Joodse sporen op het Arabisch Schiereiland

Inscripties in een pas bij Bir Hima. Foto: John Walbertoon Lee/Alamy
Inscripties in een pas bij Bir Hima. Foto: John Walbertoon Lee/Alamy

Veel ophef veroorzaakte het niet, de ontdekking van bijzondere inscripties in Bir Hima, in het zuiden van Saoedi-Arabië. Maar de in zandsteen gekerfde boodschappen in oeroud Arabisch schrift vormen wel degelijk een ontbrekende schakel in de geschiedenis van de pre-islamitische Arabische wereld.

Door Ariel David

Leden van een Frans-Saoedisch onderzoeksteam dat rotsinscripties bestudeerde in het zuiden van Saoedi-Arabië, kondigden in 2014 aan dat ze de oudste teksten in het Arabisch alfabet hadden ontdekt. Over de ontdekking werd op bescheiden schaal bericht, waarschijnlijk omdat de context van de teksten sommigen in verlegenheid bracht. De ongeveer twaalf inscripties waren in de zachte zandsteen van een berg gekerfd, ergens in een pas bij Bir Hima, een gebied zo’n honderd kilometer ten noorden van Najran, niet ver van de Jemenitische grens. Gedurende millennia hebben reizigers duizenden inscripties in deze bergen gekrast. Ten minste twee van de inscripties waren makkelijk te dateren omdat die de data weergaven van een oude kalender. Experts op het gebied van epigrafie berekenden al snel dat de oudste graveringen overeenkwamen met het jaar 469 of 470 van de gewone jaartelling.
De ontdekking was sensationeel: de oudste inscripties uit de pre-islamitische periode van het Arabisch dateerden van ten minste een halve eeuw later, en zijn allemaal gevonden in Syrië, waardoor tot voor kort werd aangenomen dat het alfabet waarin de Koran werd geschreven ver van de geboorteplaats van de religie en zijn profeet tot ontwikkeling kwam. Toch bleef de ontdekking relatief onopgemerkt, op een paar publicaties in een Frans archeologisch tijdschrift en Arabische media na. Die brachten het nieuws in korte berichtjes, waarin te lezen was dat deze teksten de ontbrekende schakel vormden tussen het Arabisch en eerdere alfabetten die in de regio werden gebruikt, zoals het Nabatees. Die berichten gingen vergezeld van archieffoto’s van archeologische sites met andere inscripties, het is bijna onmogelijk om beeld te vinden van de daadwerkelijke teksten.

Thawban, zoon van Malik
Pas bij het bestuderen van een honderd pagina’s dik rapport dat in december van 2014 werd gepubliceerd door de Franse Académie des Inscriptions et Belles-Lettres, die het onderzoek mede mogelijk maakte, is meer van de inscripties te zien. Volgens het rapport is de Arabische tekst gekerfd in een rechthoekige steen, en vermeldt het de naam ‘Thawban, zoon van Malik’, gevolgd door een datum. Niet onder de indruk? Nou, dan is er ook nog een overduidelijk christelijk kruis te zien, dat de ruimte boven de inscriptie siert. Dezelfde soort kruisen zijn op andere stenen ontdekt en dateren uit min of meer dezelfde periode.
Uit het feit dat deze belangrijke ontdekking niet van de daken werd geschreeuwd, kan de conclusie worden getrokken dat de Saoedi’s ietwat in hun maag zaten met deze ontdekking over hun vroegste geschiedenis, die, het moet worden gezegd, de oorsprong van hun heilige schrift koppelt aan een christelijke context, die dateert van zo’n 150 jaar vóór het ontstaan van de islam. En het zal voor nog meer consternatie gezorgd hebben toen de Saoedi’s beseften dat deze teksten niet alleen de erfenis zijn van een ooit significante christelijke gemeenschap, maar ook in verband kan worden gebracht met een oud, Joods koninkrijk dat ooit bestond in wat nu Jemen en een deel van Saoedi-Arabië is.

