Steekpartij

De Oude Stad van Jeruzalem - Foto: Nati Shohat/FLASH90
De Oude Stad van Jeruzalem - Foto: Nati Shohat/FLASH90
De Oude Stad van Jeruzalem

De golf van steekpartijen, demonstraties en wederzijds wantrouwen die nu al weken door dit land raast, gaat aan niemand voorbij. Op mijn vaste buslijn in Jaff a, waar veel Arabische Israëli’s wonen, rijdt sinds kort een beveiliger mee. Hij heet Yaakov, heeft warrig grijs haar en houdt wel van een praatje. Yaakov heeft een vaste plek, en zit erbij alsof hij al jaren op deze bus rijdt. Aan zijn broekriem hangt een holster met een groot revolver, waar hij af en toe zijn hand op legt.

Ik ben een dag met hem meegereden om eens te kijken wat voor sfeer er hangt in verschillende delen van Jaff a en Tel Aviv. Dat viel mee. Ondanks meerdere oproepen tot algehele stakingen van politici op de Westelijke Jordaanoever en incidentele gewelddadige demonstraties in Jaff a zelf, zijn de meeste winkels van Arabische Israëli’s iedere dag gewoon open. Het is rustiger dan normaal, maar het economische leven valt geenszins stil. “Komt wel weer goed,” zei Yaakov vol vertrouwen. “Een paar weken nog en het ebt weer weg. We zijn wel wat gewend.”

Bodemprijzen
De volgende dag ging ik naar Jeruzalem. Daar ontvouwt zich een drama. De Oude Stad en de Palestijnse buurten van Oost-Jeruzalem zijn onheilspellend stil. Langs de toegangswegen tot de buurten waar veel van de daders van de recente aanslagen op Joodse Israëli’s vandaan komen zijn checkpoints opgetrokken, bemand door zwaarbewapende soldaten. Veel winkels zijn dicht, en in de Oude Stad zijn midden op de dag bijna geen toeristen. Er hangt een behoorlijk grimmige sfeer.

Dit is geen vrolijke column. Op de Westelijke Jordaanoever is het probleem in potentie nog veel groter

Maar de winkeliers in de Oude Stad komen er wel weer bovenop. Toeristen zullen terugkomen. Ze worden daarbij een handje geholpen door het Israëlische ministerie van Toerisme, dat deze week in de Verenigde Staten een grote campagne lanceert om Amerikaanse toeristen tegen bodemprijzen naar Israël te krijgen. Maar voor winkeliers in Oost-Jeruzalem, waar maar weinig buitenlandse toeristen komen, zijn de perspectieven slechter. Het oostelijke en westelijke deel van de stad zijn economisch met elkaar vervlochten. Als de dagelijkse rellen doorgaan en hun isolement groeit kan dit olie op het vuur van de gefrustreerde jonge demonstraten betekenen.

20% van het BNP 
Dit is geen vrolijke column. Op de Westelijke Jordaanoever is het probleem in potentie nog veel groter. Daar zijn meer dan duizend Israëlische fabrieken en veertien industriële zones waar zo’n 30.000 Palestijnen werken. Daar zijn de Palestijnen die in Joodse nederzettingen werken, volgens schattingen nog eens 20.000, nog niet bij opgeteld. Wat je verder ook vindt van deze situatie, deze mensen verdienen naar omstandigheden een redelijke boterham. Tel daar de grofweg 80.000 Palestijnen van de Westelijke Jordaanoever bij op die iedere dag met of zonder vergunning in Israël werken en de 50.000 mensen die werk verrichten dat er door Israëlische bedrijven wordt uitbesteed, en je praat over een signifi cant deel van de lokale economie. De statistieken zijn notoir onbetrouwbaar en vaak verouderd, maar economen schatten de som van al deze bijdragen op zo’n 20 procent van het nationaal product. Als aan deze activiteiten door strengere Israëlische veiligheidsmaatregelen een einde komt, stort de boel als een kaartenhuis in elkaar.

Toch nog een lichtpuntje dan: de Palestijnse Autoriteit en Israël zijn zich hier ten volle van bewust, en willen vooralsnog geen beperkingen van het economisch verkeer. Maar het vergt moedige politici om dit vol te houden als het geweld doorgaat.

1 Comment

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*