Recht van spreken

Door Esther Porcelijn

In de meningenstrijd die Twitter heet ben je niemand als je niet iemand bent, of in elk geval een versie van een iemand, die het goed doet op Twitter.

Wat het goed op Twitter lijkt te doen is jezelf een tweedimensionale identiteit aanmeten en daaraan vasthouden. Het is er belangrijk dat je duidelijk bent: je bent rechts óf links, voor of tegen, boos of blij. Je mag er nooit twijfelen, je moet het altijd eens zijn met jezelf en bij je standpunten blijven. Als je dat zelf niet doet is er wel een groepje te vinden dat het voor jou doet, middels contextloze screenshots van bijvoorbeeld tweets uit 2012.

Op Twitter is het belangrijk dat je bij een groep hoort, die zich rond een rechtvaardig doel heeft verzameld en weer verbonden is met andere groepen (dat is intersectionaliteit; jouw gelijkheidsstrijd is mijn gelijkheidsstrijd). Bij welke groepen je hoort zet je vervolgens in je twitterbio, zodat het voor iedereen meteen duidelijk is. Bijvoorbeeld met welk gender jij je identifi ceert. Het beste kun je bij meerdere minderheidsgroepen horen want dan heb je volgens de onlinewetten per definitie het meeste recht van spreken. Dit recht van spreken is vaak negatief verwoord: je hebt namelijk vooral géén recht van spreken als je niet tot de groep behoort waar je over schrijft. Als een Friese journalist een kritisch stuk schrijft over een Jamaicaanse band, zal hij ervan beticht worden ‘een witte man te zijn die over een zwarte groep oordeelt’.

Zo was er laatst een recensie van Zomergasten met actrice Romana Vrede te lezen waarin de schrijfster zich eerst enorm excuseerde voor het feit dat zij, als witte autistische vrouw, op het punt stond kritiek te uiten op een zwarte lesbische vrouw. Het is prijzenswaardig om alle vormen van onrechtvaardigheid te willen bestrijden, maar op een gegeven moment kun je niet meer spreken zonder een ander zogenaamd impliciet geweld aan te doen.

De lesbische vrouwen werd gevraagd hun regenboogvlag met davidsster op te rollen, vanwege de associatie met Israël. Diversiteit schmiversiteit

Niet minderheidachtig genoeg
De poortwachters die online lijken te bepalen wie wel voldoende pijn en onrechtvaardigheid heeft ervaren om mee te mogen praten, zijn ook niet mals. Zo kon je tijdens de Gay Pride lezen dat de biboot geen terechte plek op de Pride zou hebben omdat biseksuele mensen ook het privilege van een heteroseksuele relatie kunnen genieten. Dit oordeel kwam overigens uit de homo- en queertwitterhoek. Nog een voorbeeld van de absurde consequenties die intersectionaliteit kan hebben: vorig jaar werd in Chicago een dyke march, een lesbische protestmars gehouden en drie Joodse vrouwen droegen een regenboogvlag met davidsster mee. Zij werden binnen de kortste keren dringend door de organisatie verzocht hun vlaggen op te rollen omdat de ster mensen had ‘getriggerd’ door de indirecte associatie met Israël. De drie vrouwen verklaarden aan de media dat zij enkel hun Jewish pride wilden uitdragen. Diversiteit schmiversiteit.

Afgelopen week kwamen enkele Engelstalige twitteraars tot de conclusie dat Joden geen echte minderheidsgroepering zijn omdat ze wit privilege genieten; ze kunnen veelal als niet Joods over straat. Nu zou je denken dat de Joden toch genoeg hebben meegemaakt om mee te kunnen praten met de andere gemarginaliseerde groepen. Je hebt immers een terechte stem als je homo bent, queer, Antilliaans, Marokkaans of moslim. Maar niet als je Joods bent. Nee, Joods is niet minderheidachtig genoeg. Je kan dan met grote regelmaat hakenkruizen in je mailbox krijgen, maar je lijkt wit en dus maakt het niet uit.

Wellicht hebben Joden en biseksuelen per ongeluk meer met elkaar te maken dan we ooit hadden kunnen denken. Volgend jaar dan een Jiddische biboot op de Pride? Hopelijk wordt Twitter dan extra boos.

3 Reacties

  1. Als twitter nog extra boos zou worden, ontploft het – als ware het die restaurant-gast in de slotscene uit “the meaning of life” van monty python…

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*