Joden versus christenen
Hoewel Koran noch latere islamitische tradities een geheim maken van de Joodse en christelijke aanwezigheid op het Arabisch schiereiland ten tijde van Mohammed, wordt over het algemeen van de pre-islamitische tijd een beeld geschapen van chaos en anarchie. De regio wordt omschreven als gedomineerd door jahilliyah: onwetendheid, wetteloosheid, analfabetisme en barbaarse, heidense stammen. De decennia voorafgaand aan het begin van de islamitische kalender (die wordt gemarkeerd door Mohammeds hidjra – migratie – van Mekka naar Medina in het jaar 622), werden gekenmerkt door maatschappelijk verval van centraal geleide staten in Europa en het Midden-Oosten, deels door de pestepidemie, deels door de voortdurende oorlogen tussen het Byzantijnse en Perzische rijk. Het sombere beeld van pre-islamitisch Arabië was naar het lijkt een niet zo accurate, literaire metafoor om de verenigende en verlichtende kracht van Mohammeds boodschap te benadrukken. Nieuw onderzoek naar geschriften van islamitische en christelijke geschiedschrijvers dat de afgelopen jaren werd uitgevoerd, gecombineerd met vondsten zoals deze in Saoedi-Arabië, vormen echter een ander, gevarieerder beeld waardoor experts steeds meer een rijke en complexe geschiedenis van de regio voor de opkomst van de islam ontdekken.
Een van de belangrijkste, maar vaak vergeten spelers uit die tijd was het koninkrijk Himyar. Dat werd in de 2e eeuw voor de gewone jaartelling gesticht en rond de 4e eeuw was het een belangrijke regionale speler. De machtsbasis lag in het tegenwoordige Jemen, van waaruit het koninkrijk verschillende omliggende rijken had veroverd, waaronder het oude koninkrijk Sheba, dat wij kennen van het verhaal van de legendarische koningin en Salomo. In een recent artikel ‘Wat voor Judaïsme was er in Arabië?’, geschreven door Christian Robin, een Frans historicus en expert op het gebied van handschriften die de expeditie in Bir Hima leidde, stelt deze dat de inmiddels gangbare these is dat het koninkrijk
Himyar rond het jaar 380 overging tot een bepaalde vorm van jodendom.

Verenigd in religie en taal
De heersers van Himyar kunnen in het judaïsme een manier hebben gezien om de culturele lappendeken van staatjes onder zich te verenigen en zo een identiteit te creëren om weerstand te bieden tegen de oprukkende Byzantijnse en Ethiopische christenen en ook aanhangers van de Perzische Zoroastriaanse religie. Het is niet bekend hoe groot het aantal inwoners was dat zich bekeerde, maar wel dat in de hoofdstad van Himyar, Zafar (ten zuiden van het tegenwoordige Jemenitische Sana’a), verwijzingen naar heidense goden voor een groot deel uit koninklijke inscripties en teksten op openbare gebouwen verdwenen en plaatsmaakten voor referenties naar één bepaalde god. Transcripties in de lokale taal van het koninkrijk Saba en sommige in het Hebreeuws, noemen deze godheid Rahmanan, ‘de Vergevende’, de ‘Heer van de Hemelen en de Aarde’, de ‘God van Israël’ en ‘Heer van de Joden’, en maken veelvuldig gebruik van de woorden sjalom en amen.
In de anderhalve eeuw na 400 breidde het koninkrijk Himyar zijn invloedsfeer uit in de richting van het centrale deel van het Arabisch schiereiland, het gebied rond de Perzische golf en de Hijaz, de regio rond Mekka en Medina, zo blijkt uit inscripties over de koningen van Himyar die niet alleen in Bir Hima zijn gevonden, maar ook rond de tegenwoordige hoofdstad van SaoediArabië, Riyadh.

Thawban de martelaar
Om terug te komen op de vroege teksten die zijn gevonden bij Bir Hima, stelt het Frans-Saoedische onderzoeksteam dat ze acht inscripties met de naam Thawban, zoon van Malik, gevonden hebben, naast andere namen van christenen, waarschijnlijk bedoeld als een soort herdenkingstekens. Volgens christelijke geschiedschrijvers werden de christenen in het jaar 470, waaruit de inscripties dateren, diverse malen vervolgd door vertegenwoordigers uit het koninkrijk Himyar. De Franse wetenschappers achten daarmee de hypothese aannemelijk dat Thawban en zijn geloofsgenoten wellicht een martelaarsdood zijn gestorven. De keuze om ze in dit vroeg-Arabische schrift te herdenken kan een symbool van verzet zijn geweest.

