Oorlog, liefde en Ajax

Marga van Praag schreef samen met Ad van Liempt een boek vol smakelijke anekdotes over haar vader Max en haar oom Jaap. Toen Max van Praag (1913-1991) begin jaren vijftig in een strandtent een antisemitische opmerking te horen kreeg, kieperde de doorgaans beheerste zanger een tafel vol koffie en chocomel over het smetteloze kostuum van de spreker, die met een kletsnat pak letterlijk afdroop. Verhalen over zijn broer Jaap (1910-1987) zijn van andere aard: een deel van zijn winkelpersoneel was ervan overtuigd dat de dringende zakelijke afspraken, waarvoor de latere Ajaxvoorzitter regelmatig zijn zaak verliet, zich in werkelijkheid afspeelden in een overspelig bed. Het boek Jaap & Max staat bol van dit soort anekdotes.

Radiofenomeen

Het getuigt van de enorme levenskracht van de broers die, ondanks de klappen die ze tijdens hun leven te verduren kregen, nooit is ingedamd. De twee werden in een Joods gezin in Amsterdam geboren. Na de Tweede Wereldoorlog, die ze dankzij onderduiken hebben overleefd, blijken hun ouders en zusje te zijn omgebracht. Maar dit grote verlies krijgt de mannen er niet onder; ze zijn vastbesloten te laten zien dat ze er nog zijn. Max groeit uit tot Nederlands bekendste zanger en een radiofenomeen; wanneer hij in ’64 uit de schijnwerpers stapt, komt Jaap in de belangstelling en wordt de voorzitter die voetbalclub Ajax op een voor die tijd revolutionaire manier tot grote hoogten stuwt.

Telegraafconnectie

Met veel gevoel voor detail beschrijven Marga van Praag (dochter van Max) en journalist Ad van Liempt het leven van de broers. Hun jeugd in vooroorlogs Amsterdam, de onderduikjaren, hun enorme successen en het failliet van Max’ latere winkelketen. De verschillen tussen de mannen worden duidelijk: wat voor warmte en ruzies zich afspeelden in de gastvrije ‘circustent’ van Max; hoe rokkenjager Jaap als hij tegen de zestig is, na drie huwelijken het geluk vindt bij een veel jongere vrouw. Het boek leest als een trein, ontroert, geeft inzicht én – voor wie een Nederlands- Joodse achtergrond heeft – een heleboel herkenning. Het verslag over de hemelbestorming door Ajax bevat voor sportnitwits wat veel details, maar verhalen over de piepjonge Johan Cruyff of de oorsprong van de connectie Ajax-Telegraaf – de ‘bloedgabber’-band tussen Jaap van Praag en Telegraaf-journalist Anton Witkamp – heffen dat weer op. Heerlijk leesvoer voor iedereen met belangstelling voor de geschiedenis van (Joods-)Nederland van de laatste eeuw; voor wie zich de roem van Max en Jaap levendig herinnert maar ook voor wie lang daarna geboren is. Achsa Vissel van het NIW sprak met Marga van Praag.

Een boek schrijven over je eigen vader… hoe doe je dat?

„Uitgever Vic van de Reijt vroeg me zeven jaar geleden om een boek te schrijven over de twee broers. Begin jaren vijftig was mijn vader de beroemdste zanger van Nederland, maar er is weinig over hem bekend. Hij komt zelfs niet in het herdenkingsboek van de VARA voor terwijl hij heeft geholpen de omroep groot te maken. Om er structuur in te brengen had ik een co-auteur nodig, het werd oud-collega Ad van Liempt. Ik was al een tijd bezig en stuurde hem de 53 uitgewerkte interviews en de stapel anekdotes die ik al had; met dat materiaal en al zijn aanvullingen ging hij aan het knippen en plakken.”

Kon je er tegen dat iemand van buitenaf zich met je familie bezighield?

„Tijdens de samenwerking heb ik het gevoel moeten overwinnen dat Ad ‘met zijn poten van mijn familie af moest blijven’. Maar mijn emotionele betrokkenheid was te groot. Er moest iemand met afstand naar kijken, iemand die ik vertrouwde. Het was geen simpele klus, omdat in een dubbelbiografi e twee levens door elkaar heen geweven moeten worden. Onze samenwerking liep zo goed, dat we inmiddels samen aan een documentaire over mijn vader zijn begonnen. Zonder Ad was het niet gelukt, hij was de ruggengraat van het project.”

Hij de ruggengraat, jij het hart?

