Süskind voor Marokkanen

Het Joods Marokkaans Netwerk Amsterdam (JMNA) organiseerde afgelopen zondag een bijeenkomst waar de film Süskind werd getoond.

Auteur en foto: Frank Kromer

Toen PvdA-prominent Harry van den Bergh de film Süskind voor de eerste keer zag, liep hij ontdaan de zaal uit. Eenmaal thuis dacht hij ‘dit moet ik mijn Marokkaanse vrienden laten zien.’ En zo kwam het dat zaal 2 van filmhuis Kriterion zondag goed gevuld was met Amsterdamse Joden en Marokkanen, van jong tot oud. Burgemeester Eberhard van der Laan en regisseur Rudolf van den Berg waren ook aanwezig. „Als je deel van de stad wilt uitmaken, dan moet je leren van haar geschiedenis, van haar mensen en haar diepgewortelde verdriet,” zegt Van den Bergh, die zich al jaren inzet voor het JMNA, voor aanvang van de bijeenkomst. „Voor de Marokkaanse gemeenschap is het dus belangrijk om te weten wat er zich afspeelde in de Tweede Wereldoorlog. Ik wil helemaal wegblijven van de vergelijking tussen de Joden in de jaren dertig en de Marokkanen nu, want die parallel is onmogelijk. Het gaat om opkomen voor groepen die worden vernederd.”

Moreel verantwoordelijk 

De film Süskind vertelt over de heldendaad en de dubbelrol van Walter Süskind, lid van de Joodse Raad en beheerder van de Hollandsche Schouwburg waarvandaan Joden werden gedeporteerd naar kamp Westerbork. Terwijl de lichten aangaan en de aftiteling langzaam afloopt, blijven de ongeveer vijftig aanwezigen roerloos zitten. Het duurt meer dan vijf minuten voordat de zaal klaar is voor de paneldiscussie. Regisseur Van den Berg heeft de film opgedragen aan hen die vandaag worden vernederd en vervolgd: „Mensen leefden onder hevige terreur. Niemand kan zich echter daarachter verschuilen. Ook al ben je niet vrij in jouw keuzes, je bent altijd moreel verantwoordelijk voor de consequenties ervan. Ook vandaag de dag draagt iedereen waar ook ter wereld die verantwoordelijkheid – of het nu neerkomt op discriminatie of verkettering.” Hoogleraar klinische psychologie Alfred Lange, die zelf drie concentratiekampen overleefde, legt tijdens de paneldiscussie uit hoe geraakt hij is door de film: „Het laat de schofterigheid vanuit de machtsmachine zien en de gruwelen in de samenleving zelf. Zodra je voelt, dit deugt niet, dan moet je iets doen.” Ook Lange waarschuwt voor het maken van vergelijkingen tussen de Tweede Wereldoorlog en het heden. „Maar ik beschouw het wel als een gruwel hoe moslims nu worden weggezet. Ik vind dat de Joodse gemeenschap stelling moet nemen tegen de discriminatie van moslims. Zeker als je een bevolkingsgroep bent die door de geschiedenis zo gevormd is, moet je extra letten op misstanden in de samenleving.”

Geen verzet 

Burgemeester Van der Laan sluit de bijeenkomst af: „Ik had een tijd geleden een overleg met mensen van de Joodse Gemeenschap. Een van de aanwezigen wist dat ik bestuursvoorzitter ben geweest van het Verzetsmuseum en zei uitdagend tegen me: ‘Er was helemaal geen verzet in Nederland.’ Dat shockeerde me, want dat is niet zo. Maar twee weken geleden had ik de eer om het eerste exemplaar van het boek In Memoriam te mogen ontvangen. Een boek over achttienduizend vermoorde kinderen. Toen ik dat boek in mijn handen had, begreep ik wat die man bedoelde. Ik stond in de Portugese Synagoge en ik was het zat om op genuanceerde wijze te praten over dit onderwerp, want het heeft geen betekenis in het licht van die kinderen. Dus ik heb die Joodse meneer toen geciteerd. Na afloop van mijn toespraak zag ik dezelfde man op mij aflopen met een enorme glimlach en hij zei tegen me: ‘Ik heb elke dag op het punt gestaan om uw te bellen en mijn excuses aan te bieden.’ Dat vond ik heel mooi.”

Samen ingrijpen 

Karima Belhaj, voorzitter van het JMNA, is na afloop van de bijeenkomst tevreden: „Je zag dat iedereen doodstil was na de film. Het is niet voor te stellen dat dit in Amsterdam is gebeurd. Met zulke evenementen proberen wij mensen het verleden bij te brengen, zodat we steeds vaker samen kunnen optrekken tegen discriminatie. Het gaat niet om moslims of Joden. Het meldpunt tegen Polen is precies zoiets, dat mogen wij niet tolereren.” Terwijl Süskind op het scherm werd vertoond, zat Harry van den Bergh rustig in het café van Kriterion een biertje te drinken. Hij kon het emotioneel niet aan om de film nog een keer te zien, legt hij later uit. Hij weet dat er nog een lange weg te gaan is om Amsterdamse moslims en Joden naast elkaar te krijgen: „Maar als je nergens begint, kan je ook niet ergens eindigen.”

1 Comment

  1. Het zou fijn zijn deze film ook in Israel te vertonen, vooral in de cinematheek. Met een uitleg erbij van wat specifiek joods Nederland voor de oorlog was, wat de joodse raad was en hoe bijna het gehele Nederlands joodse leven weggevaagd is.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.