Sluimerende oorlog in Jeruzalem

.Jeruzalem is al maanden vrijwel dagelijks het toneel van rellen en geweld. Terwijl Netanyahu meer politie inzet, vragen inwoners zich af waar dit eindigt.

Het is pas half een ’s middags, maar er staat al een lange rij voor de trap naar de Rotskoepelmoskee in de oude stad van Jeruzalem. Hoewel de deur pas over een uur opengaat, hebben veel toeristen zich al verzameld om verzekerd te zijn van een bezoek aan het beroemde islamitische heiligdom. Maar zelfs extra vroeg aanwezig zijn was deze week geen garantie voor bezichtiging. Door aanhoudende gewelddadige confrontaties tussen Palestijnen en Israëlische oproerpolitie in deze buurt was de moskee geregeld ontoegankelijk en mochten alleen Palestijnse mannen van middelbare leeftijd en ouder en vrouwen hier bidden. Het risico dat jongere gelovigen zouden gaan rellen werd te groot geacht. Sinds de moord op een Palestijnse tiener van de zomer, die volgde op de moord op drie Joods-Israëlische tieners nabij Hebron, smeult er een vuur van protest in Oost-Jeruzalem. Een vuur dat ieder moment lijkt te kunnen oplaaien tot een forse brand die de hele stad omvat.

Derde Intifada
De krantenkoppen worden steeds onheilspellender. Toen een jonge Palestijn vorige week met zijn auto inreed op een groep mensen bij een tramhalte in het centrum van Jeruzalem en daarbij twee mensen doodde – hij kwam zelf om door politiekogels toen hij na de crash wegrende – vroegen Israëlische opinieleiders en politici zich openlijk af of dit ‘het begin van de Derde Intifada’ was. Nu is dat een suggestie die ieder jaar wel een keer wordt opgeworpen, maar ditmaal lijken de strijdende partijen voorlopig niet van plan te de-escaleren. Premier Netanyahu kondigde de bouw aan van ruim duizend nieuwe woningen in Oost-Jeruzalem en uitbreiding van nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, tot grote woede van de Palestijnse leider Abbas, Jordanië en de internationale gemeenschap. De VN-Veiligheidsraad belegde prompt een spoedoverleg over de gespannen situatie in Jeruzalem en de geplande Israëlische nederzettingen.
Balanceert Jeruzalem echt op de rand van een oorlog? Nabij de Damascuspoort op de grens tussen Oost- en West-Jeruzalem neemt overdag het gewone leven zijn loop, ondanks de rellen die enkele uren eerder in de buurt plaatsvonden. Helikopters cirkelen boven de stad, in de lucht hangt een grote witte observatieballon en er is veel politie te paard, maar van oorlogstaferelen is absoluut geen sprake. „Als je het nieuws op televisie ziet en je kent deze buurt niet, lijkt het alsof de boel hier in brand staat, maar de realiteit is anders,” zegt Hoessein, de oudere eigenaar van het populaire City-koffiehuis tegenover de poort. „Natuurlijk zijn er veel opstootjes de laatste tijd, maar je moet bedenken dat die vaak binnen een half uur weer voorbij zijn. Het gebeurt dat er in deze straat gevochten wordt, en mensen twee straten verderop nietsvermoedend koffie zitten te drinken.” Toch heeft Hoesseins koffiehuis last van de spanningen. „Er komen sinds het begin van de Gaza-oorlog veel minder toeristen. Met name in de avonden is het erg rustig.”

