Rode oortjes

Max van Weezel

In Fire and Fury (Vuur en Woede), het boek dat journalist Michael Wolff schreef over het eerste jaar van Trump in het Witte Huis, valt veel spannends te lezen. Over een president die naar niemand luistert en het liefst urenlang zelf aan het woord is (nog liever speelt hij golf of kijkt hij met een cheeseburger in de hand vanuit bed televisie). Over stafchef Reince Priebus, die aan de ene kant werd gepasseerd door strategisch adviseur Steve Bannon, de rechtse radicaal die op sluiting van de grenzen voor moslimimmigranten en een handelsoorlog met China aanstuurde en Joodse kinderen ‘verwende krengen’ noemde, en aan de andere kant door Jared Kushner, de ideale schoonzoon die door de president werd belast met zulke uiteenlopende zaken als de onderhandelingen over het vredesproces in het Midden-Oosten, de relatie met buurland Mexico en de contacten met de computerindustrie in Silicon Valley. Over nationaal veiligheidsadviseur Michael Flynn, die maar niet wilde begrijpen waarom hij er verkeerd aan had gedaan 45.000 dollar aan te nemen van de Russische staatszender Russia Today.

En natuurlijk over de geheime ontmoeting die tijdens de verkiezingscampagne in de Trump Tower in Manhattan plaatsvond tussen Trumps zoon Donald Jr., Jared Kushner, campagnemanager Paul Manafort en de Russische advocate Natalia Veselnitskaya. De advocate had compromitterend materiaal over Hillary Clinton in de aanbieding en haar gesprekspartners in de Trump Tower zouden daar enthousiast op hebben gereageerd. Tot grote woede van Bannon, die dat in het boek ‘onvaderlandslievend’ gedrag noemt. Het ging om inmenging van de Russen in de campagne en dat had volgens hem meteen aan de FBI moeten worden gemeld. Wat niet gebeurde.

Ongenade
Maar wat ik echt met rode oortjes in Fire and Fury heb gelezen, is de passage over de erkenning door Amerika van Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Wolff schrijft over een etentje in New York in januari 2017. Aan tafel zaten Bannon en Roger Ailes, de oud-speechschrijver van Richard Nixon en Ronald Reagan, die vanwege seksueel intimiderend gedrag weg moest als topman van nieuwszender Fox en zich vervolgens ging inzetten voor de verkiezing van Trump. Onderwerp van gesprek was wat de eerste beleidsdaad van de nieuwe bewoner van het Witte Huis zou moeten zijn. Verplaatsing van de Amerikaanse ambassade in Israël van Tel Aviv naar Jeruzalem, stelde Bannon voor. Hij wekte de indruk dat hij daarover al had gesproken met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en met Sheldon Adelson, de eigenaar van hotel The Venetian in Las Vegas én van het Likoed-gezinde Israëlische dagblad Israel Hayom, die zo’n slordige 25 miljoen dollar in de verkiezingscampagne van Trump had gestoken. Bij Bannon maakte de erkenning van Jeruzalem als hoofdstad deel uit van een groter masterplan. Hij wilde de Westbank teruggeven aan Jordanië, en de Gazastrook aan Egypte, zodat er geen grondgebied over zou blijven voor een Palestijnse staat.

Uiteindelijk liep het niet zo’n vaart als Bannon wilde. Kushner en niet hij kreeg de opdracht het contact met Israël en de Palestijnen te onderhouden. Maar in december erkenden de Verenigde Staten Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Ook werd de verplaatsing van de ambassade aangekondigd. Met rellen in de Palestijnse gebieden en protesten uit de hele Arabische wereld tot gevolg. Steve Bannon is sinds zijn uitspraken tegenover Wolff in ongenade gevallen bij de president. Maar ik ben benieuwd of zijn masterplan nog ergens rondslingert in het Oval Office.