Afscheid, maar verbondenheid blijft

6 Ronnie Naftaniel_Dirk Spits_DPHOTO
Foto: Dirk P. H. Spits/DPHOTO

Ronny Naftaniel vertrekt na ruim 37 jaar bij het CIDI. Hij is de man die het werkterrein verbreedde naar racisme en antisemitisme in het algemeen. 

Hij was de man die voor zijn beroep opinies formuleerde en in de loop der decennia een van de meest zichtbare leden van de gemeenschap werd. Hij was 33 jaar directeur van het CIDI en we spreken hem elf dagen na zijn 65e verjaardag op het hoofdkwartier van het CIDI aan de Haagse Jagersstraat, in een kamer op de bovenste etage. Op de 11e november gaat Ronny Naftaniel écht met pensioen tijdens een bijeenkomst in de Koninklijke Schouwburg, nadat hij in maart het stuur al overgaf aan Esther Voet en zelf nog acht maanden als adviseur is aangebleven. Maar ook na 11 november is hij letterlijk niet uit het zicht: het Joods Humanitair Fonds huurt de bovenverdieping waarin we elkaar voor het afscheidsgesprek ontmoeten. Een pied-àterre in het Haagse is handig voor hem, alleen al voor zijn werk als secretaris van de Stichting Joods Erfgoed Den Haag. We spreken meteen over de recente actualiteit, in dit geval de in juli opnieuw opgedoken erfpachtkwestie: Joden die uit de concentratiekampen en onderduik terugkeerden moesten alsnog erfpacht betalen over de periode dat ze zich niet eens in Amsterdam bevonden, en nog een boete daarbovenop. De immense diefstal van Joodse tegoeden – door banken, beurzen en verzekeraars – was een kwestie waar Naftaniel zich tijdens zijn lange carrière mee bezighield, als onderhandelaar namens het CJO met de Nederlandse overheid, een van de vele taken die hij op zich heeft genomen. 

Kristallnacht 

Naftaniel heeft een Nederlandse moeder en een vader die oorspronkelijk uit West-Pruisen afkomstig was. In 1938, na de Kristallnacht, vluchtte Naftaniel senior naar Nederland, waar hij, als Duitse Jood, begin 1940 in Westerbork terechtkwam. Daar leerde hij in 1943 zijn toekomstige vrouw kennen. „Omdat hij het magazijn beheerde had hij een positie en overleefde hij de oorlog.” Tegen de tijd dat de Naftaniels aan de beurt waren, in september 1944, reden er geen treinen meer en daarom overleefden ze. Ronny Naftaniels grootvader van moederskant werd in Auschwitz vermoord. „De Tweede Wereldoorlog speelde thuis zeker een rol,” zegt Naftaniel. „Mijn vader vertelde over zijn ervaringen in Westerbork. En mijn moeder was politiek zeer bewust. Ik had een heel kordate oma die door de hele tram naar een vrouwelijke NSB’er schreeuwde dat ‘dat NSB-wijf op moest staan’ voor haar. Dan wilde ik het liefst door de vloer zakken.” Naftaniel deed zijn bar mitswe en werd lid van de Joodse Jongerenorganisatie Scopus. Hij was politiek bewust tijdens zijn middelbare schooltijd en studie, ‘nog niet over Joodse zaken, maar over Vietnam en de provobeweging’. Naftaniel studeerde economie in Amsterdam. „Daar heb ik vaak gemak van gehad, ook al was ik niet werkzaam in mijn studie, bijvoorbeeld bij het bewaken van het budget van het CIDI, en tijdens de onderhandelingen over de Restitutie van Joodse oorlogstegoeden.”

1966 

In 1966 werd Naftaniel achttien in Amsterdam, een prachtige leeftijd en plek om te zijn voor iemand als hij. „Ik wilde overal bij zijn, bij ieder opstootje.” De happenings bij Het Lieverdje, de optredens van rookmagiër Robert Jasper Grootveld, de witte fietsen van Luud Schimmelpennink, de provobeweging (1965-1967) van Roel van Duyn, dat was de wereld van de jonge Naftaniel, toen nog in een wit spijkerspak, „Ik heb aan menige Vietnamdemonstratie meegedaan. Er is een foto waarop je ziet hoe de politie mij achternazit, heel grappig.” Hij richtte een organisatie voor Joodse jeugd op, Scalf, die sociale activiteiten organiseerde. „Toen de kwestie van de Drie van Breda in 1972 tot nationale emoties leidde kwamen alle Joodse jongeren organisaties bij elkaar en voerden actie. Dat bleek mij goed te liggen. Ik herinner me een protestbijeenkomst in Kamp Amersfoort, waar Kotälla beestachtig had huisgehouden, één van de Drie van Breda. Op enkele Amsterdamse oorlogsmonumenten plakten we stickers met de tekst ‘overbodig’, want waarom zou je nog herdenken als misdadigers gewoon werden vrijgelaten?”

Lees verder in NIW 8

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*