De keuze om ze in dit vroeg-Arabische schrift te herdenken kan een symbool van verzet zijn geweest

Dit pre-islamitische alfabet wordt ook wel Nabatees-Arabisch genoemd, omdat het voortkwam uit het schrift dat door de Nabateeërs werd gebruikt, het volk dat ooit een machtig rijk vormde en Petra bouwde. De Nabateeërs domineerden de handelsroutes in de zuidelijke Levant en het noorden van het Arabisch Schiereiland totdat ze in de 2e eeuw van de gewone jaartelling opgingen in het Romeinse Rijk. Het nieuw ontdekte schrift, dat zoals de vindplaats aanwijst werd gebruikt voor de poorten van het tegenwoordige Jemen, verschilt overduidelijk van het door de heersers van Himyar gebruikte Saba’ese schrift.
“De keuze voor het gebruik van dit nieuwe schrift toont aan dat de gebruikers afstand wilden nemen van Himyar en dat ze zich verenigden met de rest van de Arabische stammen,” schrijven de Franse onderzoekers in hun rapport. “De inscripties van Bir Hima onthullen een sterke beweging en culturele eenwording van de Arabieren, van de Eufraat tot Najran, dat tot uitdrukking kwam door het gebruik van hetzelfde schrift.”

Jozef de rebel
De groeiende druk van buitenaf werd Himyar uiteindelijk fataal. Ergens rond het jaar 500 werd het veroverd door de christelijke legers van het Ethiopische koninkrijk Aksum. In een laatste poging zijn onafhankelijkheid te behouden rebelleerde de Joodse leider van Himyar, Yusuf As’ar Yath’ar, in 522 tegen een marionettenkoning die door de Negus, de opperste leider van het Ethiopische rijk, was geïnstalleerd. Yusuf viel het garnizoen van Aksum aan, hij belegerde Najran, dat had geweigerd hulptroepen te sturen, en vermoordde een deel van de christelijke bevolking daar. Die laatste daad veroorzaakte de woede van Yusufs vijanden en versnelde een wraakexpeditie vanuit Ethiopië.
De Frans-Saoedische onderzoekers ontdekten in Bir Hima inscripties die aantonen dat Yusuf door de pas trok en met 12.000 mannen richting het noorden ging, de Arabische woestijn in, om de rest van zijn koninkrijk te heroveren. Daarna verdwijnt Yusuf in de vergetelheid, maar oude, christelijke geschiedschrijvers maken er melding van dat de Ethiopiërs de rebellenleider rond 525 vonden en hem versloegen. Er zijn andere verhalen die stellen dat de laatste Joodse leider van Arabië in de strijd de dood vond en ook is er een theorie dat hij zelfmoord pleegde door met zijn paard de Rode Zee in te rijden.

Er is een theorie dat Yusuf zelfmoord pleegde door met zijn paard de Rode Zee in te rijden

De eeuw daarna was Himyar een christelijk koninkrijk dat het Arabisch schiereiland zou blijven domineren. Halverwege de 6e eeuw marcheerde een van zijn leiders, Abraha, door Bir Hima, en liet een tekening achter van een olifant die zijn machtige leger begeleidde. Een andere tekening uit 552, gevonden in het hart van het schiereiland, beschrijft Abraha’s vele veroveringen, inclusief Yathrib, de oase die zeventig jaar later de naam Madinat al-Nabi zou krijgen, ‘stad van de profeet’, of zoals wij het kennen, Medina.

Joden in het Jemenitische Sana’a. Foto: Hermann Burchardt, 1901.

