Ook voor een Wehrmachtsoldaat 

NaamloosTijdens een herdenking in het Limburgse Haelen werden naast geallieerde ook Duitse soldaten herdacht. Voorzitter van de NIHS Limburg, Benoit Wesly, legde samen met een Joodse vriend een krans. Het NIK distantieert zich van de bijeenkomst. 

Donderdagmiddag 13 november, een strakblauwe hemel boven het Limburgse landschap. Bij het Monument van Verdraagzaamheid in Haelen – iets boven Roermond – hebben zich honderden militairen, veteranen en andere genodigden verzameld voor een herdenkingsplechtigheid. Onder hen Benoit Wesly, voorzitter van de NIHS Limburg. Ook aanwezig is krijgsmachtrabbijn Menachem Sebbag – tevens verbonden aan de modern-orthodoxe sjoel AMOS in Amsterdam – die de middag afsluit met een gebed. Tijdens de ceremonie zullen zij stilstaan bij de 687 militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Leudal sneuvelden, niet alleen geallieerde, maar ook Duitse soldaten. Er worden toespraken gehouden, het Wilhelmus wordt gespeeld en er worden vele kransen gelegd. De ogen van de aanwezigen zijn vooral gericht op Wesly – die tevens honorair consul van Israël is. Samen met de geboren Maastrichtenaar Mattie Tugendhaft (77), overlevende van de Sjoa, legde hij een krans bij het monument.
„Het was een van de meest emotionele momenten uit mijn leven,” vertelde Wesly een kleine week later aan het NIW. „Alles schoot door mijn hoofd. Mijn vermoorde familieleden, de verschrikkingen in de Islamitische Staat, de terreur in Oekraïne. Op zo’n moment van verdraagzaamheid komt alles samen. Het was een geweldige, inspirerende en goed georganiseerde bijeenkomst. En ik ben blij dat ik daarbij mocht zijn.”

Goede relaties
Niet iedereen in Joods Nederland kon de actie van Wesly waarderen. Sommigen kwalificeerden de aanwezigheid van Wesley – een officiële vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap – als ongepast, onder andere omdat Wehrmachtsoldaten met een dergelijke herdenking op één lijn met geallieerde soldaten zouden worden gesteld. „Ik heb er maar één uitdrukking voor: Zum kotzen!” zo verwoordde NIK-bestuurslid Gidi Markuszower zijn ondubbelzinnige mening tegen 1Limburg. Tegenover het NIW hield hij zijn kaken stijf op elkaar en verwees door naar NIK-voorzitter Jonathan Soesman. Die uitte zich een dag later in meer diplomatieke bewoordingen op de website van het kerkgenootschap: „Wij als NIK staan positief tegenover goede relaties met het huidige Duitsland. Wij herdenken echter geen soldaten die in dienst van de Duitse bezetter waren. Dat is niet onze rol en wij vinden het voor het NIK ook niet gepast om daders te herdenken. Onze positie hierover is overigens in lijn met het standpunt van het Centraal Joods Overleg (CJO). Dat individuele leden van onze gemeenschap tot een eigen, mogelijk andere, afweging komen, al dan niet op grond van hun eigen (na)oorlog(se) ervaringen is een gegeven binnen de Tora, Traditie én Tolerantie waar ons kerkgenootschap voor staat en wordt door ons gerespecteerd.”

Als persoon
Voor Benoit Wesly kwam de kritiek niet geheel onverwachts. „Ik wist van tevoren dat er mensen zouden zijn die dit gebaar zouden minachten. En ik begrijp ook dat er mensen zijn die zoiets pijnlijk vinden. Maar voor mij was de keuze duidelijk. Op 4 mei herdenken wij de slachtoffers. In de hele discussie rondom de Nationale Herdenking heb ik altijd gezegd dat wij geen daders moeten herdenken. Maar deze bijeenkomst, in november, gaat om verdraagzaamheid. Er zijn veteranen uit Engeland, Duitsland, Amerika, Noorwegen, noem maar op. Bovendien gaat het om soldaten die gesneuveld zijn in de laatste weken van de oorlog in Limburg. Dat waren geen soldaten die op vrijwillige basis vochten, dit waren geen Waffen-SS’ers,” aldus de voorzitter van de NIHS Limburg, die benadrukte dat hij puur als privépersoon bij de herdenking was. „Ik stond daar als persoon, niet als voorzitter, niet als honorair-consul van Israël, maar als Benoit Wesly. Ik heb ook bewust niemand geïnformeerd over mijn kranslegging.”
Volgens NIK-voorzitter Soesman, die overigens naar eigen zeggen na afloop ‘een zeer prettig gesprek’ met Wesly had, werd de indruk gewekt dat de krans werd gelegd namens de Joodse gemeente. „Ik ga niemand die de Sjoa heeft meegemaakt vertellen of hij wel of niet een krans mag leggen. Maar het is gewoon niet zo makkelijk om een persoon en een publieke functie te onderscheiden. Zeker niet als de persoon een bekende leidende figuur is in de lokale Joodse gemeenschap.” Overigens laat Jaap Fransman, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, weten achter het NIK te staan. „Dit is geen CJO-zaak en het NIK heeft het afgehandeld. Verder heb ik er niks aan toe te voegen.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*