Oekraïense Joden tussen hoop en vrees

Rabbijn Moshe Azman (midden) met bewoners en bezoekers van het Joodse vluchtelingencentrum Anatevka, in de buurt van Kiev
Rabbijn Moshe Azman (midden) met bewoners en bezoekers van het Joodse vluchtelingencentrum Anatevka, in de buurt van Kiev
Rabbijn Moshe Azman (midden) met bewoners en bezoekers van het Joodse vluchtelingencentrum Anatevka, in de buurt van Kiev

Vanwege het burgerinitiatief waardoor Nederland op 6 april in het teken staat van een referendum over Oekraïne, is er ineens enorm veel aandacht voor dat land. Het NIW bezocht Joden in Kiev, samen met Christenen voor Israël en opperrabbijn Jacobs. Een verslag.

Door Cnaan Liphshiz (tekst en fotografie)

Toen het bommen begon te regenen op de Oost-Oekraïense stad Donetsk, vertelden Michael Semenko en zijn vrouw hun zesjarige dochtertje Elisabeth dat de explosies die ze zag vuurwerk waren. Honderdduizenden inwoners uit het oosten, onder wie veel Joden, ontvluchtten de oorlog nadat in 2014 door Rusland gesteunde separatisten regeringstroepen aanvielen. “We zijn zo lang mogelijk gebleven en hoopten elke dag de dreiging minder zou worden,” vertelt Semenko, een 37-jarige Joodse loodgieter, tijdens dit interview met het NIW in een opvanghuis vlak bij Kiev, opgezet door zionistische christenen. “Maar toen de bommen te dichtbij kwamen, moesten we als ouders verantwoordelijkheid nemen en zijn we vertrokken.”

Afhankelijk
Mede door het kwetsbare sociale systeem en de wankele gezondheidszorg, voltrok zich in het land een humanitaire ramp en duizenden Joden meldden zich aan om alia te maken: in 2015 steeg de immigratie naar Israël naar 7170, een stijging van 21 procent ten opzichte van 2014. De familie Semenko zou graag alia maken, maar eerst willen ze ervoor zorgen dat oudere familieleden niet aan hun lot worden overgelaten. Er zijn veel ontheemde Joodse vluchtelingen en voor een groot deel zijn zij afhankelijk van de hulp van Joodse en christelijke religieuze organisaties. Zij wachten op terugkeer naar het oostelijke rebellengebied of naar een ander deel van Oekraïne, omdat de bureaucratie hen belet te emigreren.
Moshe Azman, een invloedrijk rabbijn uit Kiev, richtte een half jaar geleden onder de naam Anatevka vlak bij Kiev een gemeenschap op van twintig vluchtelingenfamilies. In heel Oekraïne hebben gemeenschappen hun bejaardenhuizen, scholen en zelfs kantoren omgebouwd tot verblijfplaatsen voor Joodse vluchtelingen. Dat heeft ook de Oekraïense afdeling van Christenen voor Israël (CvI) gedaan. Koen Calier, ‘alia-veldwerker’ die nu tien jaar voor Christenen voor Israël werkt, vertelt dat de organisatie zich al jaren inzet voor de 36.000 Joden, maar sinds het uitbreken van de oorlog nog actiever is geworden.

