Rabbijn Stiefel ontslagen

Selfie Rabbijn StiefelNa ruim zestien jaar wordt rabbijn Moshe Stiefel ontslagen door het IPOR. De toekomst van de NIG Almere komt hiermee op losse schroeven te staan. „Een beetje jammer, en dat is een understatement.”

Door: Jaron Beekes

Het begon allemaal zo mooi, in 1997. Terwijl er voorheen nog nauwelijks jiddisjkait in de jonge polderstad te bekennen was, liepen de diensten van de pas opgerichte Nederlands-Israëlitische Gemeen-te (NIG) Almere goed. Zo goed dat er voor de Hoge Feestdagen een rabbijn van buitenaf moest worden gehaald. Opperrabbijn Binyo-min Jacobs van het Interprovinciaal Opper-rabinaat (IPOR) wist raad. De jonge rabbijn Moshe Stiefel, net met Jacobs’ dochter ge-trouwd, was de aangewezen man. Sindsdien leidde Stiefel de NIG Almere, die uitgroeide tot een volwaardige gemeente.

Maar daar komt binnenkort een einde aan. Per 1 april 2014 wordt rabbijn Stiefel ontslag aangezegd door het IPOR. Voorzitter Harry Altmann: „Dit is puur een geldkwestie. De gemeente Almere kan haar verplichtingen jegens het IPOR niet nakomen. En dus zijn wij niet meer in staat de heer Stiefel als rabbijn aan te houden.”

Geen probleem

Met het vertrek van Stiefel, en het financiële probleem dat daaraan ten grondslag ligt, is het voortbestaan van de NIG Almere onzeker geworden. IPOR-voorzitter Altmann: „Mijn verwachting is dat de gemeente niet zal blijven bestaan. Maar wij hebben geen zicht in de keuken van Almere. Hoewel het een IPOR-gemeente is, heeft Almere zich altijd onder het NIK geschaard. Ze zijn door het NIK in het leven geroepen en het NIK heeft ze altijd financieel gesteund, maar dat is nu allemaal opgehouden.”

Voorzitter Ruben Vis van het overkoepelende Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) was overigens niet op de hoogte van Stiefels ontslag, ten tijde van het schrijven van dit artikel. „Ik ben hier volledig niet in gekend.” Hoewel Moshe Stiefel bekendstaat als aimabele en zeer gedreven rabbijn, is hij niet geheel onomstreden. In 2000 ontstond er een conflict tussen Stiefel, van de orthodoxe chabad-beweging, en het toenmalige bestuur, dat een meer vrijzinnige lijn nastreefde. Het NIK ontsloeg hierop toenmalig voorzitter Bernhard Cohen en de bestuursleden. Omdat zij, met een groep aanhangers, de in 1998 opgerichte LJG Almere weer té liberaal vonden, richtten ze een nieuwe gemeente op: Masorti Almere. Zo ontstond een situatie met drie Joodse gemeentes voor een geschatte Joodse bevolking tussen de 500 en 1000 mensen, waarvan de meesten seculier.

Maar dit conflict en Stiefels uitgesproken orthodoxe benadering hebben geen rol gespeeld bij zijn ontslag, benadrukt IPOR-penningmeester Ellen van Praagh-van Aspert. „Zeer beslist niet. Wij hebben geen enkel probleem met rabbijn Stiefel, integendeel. Het is een bijzonder prettige man om mee samen te werken.” Over de reden van het ontslag is zij duidelijk. „De gemeente is zelf verantwoordelijk voor de betaling van haar rabbijnen. Ik zou willen dat het anders was, maar er heerst nu eenmaal een cultuur waarin men voor alles geld overheeft, behalve voor dingen die Joods Nederland ten gunste komen. Dat is een beetje jammer, en dat is een understatement.”

Uitdaging

Zelf blijft rabbijn Stiefel positief. „Het rabbinaat is niet alleen een betaalde baan, het is een missie,” zegt hij. „Anders dan de geruchten van buiten Almere misschien vertellen, gaat mijn werk om Joods Flevoland op te bouwen gewoon door. Hoe precies weet ik op dit moment nog niet, maar NIK en IPOR zijn niet de enige geldbron in de wereld.” Op de vraag of hij wellicht direct door chabad zal worden gefinancierd kan hij geen antwoord geven. „Er is nog geen concreet plan.”

Stiefel ziet de situatie desondanks niet als een probleem, maar als een uitdaging. „Laat ik het een heel grote uitdaging noemen. Het is makkelijker gezegd dan gedaan, dat besef ik ook. Maar als het IPOR niet meer wil meewerken, is dat voor mij geen enkele reden om te stoppen. Er is heel veel potentieel, er zijn veel Joodse inwoners in Almere.” Ook het eventuele opdoeken van de gemeente spreekt hij tegen. „Dat gaat niet gebeuren. Ik, het bestuur en de leden gaan gewoon verder. Ik ga in deze moeilijke periode de Joodse inwoners zeker niet verlaten. De Joodse gemeente Almere heeft een toekomst. Het is jammer dat het NIK en het IPOR ophouden daarin te investeren.”

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*