Onverhoorde gebeden?

Rabbijn VorstHoort G’d onze gebeden wel? En wat doet hij ermee?

Door: Rabbijn Ing. I. Vorst 

Jaren geleden. Het was Boekenweek. Het thema: ‘Mijn G’d’. En dus ging ik een boekwinkel binnen en vroeg: „Klopt het dat ik hier deze week G’d kan vinden?” Het bleek te kloppen. Boek na boek over G’d. Of ik gelovig ben geworden? Dit kan ik u zeggen: de voorstelling die in veel van die boeken van G’d werd gegeven… in zó een G’d kan ik niet geloven.

Ik geef u een voorbeeld. In een van die boeken werd het probleem van de onverhoorde gebeden aangeroerd. Wij kennen het probleem. Je bidt tot G’d, je vraagt Hem met alle geloof en hartstocht je gebed te verhoren, maar… niks hoor. Tevergeefs. Tevergeefs?

In de Joodse filosofie wordt uitgebreid op dit onderwerp ingegaan. Met verschillende antwoorden, verklaringen en benaderingen. Tevergeefs blijkt een gebed dan nimmer te zijn. Alleen gaat G’d er anders mee om dan wij kunnen bedenken. Gelukkig maar. Zoals een beroemde chassidische rebbe – ik meen dat het Rabbi Levi van Berditchev was – het formuleerde: ‘In een G’d die ik met mijn menselijk verstand begrijp, kan ik niet geloven.’

Som

Terug naar het boek daar in de winkel en terug naar het probleem van de onverhoorde gebeden. Daar, in dat boek, werd het volgende antwoord gegeven: zoals het licht tijd nodig heeft om van de ene ster naar de andere te komen, zo doet ook het gebed er enige tijd over om van de aarde G’ds Troon te bereiken. Hoe lang dan? De Russische wiskundige Krylov heeft het voor ons uitgerekend. In 1905 vragen de Russen G’d Japan te straffen voor het in de grond boren van de Russische oorlogsvloot. Maar er gebeurt niets. Onverhoorde gebeden?

Maar dan wordt Japan in 1923 getroffen door een verschrikkelijke aardbeving. Dat is achttien jaar later. Dus – Krylov rekent het ons met wiskundige nauwkeurigheid voor – duurt het 18 : 2 = 9 jaar tot onze gebeden bij G’ds Troon arriveren en duurt het wederom negen jaar tot G’ds antwoord op onze gebeden de aarde bereikt. Je zou erom lachen als het niet zo triest was. Gelukkig dat het jodendom er anders over denkt. In de Tora-zin ‘Sjema Jisraeel’ verklaren wij elke dag opnieuw: ‘G’d is hier en nu. G’d is eeuwig en overal.’ Met andere woorden: het enige wat er werkelijk is, is G’d.

Gedachte

In het chassidoet-boek Tanya wordt dit inzicht diepgaand uiteengezet. Ook door wetenschappers wordt deze gedachte geformuleerd: ‘Mens en materie zijn niet uit tastbaar materiaal opgebouwd, maar uit volstrekt ongrijpbare processen zonder afgebakende grens tussen geest en materie. Wetenschappelijk blijkt dat geest en lichaam, tijd en ruimte, universum en atoom allemaal aspecten zijn van een en dezelfde werkelijkheid, die steeds meer begint te lijken op één grote gedachte.’

In het door Ambo uitgegeven boek God en de wetenschap – een aanrader – verklaren de filosoof Jean Guitton en de astrofysici Igor en Grichka Bogdanov: ‘Heisenberg heeft als eerste begrepen dat de complementariteit tussen de materietoestand en de golftoestand definitief een einde maakt aan de cartesiaanse dualiteit tussen geest en materie; beide zijn complementaire elementen van één en dezelfde werkelijkheid’ en: ‘Wellicht is het daar, in het diepste van het vreemde van de kwantumtheorie dat onze menselijke geesten en de geest van het bovenzinnelijke wezen dat wij G’d noemen, elkaar ontmoeten’.

Ontmoeten

Elkaar ontmoeten. Een relatie opbouwen. Tussen ons en G’d. Van G’d uit is die relatie er al. Want Hij doet ons in een continu scheppingsproces voortbestaan. Maar voor de relatie van ons naar G’d toe moeten wij ons openstellen. Zoals de zonnestralen ons pas kunnen verwarmen als wij de zon opzoeken. Mijn wens voor het nieuwe Joodse jaar: moge de hele mensheid meewerken om de wereld te maken tot die wereld die G’d voor ogen stond toen Hij de wereld en de mens daarin schiep. En moge dit gebed – mijn gebed, uw gebed, ons gebed – door G’d worden verhoord. Zichtbaar!

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*