelijk dat de intercom per ongeluk nog aanstond. De conducteur antwoordde: „De Joden moeten toch ergens hun geld mee verdienen?”

Onwerkelijk
„Wat me nog het meest verbaasde was dat niemand anders het leek op te merken. Ik heb me nog omgedraaid om te kijken of er reacties waren: helemaal niks. Het punt was dat de tram vooral vol zat met toeristen. Het was een onwerkelijke situatie.” Hij wendde zich tot NIHS-voorzitter Ronnie Eisenmann die het incident via Twitter publiek maakte en een klacht indiende bij het GVB. VVD-raadslid Stefan de Bruijn kondigde direct via Twitter aan er vragen in de raad over te stellen en loco-burgemeester Lodewijk Asscher noemde de uitlatingen, wederom op Twitter, ‘volstrekt onacceptabel’.

Het GVB ‘distantieerde’ zich ook van de uitlatingen. Het gemeentelijk vervoersbedrijf spoorde met hulp van het door Eisenmann verstrekte vervoersbewijs van het NIHS-lid de betrokken bestuurder en conducteur op. Die ontkenden in alle toonaarden een dergelijk gesprek te hebben gevoerd en daarmee was de kous af voor het GVB. De bedrijfsleiding weigerde – ondanks een verzoek van Eisenmann – om een oproep te doen aan andere getuigen om zich te melden. „We vinden het niet aan het GVB om een dergelijke oproep te doen,” vertelt GVB-woordvoerder Monique Wagenaar. Het kan niet zo zijn dat bij ons als beschuldigde partij de bewijslast ligt. „Feitelijk wordt zo geconcludeerd dat ik het hele verhaal heb verzonnen. Maar waarom zou iemand zoiets doen? Wat win ik daarmee?” reageert de NIHS-getuige op de ontkenning van de GVB-medewerkers en de reactie daarop van het GVB.

Lees de rest van dit artikel in het NIW nr. 43