‘Stand-up comedian zal ik wel nooit worden’ 

Marc de Hond toneel_Foto Bart ter Hart
Foto Bart ter Hart

Hij was al televisie- en radiopresentator, internetondernemer, schrijver, documentairemaker en rolstoelbasketballer. Nu gaat Marc de Hond het theater in. „Het podium was letterlijk heel hoog voor mij.” 

Ik ben geen cabaretier, en stand-up comedian zal ik wel nooit worden. Ik ben gewoon iemand met een bijzonder verhaal, waar mensen misschien iets aan hebben. Dat verhaal heb ik nu in een jasje gegoten waardoor ze ook nog een leuke avond beleven.” Een bijzonder verhaal heeft Marc de Hond (Amsterdam, 1977) zeker. In 2002 onderging hij een rugoperatie die hem een verlamming vanaf zijn borst opleverde. Over de nasleep en het acceptatieproces daarvan schreef hij in 2008 het boek Kracht. De positieve titel is tekenend voor Marcs levensinstelling. Al is hij afhankelijk van zijn rolstoel en heeft hij inmiddels aanvaard dat hij niet meer zal kunnen lopen, hij is actiever dan ooit. Zo presenteerde hij het televisieprogramma De Rekenkamer en maakte hij een documentaire over ‘shockjock’ Giel Beelen. Vanaf maart gaat hij het theater in met zijn solovoorstelling Scherven brengen geluk, het nieuwe leven van een optimist, over hoe hij na zijn dwarslaesie weer gelukkig werd.

Onbegrip
Met zichtbaar enthousiasme vertelt Marc hoe het idee voor de voorstelling ontstond. „Ik weet hoe het is om voor radio of televisie in een microfoon te praten, maar daarbij had ik graag zo min mogelijk met het publiek te maken. Mijn angst is dat je een grap maakt en het hele publiek zit je vol onbegrip aan te kijken. Als ik in de zaal zat bij cabaretiers als Daniël Arends, Guido Wijers of Jochem Myjer, fantaseerde ik stiekem over hoe ik zoiets zou doen, maar het podium was letterlijk heel hoog voor mij. Ook vanwege mijn rolstoel leek het me lastig. De meeste theaters zijn voor publiek wel rolstoeltoegankelijk, maar backstage heel moeilijk.” Toch besloot hij de stap naar het toneel te wagen. Eind 2012 hield hij een zogeheten TEDTalk, een inspirerend kort verhaal, in de Amsterdamse Stadsschouwburg. „Ik moest in twaalf minuten, in het Engels, uit mijn hoofd, mijn levensverhaal vertellen. Daarmee heb ik mijn angst voor het publiek wel overwonnen. Doordat dat heel goed ging, werd ik gevraagd voor De LULverhalen, van Howard Komproe. Mannen die persoonlijke verhalen vertellen over hun ‘mannelijke energie’. Dat van mij ging over hoe ik na mijn dwarslaesie weer liefde, seks en eigenwaarde heb opgebouwd.” Vervolgens kreeg hij de smaak te pakken. „Ik kreeg positieve reacties van mensen als Ali B en Hans Sibbel. Als zij vinden dat ik dit kan, dacht ik, dan is het misschien wel zo. De impresario van De LULverhalen stelde voor dat ik een eigen programma zou maken en vervolgens bleken er 24 theaters geïnteresseerd te zijn. Het laatste halfjaar heb ik dit programma geschreven, uit mijn hoofd geleerd en geoefend met een regisseur. We zijn nu try-outs aan het doen.”

