Spel zonder grenzen

Israël is grenzeloos, letterlijk. Als inventieve Joden daar geen slagbomen hadden aangebracht, wist je niet waar het begint of eindigt. Buitenlandse binnenvallers zagen die slagbomen zo vaak niet dat beter extra bedden bij gezet konden worden. Op een van die bedden droomde, zoals u weet, aartsvader Jakob dat hij van de Eeuwige de bijnaam Israël kreeg, ‘strijder met God’. Klaar ben je. Want toen Kobus Israël hongerig naar Egypte afreisde, pikten achter hem Kanaänieten zijn land in.

Waar zagen we dat vaker? Dat de bekende stele van Merenptah in 1220 vóór rept van ‘Israël’, bewijst dat het land en volk toen al bestonden. Oké, bezet door Assyriërs, Babyloniërs, Grieken en Romeinen, plus christenen tot uiteindelijk de ultieme klojo’s, de Arabieren, binnenvielen om nooit meer naar buiten te gaan. Zij wilden geen bed, zij willen de hele bedoening.

Laat ik er één stadje als voorbeeld uitlichten: Joods Safed, nu Noord-Israël, bestond al in 66 ná, en was eeuwenlang centrum van Kabbalastudie. Betaalde dhimmi-belasting aan de Arabieren tot die in 1517 werden afgelost door Ottomaanse Turken, waarna die Arabieren uit wraak de Joodse bevolking over de kling joegen. Wég Kabbalastudie, wég 32 synagogen en wég Joden in 1583, want wie weigerde te vertrekken, ontmoette Koran en kromzwaard. In 1628 en 1662 werd Safed nog eens vernield door Mehmet IV (1649-1687), bij de pest van 1812 stierf 80 procent van de desondanks teruggekeerde Joden, en wie nog leefde werd gegijzeld door Abdullah Pasha, gouverneur van Akko. Waarna het Joodse Safed, het kán niet op, in 1834 nog maar eens platgebrand werd door rebellerende Arabieren, en de Druzen vier jaar later hetzelfde deden.

Beproefd recept
Pas toen eind 19e eeuw uit Iran, Marokko en Algerije gevluchte Joden zich vestigden en de Engelse Jood Moses Montefiori driekwart van Safed kocht van de Ottomanen, werd het weer wat. Maar de massaal uit buurlanden naar dit economisch wonder toegestroomde Arabieren hadden daar in 1929 geen boodschap aan, en dus gingen de Joden er maar weer ’s aan volgens beproefd recept, bij wat nu de ‘Palestijnse rellen’ heten. In de Engelse Mandaatperiode ging dat moorden gewoon door – je vraagt je af of er nog op valt te baren tegen die Arabieren – totdat eindelijk, bij de Israëlische Onafankelijkheidsoorlog in 1948, de Arabieren vertrokken, omdat ze hun broeders van het Arabisch Legioen niet voor de voeten mochten lopen bij de opheffing van héél Israël. Dat liep dus anders. Onder die vluchtelingen zat de familie van de huidige Palestijnse president Mahmoud Abbas. Zoals bekend promoveerde die op de Patrice Lumumba-universiteit te Moskou op het onderwerp ‘De geheime relatie tussen nazisme en zionisme’, waarin hij de moord op zes miljoen Joden omschreef als een ‘fantastische leugen’.

Niettemin: die ‘leugen’ leidde tot een fantastisch land, hoewel je wel mensen hoort die menen dat het terug moet naar de grenzen van 1967 of 1948. Die mensen hoor je nooit betogen dat hier de Batavieren maar terug moeten na het vertrek van de Romeinen. Of dat het hoofdkwartier van de NSB terug moet naar de Utrechtse Maliebaan. Maar wél komen met Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad. Of met die sneue kaartjesreeks waarop ‘Palestina’ steeds poppiger wordt. Leugens over land: eerst wordt door Joden opgekochte grond als ‘Israël’ gezien en de rest van het Mandaatgebied als ‘Palestijns’, terwijl die Palestijnen pas driekwart eeuw later werden uitgevonden. Dan volgt, als werkelijkheid, het door de Arabieren geweigerde VN-verdeelplan van 1947, voordat ze binnenvielen en verloren. Dan op drie daarvan het resultaat: tot 1967 een bestandslijn, geen grens. En dan negeert het laatste kaartje volledig het Palestijns zefbestuur na 1995 van 98 procent van het land na ‘Oslo’, en het vertrek van de Israëli’s uit Gaza in 2005.

Tot uiteindelijk de ultieme klojo’s, de Arabieren, binnenvielen om nooit meer naar buiten te gaan. Zij wilden geen bed, zij willen de hele bedoening

Niettemin probeert president Trump het as we speak opnieuw met de Palestijnen. Niets over bekend, behalve dat die ongezien al tegenstemmen. De tijden zijn ook veranderd: de Arabieren zien nu Iran als hoofdvijand en hebben Israël nodig. En dus komen de Palestijnen niet verder dan een gegeven paard bij voorbaat al de tanden uit de bek te slaan. Israël: het betekent ‘strijder met God’. Zolang die nog niet met pensioen is en de Palestijnen nooit tevreden, mag dat land nog wel even grensverleggend blijven.