Stelling: Ik ben er trots op dat ik in ’67 voor Israël heb gestreden

De Forum-stelling van de week luidt: Ik ben er trots op dat ik in ’67 voor Israël heb gestreden. Joost Dessaur, Esther van Gelder, Ephraim Eisenmann, Rami de Lieme en Moshe Godschalk reageren.

Prijs
Joost Dessaur

Wie trots is heeft veel van het leven niet begrepen.

Ik was gelegerd nabij Nitzaniem, bij de Gazastrook. Die ochtend om 7.45 uur was er luchtalarm. Op hetzelfde moment vlogen Mirage-straaljagers zo laag over de toppen van de bomen dat deze eerbiedig bogen. Iedereen in onze eenheid wist dat dit anders zou zijn dan de incidentele acties waar we tot dan toe bij betrokken waren. We gingen met onze gepantserde halfrupsvoertuigen tussen mijnenvelden door de grens over.
En dan verandert er iets in je mens-zijn en mensbeeld. Je weet dat je strijdt voor het behoud van je vaderland en de veilige thuishaven van miljoenen Joden in de gola. Achter je ligt de zee, de stranden van Asjkelon en Tel Aviv, de heuvels van Jeruzalem en de door mijn eenheid geadopteerde berg Masada. Dat alles waarborgt vrijheid en een leven zonder angst voor pogroms, getto’s, concentratiekampen en antisemitisme. Veiligheid voor mijn dierbare pleegouders (z.l.) en hun kinderen. Dit is de prijs. Twee weken eerder had ik zullen afzwaaien. Ik had mijn wapen al ingeleverd, maar kreeg een nieuwe uzi, nog in vetvrij papier. Het ingegraveerde nummer begon met NL. De Nederlandse overheid had met het oog op de dreigende situatie een zending retour gestuurd. Zo vocht ik met een wapen dat feitelijk voor mijn geboorteland bestemd was.
Ik ben trots op het Israëlische leger, dat met weinig middelen en mankracht zo’n overmacht heeft weten te weerstaan. Ik ben trots op mijn maten. Op mijn eigen handelen wil en kan ik niet trots zijn. Aan de andere kant stonden jonge mannen, gestuurd door foute leiders. Soldaten met vrouwen, ouders en kinderen. Wie trots is op zijn eigen daden in een oorlog heeft veel van het leven niet begrepen.

Joost Dessaur (70) was van 1965-’67 dienstplichtig militair in de IDF. Na de Zesdaagse Oorlog werd hij vanwege speciale diensten bevorderd tot sergeant.

Voldoening
Esther van Gelder

Dat ik daar mijn toenmalige echtgenoot ontmoette, was een bonus.

Mijn ouders kwamen beiden ‘gekreukeld’ uit de oorlog. Never again betekent voor mij never again. Mijn vader vocht in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948, mijn broer in de Jom Kipoeroorlog van 1973. Begin 1949 gingen mijn moeder en ik mijn vader achterna. Na opvang in Pardes Hanna volgden we mijn vader, die nog steeds in het leger zat en van standplaats naar standplaats ging. Op de kleuterschool in Sjadmot Dvora leerde ik Ivriet. In 1953 ging ik met grote tegenzin met mijn ouders terug naar Nederland.
Fast forward naar juni 1967. Aan de vooravond van de Zesdaagse Oorlog onderbrak ik mijn verpleegopleiding in de CIZ, meldde me onmiddellijk aan als vrijwilligster en werd in een ziekenhuis in Petach Tikva geplaatst. De grootste voldoening was dat ik een positieve bijdrage heb mogen leveren aan de continuïteit van de patiëntenzorg in een tijd van hoge nood. Dat ik daar mijn toenmalige echtgenoot ontmoette, was een bonus. Wat in Israël van de jaren 50 tot de jaren 70 met bloed zweet en tranen werd bereikt, is onvoorstelbaar. En voor al die Joden in de diaspora met hun vaak ongenuanceerde kritiek op de staat Israël, citeer ik de bekende Engelse, progressieve journalist en schrijver Howard Jacobson: “Stop your bashing of Israël, you may need it one day.”

Esther van Gelder (59) is mediator, gaf 28 jaar les in jodendom bij Stichting Leerhuis IJmond en heeft 2,5 jaar geleden alia gemaakt.

Onvergetelijk
Ephraim Eisenmann

Een zaak van pikoeach nefesj.

Het begon allemaal met een oproep in het moadon van Bne Akiwa, waar ik toen aan verbonden was. Het ging echt om vrijwilligerswerk. Dat was belangrijk om de gaten op te vullen die de soldaten in de Israëlische samenleving achterlieten. In principe gingen er geen vluchten naar Israël, maar op donderdag hoorden we dat er vrijdagmiddag een El Al-vlucht naar Israël zou vertrekken. Ik was samen met drie andere dati, onder wie ook Nissan Just, zoon van rabbijn Just.
Vliegen op vrijdag, dat was wat, want dat betekende inkomende sjabbat in de lucht. Maar rabbijn Just, die op dat moment autoriteit was, gaf ons permissie: dit was pikoeach nefesj, ‘redding van levensgevaar’. We hebben tijdens de vlucht kidoesj gemaakt. Op Ben Goerion hebben we de sjabbat doorgebracht, in een opvangcentrum stonden vier bedden voor ons klaar. De organisatie was uitstekend. Met tachtig soldaten hebben we daar de dag doorgebracht, terwijl er tegen Syrië nog gevochten werd. Er kwamen die dag piloten bij ons binnen om tussen de aanvallen door even wat te eten. Uiteindelijk ben ik in een klein groepje doorgereisd naar een instituut in de buurt van Akko, waar jonge, orthodoxe delinquenten zaten. Ik heb daar lesgegeven totdat de reservisten, die na ongeveer een maand terugkwamen, de taak konden overnemen. Ik was 23. Het voelt goed dat ik dat toen heb gedaan, dat ik iets heb kunnen bijdragen. En op Sjavoeot, de dag dat al die duizenden mensen naar de Kotel trokken, was ik erbij. Onvergetelijk.

