Permanent leren

Ido Abram is niet meer. Hij overleed maandagavond op 78-jarige leeftijd in Amsterdam, na een kort ziekbed. Zijn erfenis hebben we nog wel. Voor hem was Tora geen object, maar een instrument dat leraar en leerling met elkaar verbindt. Zijn opdracht: blijf nieuwsgierig.

Van de talloze Joodse gedragsregels is leren de belangrijkste, vond de twaalfde-eeuwse filosoof Maimonides. Ido Abram maakte er zijn missie en zijn strategie van. Als hartstochtelijk pleitbezorger van permanent leren en directeur van Stichting Leren. Als wetenschapper en onderzoeker en als adviseur voor talloze organisaties. Als bijzonder hoogleraar Holocauststudies aan de Universiteit van Amsterdam. Als publicist en spreker. Als disgenoot. Als studiegenoot in lern- en studiegroepen. En misschien wel bij uitstek als uitvinder van de ‘Schijf van vijf’, het model voor Joodse identiteit, een product van zijn promotieonderzoek Joodse traditie als permanent leren, bij rabbijn Yehuda Aschkenasy (z.l.) in de jaren tachtig. Volgens de Schijf van vijf vormen vijf ervaringsgebieden – zaken en gevoeligheden – de identiteit van Joden in Nederland: Joodse religie en cultuur, Israël, de Shoa, de persoonlijke levensgeschiedenis en de Nederlandse cultuur.

Met deze methode stonden voor het eerst de elementen van de Joodse identiteit op een rij en werden ze herkend. Weg was het idee dat die identiteit uitsluitend door religie wordt bepaald. En dat was nieuw. Voor de Joodse gemeenschap zelf, maar zeker ook voor jonge theologen die tot dan toe jodendom als een theologie benaderden. Ido Abram kwam graag bij Yehuda Aschkenasy, oprichter van de B. Folkertsma Stichting voor Tamudica, nu PaRDeS. “Beiden hielden van een open sfeer en een vrije gedachtewisseling,” herinnert Marcel Poorthuis, hoogleraar interreligieuze dialoog en voorzitter van PaRDeS, zich. “Het proefschrift van Ido was een mijlpaal in de geschiedenis van de stichting. Ido, met een wiskundige achtergrond, had zich verdiept in pedagogiek en was thuis in de rabbijnse literatuur. Hij liet zien hoe het concept van permanent leren een hoeksteen van het jodendom was. De ervaring daarin opgedaan verbond hij met moderne didactische concepten. Tekst en denken over de tekst zijn niet twee oevers zonder brug. Tora vormt een relatie tussen leraar en leerling.”

Niets in steen gebeiteld
Het vernieuwde Joods Historisch Museum (JHM) aan het Jonas Daniël Meijerplein nam de Schijf van vijf in de jaren tachtig als leidraad voor de eerste tentoonstelling over Joodse identiteit. Edward van Voolen, indertijd conservator van het JHM: “Ido liet zien dat je op verschillende manieren Joods kunt zijn. Daarmee moedigde hij direct en indirect een heleboel mensen aan om die andere manieren te verkennen, om zich niet minderwaardig te voelen omdat ze weinig of niets aan religie deden.”

En de Schijf behield zijn waarde, tot Ido’s eigen verbazing. “Weet je dat ik die Schijf toch steeds weer overal tegenkom,” zei hij mij een keer. In 2012 gebruikte toenmalig directeur van verzorgingstehuis Beth Shalom, Michael Bloemendal, de Schijf van vijf in hun gedragsregels voor het verzorgend personeel, en noemde alle vijf essentieel voor het borgen van de Joodse identiteit van de bewoners. Ido’s laatste grote project was een boek over de bewoners van en betrokkenen bij Beth Shalom, 80plus Joden. De Schijf van vijf lag als een blauwdruk onder zijn gesprekken. Opnieuw zocht hij naar een antwoord op het raadsel van de Joodse identiteit. Wat houdt Joden ondanks hun talloze interne meningsverschillen bijeen? In het voorwoord stelt hij dat vragen nog belangrijker zijn dan antwoorden. Dat was Ido: niets was in steen gebeiteld. Hij vond het belangrijk om alles steeds opnieuw te bekijken.

Tussen de laatste ziekenhuisbezoeken in zat ik met hem in de auto. We waren op weg naar een workshop voor het Nederlandse Rode Kruis. Die dag zouden we het hebben over ethiek en organisatie, we zouden samen met hen lessen trekken uit het onderzoek naar de rol van het Rode Kruis tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik had hem al vaker dilemma’s voorgelegd. Ook hierover. Dit project, vijftien jaar trekken aan een organisatie die liever niet aan haar verleden herinnerd wilde worden, was geen sinecure geweest. “Herinner jij ze nog even aan wat ze beloofd hebben bij de presentatie van het NIOD-onderzoek in De Balie,” vroeg ik hem en benoemde ons beiden als Jood (Ido) en nep-Jood (ik). Tijdens de terugreis kwam hij daarop terug. “Dat moet je niet meer doen,” zei hij. “Je bent net zo Joods als ik.” Ik zette hem af voor de deur van zijn huis in Amsterdam. Dat was de laatste keer dat ik hem zag. Ik ga toch weer eens naar die Schijf van vijf kijken. Want het er met hem over hebben, dat kan niet meer.

1 Reactie

  1. Jammer dat in de gedrukte versie van het In Memoriam van Ido Abram de naam van de auteur ontbreekt!

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.