Rabbijn over de brug

brugOp 7 april wordt in Amsterdam Buitenveldert de M. Justbrug onthuld ter nagedachtenis aan de in 2010 overleden opperrabbijn Meir Just.

Naast de tientallen voetgangers, rijden dagelijks honderden auto’s over de brug bij de Van Nijenrodeweg in Amsterdam-Buitenveldert. Aan het asfalt, de repen gras die de autoweg van het voetgangersgedeelte scheiden en de vierkante stoeptegels is niks bijzonders te zien. Aan de naam ook niet: brug 803. Maar daar komt zondag 7 april verandering in. In aanwezigheid van de Israëlische ambassadeur Haim Divon en stadsdeelvoorzitter Paul Slettenhaar zal de brug worden omgedoopt tot de M. Just-brug, ter nagedachtenis aan de opperrabbijn die in 2010 op 101-jarige leeftijd overleed. Een van de initiatiefnemers is Avigdor Loonstein (25): „Het idee ontstond eigenlijk aan de sjabbestafel. De opperrabbijn was een innemende man die veel voor het naoorlogse Nederlandse jodendom heeft betekend. We willen hem graag eren met een vernoeming.” De brug is niet de eerste openbare plek in Amsterdam die vernoemd is naar een opperrabbijn. Zo is er in en rond de oude Jodenbuurt het A.S. Onderwijzerhof, de L.H. Sarlouisbrug en de J.H. Dünnerbrug. „Eigenlijk zouden we in de toekomst een rabbijnenwijk willen, net zoals de Pijp een schilderswijk is,” zegt Loonstein glimlachend.

Chassidisch Hongarije
Meir Just wordt in 1908 in het Hongaarse – tegenwoordig in Oekraïne – Wizjnitz geboren als zoon van rabbijn Nissan Just. Zijn vader maakte deel uit van de hofhouding van de beroemde Wizjnizer rebbe, Ahawas Jisro’el, die een belangrijke stroming binnen het chassidische jodendom vertegenwoordigde. Just doorloopt verschillende jesjiva’s in Khust en Frankfurt am Main, maar keert door de opkomst van het naziregime terug naar Hongarije. Tijdens de Tweede Wereldoorlog duikt hij onder en in 1947 vlucht Meir Just samen met zijn vrouw Edith Celter voor het communisme naar Zwitserland. In Montreux wordt hij docent aan de jesjiva Etz Chaim van rabbijn Botschko. Meir Just blinkt uit door een grote historische en halachische kennis op het gebied van sje’elot en tesjoewot – vragen en antwoorden. In maart 1963 wordt Just door het bestuur van de NIHS naar Nederland gehaald om rabbijn te worden van de Joodse gemeenschap. Veertien jaar later wordt hij benoemd tot opperrabbijn van Amsterdam, een functie die hij vijf jaar lang zou uitvoeren. Daarnaast was hij tot zijn overlijden voorzitter van het opperrabbinaat voor Nederland, waar hij zich voornamelijk bezighield met de kasjroet.

Buitenveldert
In eerste instantie mikte Loonstein op een brug of straat in Amsterdam-Zuid. Toen dat niet haalbaar bleek, kwam Buitenveldert, als nieuw centrum van Joods Amsterdam, al snel in aanmerking. „Opperrabijn Just woonde bij mijn oom Raoul en tante Rachel (zijn dochter) in Soetendaal. En elke keer als hij naar het Joods Cultureel Centrum aan de Van der Boechorststraat wandelde, liep hij over de brug. Dus eigenlijk is dit de enige plek die echt recht doet aan zijn persoon.” Stadsdeelvoorzitter Paul Slettenhaar (VVD) is zeer content met de aanstaande onthulling: „De opperrabbijn was niet alleen belangrijk voor Joods Amsterdam, maar voor de hele maatschappij. Iemand die zo’n historische en culturele waarde belichaamt, moet geëerd worden.” De vernoeming en de daarmee gepaard gaande veranderingen kost de gemeente zo’n 6000 euro. „Maar we hebben het er graag voor over,” aldus Slettenhaar.