Party like a Jew

Credit Cis Toala Olivares
Credit Cis Toala Olivares
Credit Cis Toala Olivares

Eens per jaar verzamelen Joodse jongeren zich in Brussel voor een groots feest. Een verslag ter plaatse.

Op een verlaten parkeerplaats aan de Europaboulevard in Amsterdam-Buitenveldert staat een groep van veertig jongeren ongeduldig te wachten. Het is koud en donker. Dames in cocktailjurkjes trippelen met hun hoge hakken over de stoeptegels; jassen worden stevig om de ontblote schouders geslagen. Een paar jongens, in keurige pakken, steken een sigaret op. Naast hun, op de grond, staan twee gevulde plastictassen van de lokale supermarkt. Als de bus de parkeerplaats oprijdt, is de spanning voelbaar. „Wat? Ben jij getrouwd?” vraagt een jongen lachend als hij een trouwring om de vinger van een van de meisjes spot. „Maar je weet toch dat het een singlesfeestje is.”

Ik had er, tijdens sjabbesmaaltijden en borrels, al vaak over gehoord: het ‘Brussel-gala’. Een jaarlijks feest georganiseerd door l’Union des Etudiants Juifs de Belgique (UEJB), een Belgisch-Joodse studentenvereniging. Iedere november trekken honderden Joodse jongeren, vanuit heel Europa en verder, naar de Belgische hoofdstad, om voor één avond buiten de verantwoordelijkheden en bemoeienissen van de gemeenschap te stappen. Om een nacht lang te dansen, te drinken en te minnespelen – zonder dat de buitenwereld ervan afweet, als in een soort vacuüm. Een betere plek om een Joodse partner te vinden, is er niet, vertelden verschillende Joodse jongeren me.

Samen met fotograaf Cris stap ik in de partybus naar Brussel. Tweeënhalf uur heen, tweeënhalf uur terug; de busreis, georganiseerd door Ijar, duurt langer dan het eigenlijke feest. „Je kan deze avond vergelijken met een vleeskeuring,” vertelt een studente, terwijl harde muziek uit de speakers van de bus schalt. Terwijl ze deze woorden uitspreekt, kijkt ze een beetje vies. „Ik was negentien toen ik er voor het eerst naartoe ging. Voor ik het wist stonden er op het feest allemaal dertigjarige mannen tegen mij aan te schuren. Dat was best ongemakkelijk.” De studenten zijn ronduit eerlijk. Ze vertellen allemaal openhartig over hun leven en avonturen. Ik spreek met ze af dat ik geen namen ga opschrijven, want ‘opa en oma lezen ook het NIW’.

Uit de boodschappentassen komen de flessen wodka en whisky tevoorschijn. Witte plastic bekertjes worden ingeschonken en uitgedeeld. De remmen moeten los. „Het is best wel moeilijk om in onze kleine gemeenschap te daten. Als je een keer iets met een meisje doet, weet je oma het meteen de volgende dag,” zegt een jongen van begin twintig. Zijn mooie donkere pak en kraakhelder witte overhemd laten hem er ouder uitzien. „Als je een keer een onenightstand wil, wat in het Amsterdamse uitgaansleven toch redelijk normaal is, dan moet dat met een niet-Joods meisje.” Hij neemt even een slok van zijn wodka. „In Brussel is er veel meer vrijheid. Als je zou willen, kan je met een mooi Joods meisje zoenen zonder consequenties.”

Lees meer in  NIW 11

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*