Gesimplificeerd jodendom
Er blijven belangrijke vragen open over de Joden van Himyar: wat voor soort jodendom hingen ze aan? Hielden ze zich aan de sjabbat, of de kasjroetwetten? Sommige wetenschappers, zoals de 19e-eeuwse Joods-Franse Oriëntalist Joseph Halévy, weigerde te geloven dat een Joodse koning een slagveld zou aanrichten onder zijn christelijke onderdanen. Hij beschouwde Himyar als een koninkrijk waar één van de vele sekten heerste die het vroege christendom kende. Robin, de Franse epigraaf die deel uitmaakte van het onderzoeksteam in Bir Hima, schrijft in zijn artikel dat de officiële godsdienst van Himyar omschreven moet worden als ‘Judeo-monotheïsme’, een gesimplificeerde vorm van jodendom, dat slechts een aantal basisprincipes van de religie aanhield. Feit is dat de weinige bewijzen die tot nu toe zijn gevonden, gecombineerd met latere verklaringen van geschiedschrijvers die wellicht hun eigen vooroordelen over de Himyarieten hadden, wetenschappers niet voldoende materiaal bieden om een duidelijk beeld te vormen van het religieuze karakter van het koninkrijk. Maar er is ook een andere manier om deze vraag te benaderen. Tijdens de christelijke en islamitische overheersing bleven Joden een invloedrijke groep op het Arabisch Schiereiland. Dat wordt niet alleen duidelijk uit Mohammeds ambivalente houding tegenover hen, maar ook uit het duidelijke stempel dat het jodendom drukte op de nieuwe religie, de rituelen en de verboden: de dagelijkse gebeden, besnijdenis, rituele reiniging, pelgrimage, liefdadigheid, het verbod op het eten van varkensvlees.
In Jemen, het hart van Himyar, overleefde de Joodse gemeenschap eeuwen van onderdrukking, totdat in 1949 en 1950 de hele groep, zo’n 50.000 in getal, werd overgevlogen naar Israël: Operatie Vliegend Tapijt. Deze groep houdt tot op de dag van vandaag een aantal unieke rituelen en tradities in stand die hen onderscheiden van de Asjkenazische en Sefardische Joden. Niemand twijfelt eraan dat zij de laatste Joodse nakomelingen zijn van het vergeten koninkrijk Himyar.

Dit artikel verscheen eerder in Haaretz.
Vertaling: Esther Voet.

3 Comments

  1. Ooit kende ik een blonde mormoon uit Amerika die een stuk of 7 (!) dode talen kon lezen en schrijven. Dit was volgens hem niet alleen uit interesse maar ook omdat hoe meer je je kennis verbreedt hoe groter de kans op een aanstelling aan een universiteit. Dit gezegd hebbende, ik heb begrepen dat het oude Hebreeuws onder Jemenieten nooit verdwenen was en dat dit vooral in uitspraak verschilt van het moderne Hebreeuws. Nu lees ik hier boven dat de Joodse mensen uit Jemen afstammen van geconverteerden, maw ook de taal is dan import, maw het een en ander lijkt in tegenspraak met elkaar te zijn.

    “Uit het feit dat deze belangrijke ontdekking niet van de daken werd geschreeuwd, kan de conclusie worden getrokken dat de Saoedi’s ietwat in hun maag zaten met deze ontdekking over hun vroegste geschiedenis, die, het moet worden gezegd, de oorsprong van hun heilige schrift koppelt aan een christelijke context, die dateert van zo’n 150 jaar vóór het ontstaan van de islam.”?

    Er schijnt enige vaart in de zaak te zitten daar in Saoedi-Arabië, als je decennia geleden met dit soort dingen kwam kon je er op rekenen neergestoken te worden.

  2. Esther Voet maakt veel lezers NIW blij met dit artikel. Dank voor de foto’ s en de Landkaart. Het verbaast mij niets als ijverig Torahlezer dat er ooit een Joods rijk was in Arabië. In Exodus 19 en 20 kunnen we lezen dat Israëls God daar neerdaalde op de hoge berg Sinaï. De Bijbelse Encyclopedie geeft maar liefst vijf mogelijke lokaties van die hoge Berg.

    Sommigen geloofden dat de berg Sinaï waar JHWH aan Mosje de Tien Woorden gaf, de heiligste plek op aarde was. Vreemd: eeuwenlang kon niemand met zekerheid aangeven wáár precies deze gebeurtenis heeft plaatsgevonden.

    Na het lezen van het boek van Howard Blum: Het goud van de Exodus, is dat geen vraag meer voor mij. Wat blijkt? Al 17 eeuwen reizen gelovigen van de drie grote godsdiensten tel daarbij ook de vele toeristen naar de verkeerde plaats! Welke dan? De traditionele R.K. lokatie in de zuidelijke punt van het Schiereiland Sinaï bij het klooster van de “heilige Catharina”.

    De meest logische lokatie van de Berg Moessa werd ontdekt aan de overkant van de Golf van Akaba, in de noordwestelijke hoek van Saudi-Arabië. De berg Jabal al-Lawz.

    Tot mijn verbazing komt dat overeen met de plaatsbepaling van de Sinaï waarover ook de Joodse Apostel Paulus (Hebr. Sha’ul) spreekt in zijn Brief aan de Galaten 4:25…over De Berg Sinaï in Arabië. Op de Website zijn meer details van de twee avonturiers van “ Het goud van de Exodus” te vinden.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*