Berland
Op zo’n honderd meter van de Kotel (de Klaagmuur) in de islamitische wijk van de oude stad kijkt een groepje Israëlische agenten verveeld toe hoe Palestijnse buurtjongens verstoppertje spelen. Ze houden met een schuin oog zicht op Jesjivat Nechamat Zion, verderop in de straat. Deze jesjieve, in 1980 gesticht door de omstreden rabbijn Eliezer Berland – die tijdens de Hoge Feestdagen op verzoek van Israël op Schiphol werd aangehouden, omdat hij wordt verdacht van seksueel misbruik van vrouwelijke volgelingen – staat boven op een Palestijns woonhuis. De chassidiem moeten langs de schone was van de onderburen omhoog om te lernen. Onder aan de trap helpen twee jonge studenten hun buren met boodschappen sjouwen. „Wij hebben hier geen last van de onrust,” zegt Michael, een uit Ierland afkomstige volgeling van Berland die al jaren in de stad woont. Hij is meer bezorgd om het lot van zijn rabbijn en wat hij ‘de campagne van de Israëlische overheid tegen de chassidiem’ noemt. „Ze doen er alles aan om ons zwart te maken.”
In de geïsoleerde wereld van de jesjieve in de oude stad dringt het nieuws over de onrust wellicht niet door, maar in de Palestijnse wijk Silwan die tegen de oude stad aan ligt wel. De 21-jarige Palestijnse man die met zijn auto op de groep inreed, groeide hier op. Toen de politie weigerde zijn lichaam vrij te geven uit angst voor rellen op zijn begrafenis, vlogen de molotovcocktails en stenen avondenlang door de lucht. Het was al onrustig sinds een groep Joodse kolonisten een paar dagen eerder in het holst van de nacht haar intrek nam in twee appartementsgebouwen en er de Israëlische vlag hees. Buurtbewoner en activistische fotograaf Majd Gaith (23) ziet de ontwikkelingen met lede ogen aan. „Zodra de kolonisten hier komen wonen verslechtert de sfeer in de straat compleet. Er worden camera’s geïnstalleerd en er staan dag en nacht gewapende beveiligers voor de ingang. Niemand voelt zich meer vrij.” Daar komt volgens hem bij dat de komst van de kolonisten grote interne spanningen tussen de Palestijnen in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever blootlegt. „Joodse organisaties, zoals de rechts-nationalistische stichting Elad, kopen de gebouwen in Silwan voor veel geld van Palestijnse tussenhandelaren. Die tussenhandelaren wonen zelf niet in de buurt, dus zij hebben geen last van de kolonisten. Het zijn gewetenloze verraders,” zegt Gaith boos.
Vuilnis
Op de scheidslijn tussen Oost- en West-Jeruzalem, te midden van alle religieuze pleisterplaatsen, is het lastig in te schatten hoe explosief de situatie in de stad nu werkelijk is. Het is hier eigenlijk nooit echt rustig. De meeste bewoners van de buitenwijken krijgen weinig mee van alle tumult. Neem de uit Nederland afkomstige Daniël Baruch (44) die in het rustige zuidwesten van de stad woont. Hij komt dagelijks in contact met Palestijnen die in zijn buurt werken en heeft Arabische kennissen. „We komen elkaar tegen in de stad. Dan is het altijd beleefd en leuk. Sommige onderwerpen vermijden we gewoon. Eigenlijk gaat het altijd pas op groepsniveau en in de politiek echt mis tussen Joden en Palestijnen.”
Baruch, die steevast op de Likoed-partij van Netanyahu stemt, is kritisch over de wijze waarop de politiek de situatie aanpakt. „De wet wordt niet consequent toegepast. Er zijn nu wijken waar de politie niet komt en Joden niet veilig rond kunnen lopen. Dat is krankzinnig. De politie moet daar schoon schip maken en de relschoppers hard aanpakken.” Maar daar kan het volgens Baruch niet bij blijven. Hij pleit voor een veelomvattende strategie. „Ook in Arabische en ultraorthodoxe wijken moet consequent belasting worden geheven. Dat geld moet vervolgens geïnvesteerd worden in die wijken, zodat vuilnis wordt opgehaald en straatverlichting werkt. Het wordt tijd om Jeruzalem als één stad te behandelen en Palestijnse wijken op termijn meer zelfbestuur te geven, in plaats van alleen maar deze ideologische strijd te voeren.”

2 Comments

  1. Kleine correctie: “Dagelijks contact met palestijnen” is iets te algemeen. De contacten bestaan/bestonden uit ontmoetingen in Oelpan klassen, Michlalah (college) klassen, en vorig werk.
    Verduidelijking: Met “meer zelfbestuur” bedoel ik meer lokaal bestuur, dit om Palestijnse stokerij van PA en organisaties te omzeilen en te neutraliseren.
    Verder een goed geschreven stuk! 🙂
    Verder is het tenenkrommend om Abbas te horen zeggen “dat Joden de Tempelberg ‘besmetten’.”
    De suggestieve vergelijking met een virus is hemeltergend. Hoe kan men zo iemand nog als ‘vredespartner’ zien?

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*