Weinig meldingen
Inmiddels heeft CvI twintig werknemers en vrijwilligers die door Oekraïne reizen om Joden te helpen met hun emigratie. Degenen die zich inschrijven worden naar een opvanghuis net buiten Kiev gebracht. Volgens directeur Roger van Oordt blijven sommigen er een nacht voordat ze naar het vliegveld worden gebracht. Anderen, zoals de Semenko’s, blijven weken terwijl zij familie- of administratieve zaken afhandelen. Van Oordt bezocht het adres met opperrabbijn Binyomin Jacobs en vijftien leden van CvI uit de Benelux. Jacobs is meegereisd, vertelt hij, om de situatie te observeren en ook om de angst van plaatselijke rabbijnen weg te nemen, die bang zijn dat Christenen voor Israël Joden wellicht bekeert.
Joden zijn in Oekraïne nooit erg geliefd geweest. De geschiedenis is doordrenkt van antisemitische massamoorden tijdens en ook eeuwen voor de Holocaust. Maar tegenwoordig vormt antisemitisme geen probleem. Er wordt relatief weinig melding gemaakt van lichamelijk geweld; ongeveer tien tot twintig gevallen per jaar. Azman zegt dat hij zich hier ‘veiliger voelt dan in Parijs’. De meeste synagogen worden niet bewaakt en Joden dragen hun kipa gewoon op straat.
Een opvallende uitzondering is de Galitskiy Synagoge in het centrum van Kiev, die wordt bewaakt omdat de rabbijn lid is van het ‘Zionistisch Seminarie’, een organisatie die alia promoot en daarom waarschijnlijk meer risico loopt. De rabbijn, de twintiger Michael Rosenfeld, vertelt dat hij voornamelijk contacten legt met jongere Joden om de mogelijkheid tot alia te onderzoeken. In deze synagoge vieren we sjabbat, met vijftien oudere mannen en een handjevol vrouwen. Hoewel de meesten ongeïnteresseerd lijken, blijven ze ten minste vijf uur.
Nadat ze zijn vertrokken vertelt gemeentelid Shmuli Zejger waarom. Om te voorkomen dat de synagoge ongebruikt lijkt, geeft de gemeente hen 50 hryvna (de nationale munt, ongeveer 2 euro) en een kosjere maaltijd voor elke dienst die ze bijwonen. Het aantal sjoelbezoekers is verdubbeld nu de hryvna meer dan de helft in waarde gedaald is sinds de revolutie in 2013, die de aanzet was tot de oorlog met Rusland.

Corruptie
Volgens de Jewish Agency is de vrije val van de Oekraïense economie dé reden waarom Joden nu willen vertrekken. Zolang de crisis aanhoudt in een land waar volgens opperrabbijn Jacobs ‘Joden altijd de schuld krijgen’ begint men bang te worden voor een heropleving van antisemitisme. “Jongeren met wie ik sprak hebben de beslissing genomen om weg te gaan vanwege zorgen over de crisis, de opkomst van antisemitisme, de corruptie en de oorlog,” vertelt hij. Van Oordt verwoordt het nog iets sterker: “Dit land is eigenlijk een Joodse begraafplaats. Ik denk niet dat het een toekomst voor haar Joden biedt.”

‘Jongeren hebben de beslissing genomen om weg te gaan vanwege de crisis, opkomst van antisemitisme, corruptie en oorlog’

Leiders van de lokale gemeenschap zijn het hier hartstochtelijk mee oneens. Tijdens bijeenkomsten met Oekraïense rabbijnen werd Jacobs gevraagd om hun oproep van februari te ondersteunen. Daarin riepen zij Nederlandse kiezers op om het referendum over het Oekraïense associatieverdrag van 6 april te steunen. (‘Oekraïne heeft een van de laagste niveaus van antisemitisme in Europa,’ schreven zij in de tweede paragraaf). Zij verzekeren Nederlanders dat het associatieverdrag niet het begin is van een Oekraiense toetreding tot de EU.
Toch wordt het wel zo opgevat door zowel voor- als tegenstanders van het verdrag. Joodse woordvoerders stellen dat Oekraïne de kans moet krijgen om deel uit te maken van de EU. Maar off the record geven zij toe dat het land nog een lange weg te gaan heeft voordat zij daar deel van kan uitmaken.

Geen monument
In de plaats Babi Yar, even buiten Kiev, vermoordden nazi’s en lokale collaborateurs in 1941 33.000 Joden. Nu staat er een middelgrote menora, het enige monument dat deze genocide herdenkt. Het is de afgelopen twee jaar maar liefst zes keer gevandaliseerd en draagt nog steeds de sporen van het laatste incident; poging tot brandstichting. De rustplaats van deze mensen ligt er onafgeschermd en ongemarkeerd bij en wordt betreden door joggers, voetballertjes en straathonden.
Oekraïense presidenten, onder wie de huidige president Petro Porosjenko, bezoeken het monument tegenwoordig jaarlijks. Volgens Jacobs een ‘uiting van toenemende bereidheid om de genocide die in hun land plaatsvond te accepteren en te herdenken’. Maar de afwezigheid van een echt monument laat een probleem zien, zegt hij. Dat geldt ook voor de verwaarlozing van talloze Joodse massagraven op het platteland. “En dat vind ik niet passend bij het Europese denkbeeld en onze traditie van herdenking,” aldus Jacobs.
In het opvanghuis zegt Michael Semenko tegen zijn dochter dat ze spoedig zullen vertrekken. Naar Israël. Het houten trappenhuis in het gebouw is een van haar favoriete speelplaatsen geworden: “Als ons nieuwe huis maar een houten trappenhuis heeft.”

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*