„De tearjerkers zijn natuurlijk van mij. Ik hield zo grenzeloos veel van mijn ouders, wilde zo graag een monument neerzetten voor mijn vader, voor mijn oom, voor ons. Dit boek komt van diep uit mijn ziel, daarom denk ik dat ik kritiek erop slecht zou verdragen. Ik wilde ook graag een beeld neerzetten van het bloeiende Joodse leven in Amsterdam van vóór ’40-’45, een tijd die me enorm fascineert en waar ik me veel in heb verdiept.”

Was het moeilijk om over het oorlogsverleden van je familie te schrijven?

„Dat thema speelt al mijn hele leven. Natuurlijk hebben de oorlogservaringen sporen in onze familie achtergelaten: toen ze uit de onderduik kwamen bleken de ouders en het zusje van mijn vader vermoord, net als het grootste deel van de familie. Mijn vader kon na de oorlog moeilijk zingen voor een zaal met oudere mensen. Waarom jullie wel en mijn ouders niet, dacht hij dan. Hij kon niet tegen kleine afgesloten ruimtes, en op een eiland wilde hij niet blijven want daar kon je niet ‘af’. Mijn vader en oom hebben alles uit het leven gehaald, van elke gelegenheid een feestje gemaakt. Hun motto: ‘Geen pech hebben is al mazzel genoeg’.”

Hoe was de band met je oom Jaap?

„Voor mij was hij erg lief, een echte verwenoom. Als ik bij hem langsging in zijn winkel op het Spui liet hij me de zaak niet uitgaan zonder me een tientje in handen te stoppen. Maar in zaken kon hij keihard zijn. Door voor het boek in zijn verleden te duiken ben ik een stuk milder geworden in mijn oordeel over hem. Tijdens de onderduik zat hij jarenlang alleen, doodstil en bewegingloos in een stoel, vol angst en onzekerheid over zijn eigen lot en dat van zijn familie: de winkeleigenaar die een verdieping lager zat mocht geen onraad ruiken. Zijn beste vriend zou op zijn niet-Joodse vrouw ‘passen’, maar ging er met haar vandoor nadat ze zich op afstand van hem had laten scheiden – toen een simpele procedure wanneer het om een Jood ging. Dat moet hem een enorme dreun hebben gegeven. Later gebeurde het nog eens: ook zijn tweede vrouw vertrok met een van zijn beste vrienden. Tijdens de researchfase voor het boek drong de diepte van het verraad dat hij had meegemaakt tot me door en kon ik begrip opbrengen voor zijn hardheid.”

Hielden de broers ondanks hun verschillen van elkaar?

„Ze zeiden het nooit, maar je voelde het. Mijn oom keek wel een beetje op mijn vader neer. Mijn vader was dan wel de artiest, maar eigenlijk was oom Jaap de showman met maatpakken en uiterlijk vertoon. Ze leken op elkaar – mijn oom werd regelmatig voor zijn broer aangezien en gevraagd om een liedje te zingen – maar wat persoonlijkheid betreft waren ze sterk verschillend. Oom Jaap hield zich ver van het jodendom, terwijl bij ons thuis de Joodse tradities in ere werden gehouden. Mijn vader was een sentimentele, gevoelige man die veel weggaf, mijn oom een slimme zakenman. En mijn vader bleef zijn hele leven bij mijn moeder terwijl mijn oom, een typische womanizer, vier keer trouwde. Ondanks die verschillen waren ze sterk met elkaar verbonden. Onze families waren veel bij elkaar, met inbegrip van de vakanties. Dat de broers als enigen van hun gezin de oorlog hadden overleefd zal daar sterk aan hebben bijgedragen.”

Je moeder Sari speelt in het boek een prominente rol…

„Ze was een heel bijzondere vrouw, geestig en eigenzinnig. Ze schreef teksten voor mijn vader en deed voor de oorlog aan cabaret, terwijl ze eigenlijk gymnastieklerares was. Maar haar rol als vrouw was typisch Joods: thuis de baas, daarbuiten ondergeschikt aan mijn vader. Had ze haar zakelijk inzicht doorgedrukt dan had het failliet van mijn vaders winkelketen misschien voorkomen kunnen worden.”

Is het zo dat je dankzij haar met het boek bent begonnen?

„Indirect. Ik kreeg een doos met brieven en documenten in handen die mijn moeder in ons vroegere huis had achtergelaten. Er zaten ansichtkaarten in van Westerbork, brieven uit de oorlog en van vlak na de bevrijding. Die doos heeft ze gewoon niet meegenomen toen we naar Hilversum verhuisden. Mijn moeder zei altijd: wat geweest is, is geweest. Maar ik ben anders. Pas toen ik die papieren zag kreeg ik zin dit verhaal te vertellen.”

Jaap & Max. Het verhaal van de broers van Praag, Marga van Praag en Ad van Liempt, Nijgh & Van Ditmar, ISBN 9789038894706, €24,95, www.nijghenvanditmar.nl