Robots, golems en engelen

Door rabbijn Raphael Evers 

Telt een robot mee voor het minjan, of moet hij dan eerst het mikwe in? En waarin verschillen wij mensen van golems of engelen? Rabbijn Evers over de verantwoordelijkheid van de vrije wil.

G’d schiep de mens naar Zijn evenbeeld. Het mooiste wat G’d ons geven kon was onze vrije wil, omdat we daarin het meest op onze Schepper lijken. En daarop worden we ieder jaar met Rosj Hasjana afgerekend.

De mens is tegenwoordig op zijn beurt in staat robots te scheppen die een beetje op ons lijken. In deze verwarrende tijd voorspellen doemdenkers een toekomst waarin onze schepselen slimmer worden dan hun ontwerpers, en zullen proberen ons mensen uit te schakelen. G’ddelozen zouden het G’ddelijke in de mens het zwijgen willen opleggen. Het zijn doemscenario’s.

Niettemin krijg ik serieuze vragen – ook in de rabbinale en religieuze sfeer – over robots, die me aan het denken hebben gezet. Wat is het verschil tussen een mens en een robot? Kan een robot paskenen, rabbinale beslissingen nemen? Kan hij in een beet dien (rabbinaal hof) zitting nemen en halachische (Joods-juridische) beslissingen nemen of iemand Joods maken? Moet hij niet eerst het mikwe (rituele bad) in om zelf Joods te worden? En bestaat er geen roestgevaar of roetsj(uitglijd-) gevaar als hij zich onderdompelt? Kan hij meetellen in een minjan? Is hij bijna of geheel gelijk aan de mens?

Emotionele wezens
Robots worden vaak met golems vergeleken, zoals die van Praag. Een golem is een stuk klei in mensvorm dat op kabbalistische, bovennatuurlijke wijze tot leven is gewekt. Hij lijkt als een mens te leven, maar uit een discussie in de Talmoed blijkt duidelijk dat zo’n kunstmatig leven geen mens is. Toen de ene Talmoedrabbijn een golem naar een ander stuurde, kon hij niet op een bevredigende manier met hem praten. De tweede rabbijn trok de G’dsnaam uit zijn hoofd en de golem keerde terug tot stof.

Misschien is de robot – lehavdiel, om onderscheid te maken – te vergelijken met een engel. Een engel wordt weleens voorgesteld als een bovennatuurlijk mens met zes vleugels, maar het begrip is veel breder. Elke natuurkracht heet ook een engel. Engelen zijn hemelse wezens met specifieke taken, zonder vrije keuze. Sommigen zijn emotionele wezens, andere intellectuele en weer andere instrumentele. Engelen staan dicht bij G‘d maar kunnen geen deel uitmaken van een minjan; ze zijn niet Joods en niet menselijk. Gelijk een engel moeten we de robot niet als bedreiging zien, maar meer als een kans onszelf te bevrijden van geestdodend werk, om onszelf aan hogere reflectie te kunnen wijden. Want daarvoor zijn wij uiteindelijk geschapen. En voor onze hogere en spirituele prestaties worden we op Rosj Hasjana beoordeeld.

Aan de andere kant moeten we ons er ook bewust van zijn dat robots veel kunnen, maar ongecontroleerd of in slechte handen ook veel kapot kunnen maken. Laat het duidelijk zijn dat de eigenaars of uitvinders van robots verantwoordelijk zijn voor alle schade die door hun machine wordt aangericht. Juist door het gebrek aan vrije wil bij de robot blijft zijn geestelijke vader of moeder aansprakelijk. Zoals we voor alles wat we in deze wereld creëren verantwoordelijk blijven.

Maar wat maakt de mens meer dan een robot? Bij een almachtige, alles voorziende G’d werpt werkelijk vrije wil een enorm filosofisch probleem op: als G’d al weet wat ik morgen doe, wat heb ik dan nog voor vrije keus?

Toch zijn we meer dan een zak beenderen en een hoop genen. Wij mensen zijn uiterst complexe wezens die kunnen kiezen tussen goed en kwaad. Uitvoerig geeft de Talmoed aan dat een engel niet, maar een mens wel over een vrije wil beschikt. Dat is de hele reden waarom hij geschapen werd.

De prijs van onze vrije wil is het kwaad in deze wereld. Adam werd in het negende uur op vrijdagmiddag, de zesde scheppingsdag geschapen. Dat is de dag dat wij Rosj Hasjana vieren. Wij vieren de creatie van de eerste mens met een vrije wil. Hij verknalde het overigens al snel.

Het verbod om van de boom van kennis van goed en kwaad te eten zou maar drie uur gelden totdat sjabbat om 18.00 uur zou ingaan. Adam had slechts een verbod voor de duur van drie uren. Toch hield hij het niet uit. Hij at en werd sterfelijk. Onze vrije wil heeft voor- en nadelen, maar één ding is duidelijk. Wij zijn geen engelen en geen robots. We zijn meer. En daarom hebben we Rosj Hasjana. Misschien doen wij het dit jaar beter.

Lesjana tova! Een goed en zoet jaar.

2 Reacties

  1. Beste rabbijn Evers ,

    Bedankt voor uw ludiek stukje over robots ,golems en engelen,u weet op een fijne manier de schoonheid van het geloof over te brengen; Shana Tova voor u en uw familie .

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*