Onbegaanbaar gebied

gazaPaul Tjia (59) veegt het zweet van zijn voorhoofd. In augustus is een kleine avondwandeling langs de boulevard in de zuidelijke stad Asjkelon al een inspanning. Het is half acht ’s avonds, 34 graden met een luchtvochtigheid van 80 procent. Tjia is net terug uit de Gazastrook – 12,5 kilometer zuidelijker – waar hij voor de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven zocht naar lokale ITbedrijven om mee samen te werken. „Daar was het net zo warm als hier, maar dan zonder airco… Een bezoek van een paar dagen is al uitputtend.”

Gaza is niet de meest logische bestemming voor een Nederlandse IT-consultant; de kuststrook is zo’n beetje synoniem voor permanent oorlogsgebied. Maar Tjia hakt al jaren met dit bijltje. De als cultureel antropoloog opgeleide automatiseringsspecialist is expert in het zoeken naar zakelijke kansen in ’s werelds meest ontoegankelijke gebieden. Hij verdeelde zijn tijd de afgelopen jaren tussen Noord-Korea, Bangladesh, India, de Palestijnse Gebieden en zijn woonplaats Rotterdam.

„Ik ben optimistisch over het softwarebedrijf Unit One in Gaza-stad. Tijdens de oorlog vorig jaar werd hun kantoor nog getroffen door een raket, maar ze blijven groeien. Er werken nu honderd mensen: 25 mannelijke softwareontwikkelaars en 75 vrouwen die data invoeren voor automatiseringsprojecten.” De groei van Unit One in het afgelopen jaar is in de economische context van Gaza hoogst opmerkelijk. Naar schatting 40 tot 60 procent van de bevolking van 1,8 miljoen is structureel werkloos. De economie is bijna geheel afhankelijk van buitenlandse financiële steun en van de goederen die Israël en Egypte binnenlaten. Vanwege de zware imen exportrestricties en regelmatige oorlogen lukt het Gazanen zelden een bedrijf tot groei te brengen. Maar een IT-bedrijf als Unit One, dat voor een Nederlandse klant software schrijft en tegenwoordig voet aan de grond probeert te krijgen in de lucratieve markten in de Arabische Golf, werkt strikt online. Het heeft minder last van beperkingen voor fysieke goederen aan de grens. „Ze maken winst en hebben uit eigen middelen nieuwe computers aangeschaft voor hun nieuwe kantoor. De jonge oprichters zijn erg optimistisch. Mooi om te zien,”!zegt Tjia.

Dat het Unit One is gelukt om een gezonde winst te maken, is vooralsnog eerder uitzondering dan regel. Veel van de projecten die Europese landen in Gaza steunen vallen binnen ontwikkelingssamenwerking. Duitse, Britse en Amerikaanse regeringen en hulporganisaties steunen vaak afzonderlijk allerlei projecten. „Betere samenwerking en coördinatie tussen buitenlandse sponsoren is noodzakelijk. Het kan veel effectiever.”

Als Tjia Nederlandse bedrijven moet overtuigen van het nut van outsourcing naar Gaza, heeft hij best een overtuigend verhaal. Personeel is er drie keer zo goedkoop, is hoogopgeleid en spreekt vaak Engels en Arabisch, er is nauwelijks tijdsverschil en geen concurrentie van andere outsourcers. „Ik zie dat grote bedrijven als Google, Cisco en Microsoft wel investeren in de Palestijnse Gebieden, en dat zelfs Israëlische bedrijven die slag maken, maar Nederland volgt mondjesmaat. Toch zoek ik nu naar nieuwe projecten. Onze regering wil doorgaan met deze vorm van steun en samenwerking.” Voor Tjia zelf is zijn werk een roeping geworden. De antropoloog in hem begon tijdens een lange carrière in de automatisering in Nederland te kriebelen. „Ik ben 59. Het gaat niet meer alleen om het geld. De ervaring is belangrijk. Toen ik gemaskerde, gewapende mannen bij de grenspost zag, werd ik wel even onrustig, maar het was er verder veilig.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*