Ephraim Eisenmann (73), econoom, emigreerde in 1970 naar Israël. Hij maakte carrière in het bankwezen en is tegenwoordig voorzitter van Irgoen Olei Holland.

Noodzakelijk
Rami de Lieme

Ik heb er na de oorlog psychisch last van gehad.

Ik werd een maand voor de oorlog als reservist opgeroepen. Als parachutisten zouden we gedropt worden in de Sinaï. Lang wachten op groen licht, onze kist stond klaar, en toen kregen we het bericht dat Sharon de klus al had geklaard. Vervolgens zijn we naar de Golan gestuurd. We zijn met heli’s achter de frontlinie gedropt. Daar vingen we de vluchtende Syrische soldaten, kanonnenvoer van 18 jaar, op. Ik was 19. Kijk, de oorlog was gewoon noodzakelijk. Het afsluiten van de Golf van Eilat door Nasser was een casus belli. We waren vooraf heel zenuwachtig omdat we tegenover een enorme overmacht stonden en we waren bang dat de Syriërs en Jordaniërs tegelijk zouden gaan schieten. Dat deden ze niet.
Na de Golan zijn we in Latroen beland, waar we Egyptische commando’s uit de Westbank tegenkwamen, zo’n 250 man. Sommigen vonden we ook met de keel doorgesneden, door de Palestijnen, die hadden het ook niet zo op de Egyptenaren. Vanuit Latroen zijn we doorgestoten naar Ramallah. Ik heb tot een week na de oorlog nog gediend en toen was het over. Heel snel, ja. Ik was ervan overtuigd dat er nu vrede zou komen, maar dat was mijn westerse bril. Na de oorlog heb ik psychisch nog last gehad van wat er allemaal was gebeurd. Trots op het vechten in een oorlog kun je niet zijn, maar ik zou wel opnieuw dezelfde keuze maken. We stonden met onze rug tegen de muur.

Rami de Lieme (70) is eigenaar van een flight simulator-trainingbedrijf. Hij is actief bij B’nai B’rith.

Blij
Moshe Godschalk

Ik ben nog steeds blij dat ik toen die beslissing heb genomen.

Ten tijde van de Zesdaagse Oorlog was ik 19. Ik wilde naar Israël, me nuttig maken. Ik was allang van plan om op alia te gaan. Ik herinner me hoe je je bij het consulaat moest aanmelden als vrijwilliger. Er stond een enorme rij, mensen hadden een transistorradio aan hun oren om maar niets te missen van de ontwikkelingen. Tijdens een drukbezochte sjoeldienst in de Lekstraat hoorden we dat Jeruzalem veroverd was. Maar de oorlog was nog niet voorbij. Ik ben met een aantal mensen van Bne Akiwa op een El Al-vlucht gestapt. Ik sprak weinig Ivriet, maar overal waren handen tekort. Heb eerst in een instituut voor jonge, orthodoxe delinquenten in de buurt van Akko wat hand-en-spandiensten verricht. Later ben ik doorgegaan naar een kiboets. Ik heb op het land gewerkt en in de loel (het ‘kippenhok’). Er waren veel mannen weg, dat veroorzaakte chaos. Wij probeerden dat zo goed mogelijk op te vangen.
Mijn toenmalige vriendin en latere echtgenote, Betty, was ook als vrijwilligster in Israël. Het was een bijzondere tijd. Er heerste een bijna messiaanse vreugde om de hereniging van Jeruzalem en het feit dat steden als Hebron weer voor Joden bereikbaar waren. Maar ook was er verdriet om de soldaten die het leven hadden gelaten. Ik ben nog steeds blij dat ik toen die beslissing heb genomen.

Moshe Godschalk, gepensioneerd neurobioloog, was hersenonderzoeker in het Erasmus MC en rector van het Maimonides.

Het NIW-forum bestaat uit personen van diverse pluimage, van links tot rechts, atheïstisch tot orthodox, man en vrouw, van jong tot oud. Met enige regelmaat wordt leden gevraagd te reageren op een stelling die samenhangt met hun maatschappelijke interesse en expertise. Wilt u meediscussiëren? Mail naar karendejager@planet.nl.

1 Comment

  1. Ik weet nog goed de spanning van die tijd. Zou Israel het tegen zo’n overmacht redden of zou de vernietiging weer toeslaan? Het gejuich was groots toen bleek welke gebieden veroverd waren een daardoor deel gingen uitmaken van Israël. Niets bezetting het was een bevrijding, een consequentie voor de verliezers van een haat oorlog die al ver voor 1948 begon. Nu de tempelberg nog terug.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*