Superieure vertelkunst 

Winter, de - Geronimo omslag highresIn zijn jongste roman Geronimo laat Leon de Winter zijn fantasie de vrije loop over de omstandigheden waaronder Osama Bin Laden werd gedood. Het levert een spannend boek op. 

Door: Annet Bleich

Hoe verschillend John F. Kennedy en Osama bin Laden verder ook mogen zijn, ze hebben één ding gemeen: hun dramatische dood spreekt tot de verbeelding. De omstandigheden waaronder ze aan hun einde kwamen zullen nog lang voorwerp van speculatie en heftige onenigheid blijven. Was Lee Harvey Oswald wel de (enige) moordenaar? Zat Cuba er niet achter? Of toch de CIA? Was de raid waarbij Osama bin Laden werd gedood wel een Amerikaanse soloactie? Waarom moest hij eigenlijk dood? Wist hij te veel? Over wie dan? Onlangs heeft de Amerikaanse journalist Seymour Hersh, die eerder opzienbarende onthullingen deed, onder andere over de folteringen in de Iraakse gevangenis Abu Ghraib, zich op het gladde ijs van de speculatie gewaagd. In de London Review of Books betoogt hij onder meer dat Osama met medeweten van Pakistaanse generaals is omgebracht en dat Bin Laden door een Pakistaanse overloper is verraden en niet is opgespoord door geduldig speurwerk van de CIA. Ook zou Pakistan allang van zijn verblijfplaats op de hoogte zijn en mocht Bin Laden van de heersers in Saoedi-Arabië (zijn thuisland) per se niet levend in Amerikaanse handen vallen. Deze versie van de gebeurtenissen wordt door het Witte Huis afgedaan als ‘utter nonsense’, maar wie zal het zeggen? Geheime diensten zijn nu eenmaal niet erg transparant. En is het niet heerlijk om op de vleugels van je fantasie een mooi eigen verhaal over Osama’s duistere eind te creëren?

Dubbelganger
Dat is precies wat Leon de Winter heeft gedaan in zijn jongste roman Geronimo. Hoofdpersoon Tom Johnson, die in het verleden geheime operaties voor de CIA uitvoerde, ontdekt dat bij de Amerikaanse raid in het Pakistaanse stadje Abottabad niet Bin Laden is gedood, maar een dubbelganger. De echte Bin Laden is op initiatief van Navy Seals die aan de actie deelnamen ontvoerd door enkele Tadzjieken die hem in een kelder vasthouden. De Seals, vrienden van Tom, waren gechoqueerd dat het blijkbaar de bedoeling van hun Amerikaanse opdrachtgevers was Osama het zwijgen op te leggen, want levend en gevangen zou hij van méér waarde zijn. Daarom schakelden zij, in strijd met het bevel, hun Tadzjiekse contacten in. En wie was er dan zo verschrikkelijk bang dat Osama, eenmaal opgepakt, zijn kennis met de westerse wereld zou delen? Het zou zonde zijn om te veel van de plot prijs te geven, want als één compliment op zijn plaats is, dan wel dat Geronimo ontzettend spannend is. Maar goed, een tipje van de sluier: Osama is bijzonder trots dat hij iets weet van president Barack Obama waarmee hij hem kapot kan maken. Obama weet dat en wil hem daarom uit de weg ruimen. Dat mislukt dus in eerste instantie – al is Obama daarvan niet op de hoogte –, maar uiteindelijk komt het allemaal goed voor de president, dankzij een christelijke Pakistaanse jongen die graag Amerikaan wil worden en – had het anders gekund? – dankzij de Mossad, die via de Joodse Tom op de hoogte komt.

Genot
Geronimo (een aan een vermaard Apachehoofd ontleende codenaam voor Bin Laden) is stevig gekruid volgens Leon de Winters ideologische smaak. De Israëlische geheim agenten zijn (met Tom en zijn maten, de rebelse Seals) de enige inlichtingenmensen met nesjomme, de Saoedi’s zijn bruten, de Pakistaanse moslims die worden opgevoerd zijn meestal eng en president Obama blijkt een nog dubieuzere figuur dan premier Netanyahu altijd al heeft gedacht. Dat Geronimo, ook als je De Winters politieke voorkeuren niet deelt en zijn versie van Osama’s dood in het rijk der fabelen situeert, toch een genot is om te lezen, is te danken aan De Winters superieure vertelkunst. Er is een mooi, ontroerend subplot over de prille liefde tussen Jabbar en het veelgeplaagde Afghaanse meisje Apana, dat zichzelf vindt dankzij muziek van Bach, en de schrijver kruipt ook in het hoofd van Osama, die niet voor honderd procent een monster blijkt te zijn. De Winter heeft duidelijk goed naar John le Carré gekeken en met iets minder ideologische doordraverij komt hij in de buurt.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*