Op naar een betere organisatie

De voorzitter van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, Jonathan Soesman, reageert op de oproep in het NIW om meer efficiëntie binnen Joods Nederland.

Door Jonathan Soesman

Esther Voet schreef recent: “Soms lijken er meer Joodse organisaties te zijn dan Joden. Dat moet toch ten koste gaan van de efficiëntie? Heeft u daar ideeën over? We horen het graag, zodat wij er in een latere editie op kunnen terugkomen.” Die vraagstelling raakte me omdat ik daar een uitgesproken mening over heb en omdat we binnen het NIK daadwerkelijk bezig zijn om de organisatiestructuur te versimpelen. Dat betekent minder bestuurslagen, het samenvoegen van kantoren, meer focus op kerntaken. Daarbij moet worden uitgegaan van de kracht van lokale gemeenschappen en moeten we de ondersteuning leveren die de gemeenschappen wensen.
Een langdurig, complex traject, dat moet resulteren in een efficiënt ingericht kerkgenootschap dat bijdraagt aan het versterken van de Joodse identiteit en het in stand houden van religieuze voorzieningen. Een ‘koepel’ waar mogelijk ook anderen zich bij kunnen aansluiten die behoefte hebben aan een dergelijke organisatie, met behoud van eigen identiteit. Daarbij alleen centraal doen wat centraal moet, zoals bijvoorbeeld transparante, eenduidige procedures rondom gioer, gitien en briet mila.

Wantrouwen
We merken dat er weerstanden tegen verandering zijn, vaak voortkomend uit wantrouwen uit het verleden, angst om de eigen positie te verliezen en het onvermogen om over lokale belangen heen te kijken, maar ook door gebrekkige communicatie over het hoe en waarom van veranderen. Uit gesprekken met organisaties uit andere Europese landen ontstaat een apart beeld. De Joodse gemeenschap in Nederland is qua omvang vergelijkbaar met gemeenschappen in bijvoorbeeld Oost-Europa of Scandinavië: landen met enkele tienduizenden Joden en een kleinere kern die bewust bezig is met Joodse identiteit. Als we echter kijken hoe we hier georganiseerd zijn, de veelheid van organisaties en besturing daarvan, lijken we meer op Engeland en Frankrijk. Maar dat zijn gemeenschappen met enkele honderdduizenden Joden, tien keer zo groot als Nederland!

Qua organisatie lijken we meer op Engeland en Frankrijk. Maar dat zijn gemeenschappen met enkele honderdduizenden Joden, tien keer zo groot als Nederland!

Ieder een eigen verhaal
Een paar voorbeelden. Hebben wij twee middelbare Joodse scholen nodig in Amsterdam? Is het verschil in achtergrond en overtuiging tussen Cheider-kinderen (of hun ouders) en JBO-kinderen echt zo onoverbrugbaar? (Hoe zit dat dan na school, bij de niet-Joodse vervolgopleidingen?) En wie dacht dat zoiets zich alleen in Amsterdam voordoet: in Almere, een gemeenschap van enkele tientallen Joden, is er zowel een Chabad Flevoland als een Joodse gemeente.
Hoeveel organisaties houden zich niet bezig met herdenken, met antisemitisme en hoeveel clubs doen zich eigenlijk voor als spreekbuis van Joods Nederland? Gelukkig heeft het CJO (Centraal Joods Overleg) de ambitie zich op dat vlak effectiever te profileren, maar gunnen we het CJO die rol dan ook? Natuurlijk, ieder voorbeeld heeft zijn eigen verhaal. Soms zijn situaties historisch gegroeid, het is een erfenis uit het verleden, toen we groter waren. Als bestuurders niet met elkaar overweg konden, traden ze liever uit, om vervolgens een eigen organisatie op te richten, dan de geschillen op te lossen. En soms zijn ideologische verschillen onoverbrugbaar.
Ik heb de antwoorden en oplossingen niet klaarliggen,maar ik denk wel dat als we de structuur versimpelen, als we bereid zijn om posities op te geven en samen te werken, we Joods Nederland beter kunnen organiseren. Ik denk en ik wens dat bestuurders en rabbijnen dan minder tijd kwijt zijn aan interne problemen en hun energie kunnen richten op de werkelijke behoeftes van de gemeenschap.

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*