Genant
In Scherven brengen geluk viert Marc het twaalfeneenhalfjarig jubileum van zijn dwarslaesie. Want het grootste drama in zijn leven heeft hem ook veel moois gebracht. Je hebt namelijk het perfecte excuus om niet mee te hoeven doen in genante polonaises, je parkeert je auto overal gratis en hebt altijd de beste plek bij concerten, ook al kom je als laatste binnen.
„Natuurlijk is er ook een keerzijde. Ik ga niet anderhalf uur vertellen hoe geweldig het is om een dwarslaesie te hebben. Maar de boodschap is positief. Ik vertel hoe er de afgelopen jaren allerlei bijzondere dingen op mijn pad kwamen. Er zijn flashbacks naar de eerste maand in het revalidatiecentrum. En er is het verhaal van Hans, de jongen die in de kamer naast mij lag en verlamd is vanaf zijn nek. Hij is degene aan wie ik denk als ik een moeilijke dag heb. Mensen die niets mankeert vragen zich af hoe ik het glas halfvol kan zien. Maar ik ben volledig zelfstandig en kan overal naartoe. Hij heeft weer een heel ander leven.” Hoewel de voorstelling een positieve lading heeft, gaat het wel wéér over zijn dwarslaesie. Is hij niet bang in een hokje geplaatst te worden, als ‘die jongen in die rolstoel’? „Vroeger hield ik een score bij: ik deed tien dingen die er niet mee te maken hebben, tegenover één dat er wel mee te maken had. Maar misschien zien mensen me toch zo. Ik had daarom ook kunnen denken: ik kom in mijn rolstoel het podium op, en ik ga daar niks over zeggen. Maar het theaterpubliek kent mij nog niet. Een debuutvoorstelling is ook bedoeld om jezelf voor te stellen. Wat mij onderscheidt van de rest is dat ik iets heel heftigs heb meegemaakt en daar op een bijzondere manier mee omga. Als mensen mij zo zien, vind ik dat prima.”
Toch heeft hij niet het idee dat mensen hem alleen maar zien als jongen in een rolstoel. „Aan het begin van de voorstelling vraag ik aan het publiek wie mij al kennen, en waarvan. Dat is heel uiteenlopend. De een kent me als rolstoelbasketballer of internetondernemer. Een ander kent mijn radioprogramma, of heeft me bij De Wereld Draait Door gezien. Weer een ander kent mij alleen als een van de apostelen in The Passion.” 

Misschien dat mensen je ook kennen als ‘de zoon van Maurice de Hond’.
„Mijn vader is nu met een veel jongere vrouw getrouwd. Op hun bruiloft kwam ik een wat oudere vrouw tegen, met wie ik later een relatie kreeg. Dat bleek de moeder van de vrouw van mijn vader. Ik ben dus méér dan alleen de zoon van Maurice de Hond, ik ben nu ook de schoonvader van Maurice de Hond. Nee hoor, dat is maar een grap.”

Die zelfspot wordt vaak als typisch element van Joodse humor genoemd. Speelt je achtergrond een rol in je voorstelling?
„Ik ben Joods opgevoed, maar geloof niet in de Joodse God. In de voorstelling vertel ik hoe ik mijn letterlijke geloof in God ben kwijtgeraakt in dezelfde week dat ik mijn geloof in Sinterklaas verloor. Maar ik vind religie heel interessant, misschien dat een volgende voorstelling daar nog meer over zal gaan, als ik dat aandurf in deze tijd.”

Kun je het ook hebben als anderen grappen over gehandicapten maken?
„Als het goede grappen zijn, zeker. Iemand als Micha Wertheim, die al jaren intelligente grappen over gehandicapten maakt, vind ik fantastisch.” Net als Wertheim wil ook De Hond in zijn show de grenzen opzoeken. „Op tv blijf ik altijd binnen de lijntjes, op het podium durf ik meer. Ik vertel bijvoorbeeld meer over seks en liefde. Mensen verwachten niet dat je een womanizer kan zijn als je in een rolstoel zit. Maar die tijden heb ik wel gehad. Ik vind het leuk om met dat beeld te spelen.” Dat blijkt overigens ook uit het affiche van Scherven brengen geluk, waar een schaars geklede dame bevallig op Marcs schoot zit. Daarnaast hoopt hij voor andere mensen met een beperking een voorbeeldfunctie te vervullen. „Toen ik mijn dwarslaesie kreeg, keek ik op naar mensen als tennisster Esther Vergeer en acteur Christopher Reeve. Mensen die in een rolstoel zitten, maar wel de spirit houden. Misschien denken anderen dat nu ook over mij. Maar het belangrijkste is dat ik dit zelf leuk vind om te doen. Ik had vroeger een aantal dromen: een tv-programma maken, een documentaire maken, een boek schrijven, in het Nederlands elftal spelen en in het theater optreden. Het werd niet het Nederlands voetbalelftal, maar het Nederlands rolstoelbasketbalteam. Verder is alles nu gelukt.”

Scherven brengen geluk, vanaf 5 maart in theaters door het hele land, try-outs zijn reeds begonnen. Zie voor de volledige speellijst: www.marcdehond.nl 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*