PvdA kiest voor IHRA-definitie

De Partij van de Arbeid is om en kiest zonder voorbehouden voor de ‘werkdefinitie’ antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance.

De PvdA kiest als eerste (centrum-)linkse partij in Nederland voor de IHRA-antisemitismedefinitie. Dit is sinds vrijdagavond te lezen op de website van de sociaaldemocraten.

Op 22 november 2018 stemde de PvdA-Tweede Kamerfractie nog tegen een motie van SGP’er Kees van de Staaij waarin de regering werd opgeroepen steun te verlenen aan het hanteren van de werkdefinitie.

Onder het kopje ‘Toenemend antisemitisme steviger bestrijden’ is de volgende tekst te lezen (integraal overgenomen):

Door toenemend antisemitisme zijn joodse mensen steeds minder vrij en veilig, ook in onze samenleving. Antisemitisme moet daarom krachtiger worden tegengegaan. De PvdA wil onder meer dat in Nederland vaker over wordt gegaan tot vervolging. Ook moet het kabinet toenemend antisemitisme expliciet aan de kaak stellen in contacten met andere landen (zoals ook gevraagd in de motie van Kathalijne Buitenweg, die met steun van de PvdA is aangenomen).

Om antisemitisme beter te kunnen herkennen en bestrijden heeft de Europese Commissie opgeroepen om de werkdefinitie van de International Holocaut Remembrance Association (IHRA) te onderschrijven. Ook het Europese Parlement heeft zich onlangs geschaard achter deze werkdefinitie. En landen om ons heen als Groot-Brittannië en Duitsland hanteren deze definitie.

In de afgelopen periode heeft de PvdA  indringende gesprekken gevoerd met joodse Nederlanders. De PvdA heeft besloten de IHRA-definitie te onderschrijven.  Die luidt als volgt: “Antisemitism is a certain perception of Jews, which may be expressed as hatred towards Jews. Rhetorical and physical manifestations of antisemitism are directed toward Jewish or non-Jewish individualsand/or their property, toward Jewish community institutions andreligious facilities.”

Eerder stelde de PvdA zich op het standpunt dat bestaande definities afdoende waren om antisemitisme effectief te bestrijden. Het toenemend antisemitisme maakt dat wij vinden dat er meer nodig is. Het gesprek dat op gang is gekomen door de IHRA definitie maakt dat de PvdA meent dat het onderschrijven van de IHRA-definitie onderdeel is van een effectieve aanpak van hedendaags antisemitisme.

Voor de PvdA ontstaat hiermee een aanvullend hulpmiddel bij het registreren en vergelijken van uitingen van vermeend antisemitisme. Het kan in geen geval gezien worden als een politiek instrument om de vrijheid van meningsuiting in te perken. De resolutie is immers juridisch ook niet bindend. Voor de PvdA spreekt het vanzelf dat iedereen vrij is en blijft om kritiek te uiten op de politiek van elke Staat. Ook op de politiek van de staat Israël.”

3 Reacties

  1. Dan is er nu de vreemde situatie dat de PvdA aangeeft voor de IHRA-definitie te zijn terwijl de Tweede Kamer-fractie van die partij tegen die IHRA-definitie is. Wat een puinhoop. Want ook D’66 was tegen en de PvdD, de SP en Groen Links op 22 november 2018 in de Tweede Kamer terwijl die partijen in de Amsterdamse gemeenteraad het Joods Akkoord ondertekenden dat uitgaat van de IHRA-definitie. En, als om dit standpunt te bevestigen hebben op 16 februari 2019 deze partijen in de gemeenteraad van Amsterdam moties ingediend die antisemitisme en discriminatie moeten tegen gaan. Waarbij ook weer wordt uitgegaan van de IHRA-definitie. De moties worden in de volgende raadsvergadering van 13 maart 2019 ter stemming gebracht. Geen woord hierover in de media, nl. dat er kennelijk fundamentele politieke meningsverschillen bestaan binnen deze partijen (ik zeg het nog maar een keer: PvdA, PvdD, D’66, Groen Links en de SP) over het gebruik van de IHRA-definitie.

  2. Ik betreur het uiteraard niet dat de PvdA de IHRA-definitie adopteert, maar het zal geen zier uitmaken. De Nederlandse burgers, net als andere Europese burgers, verliezen steeds sneller hun vertrouwen in de politiek. Niet alleen heeft de politiek haar gezag verloren door technische oorzakenen, zoals wetgeving die criminelen de hand boven het hoofd houdt en langdurige zware verwaarlozing van de politie die de wet zou moeten handhaven en burgers tegen geweld zou moeten beschermen, bovenal heeft de politiek moreel gezag dat naar nul streeft. Partijen kunnen nu besluiten wat zij willen, maar de burger laat niet langer door liegende en bedriegende en hypocriete politici bepalen hoe hij zich zou moeten gedragen. Het zou daarom een grote fout zijn om ons door deze stap van de PvdA of enige andere partij te laten geruststellen. De realiteit wordt voortdurend triester en we moeten daarover niet over blijven klagen, wat het antisemitisme volgens mij alleen maar aanzwengelt, maar wie kan moet vertrekken.

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.