Obsceen

Van alle dwaze uitingen tegen het ‘boerkaverbod’ spande er een de kroon: vanwege aandachttrekkerij met leugens. Het gebeurde op de Haagse Koekamp, tijdens de demonstratie tegen de wet Gedeeltelijk Verbod Gezichtsbedekkende Kleding. Een harde vrouwenstem sprak tot de menigte vanachter de zwarte doek die ze over haar gelaat wenste te dragen (‘met passie’, verzekerde ze haar gehoor). Ze zei: ‘De geschiedenis herhaalt zich. We staan hier om duidelijk te maken dat we niet zullen accepteren terug in de tijd gegooid te worden. Hebben we dan niets geleerd van 75 jaar geleden?’

Eventjes dacht ik dat mij een historisch evenement uit de jaren veertig rond het verbod van islamistische uitdossingen was ontgaan. Was er toentertijd soms in een islamitisch land een seculiere despoot die de vrouwenbedekking verbood en zo drastisch handhaafde dat een herhaling onwenselijk zou zijn? Rekenen dus. De Witte Revolutie waarmee Mohammad Reza zijn Iran verwesterde en een ongekende vrouwenemancipatie bevorderde, dateert van 1963. Atatürk schafte het kalifaat al in 1924 af om de seculiere Turkse republiek te stichten: 95 jaar geleden. In Egypte introduceerde Nasser in 1956 zijn militante ‘staatsfeminisme’ dat een einde moest maken aan het bedekken en weghouden van vrouwen uit het openbare leven. Dat scheelt twaalf jaar met de periode waar de gesluierde brulboei in Den Haag naar verwees.

Veel liet ze er overigens niet over los. Haar volgende zin begon met ‘Los daarvan …’ en zo schoof ze het historische verwijt rap opzij om over haar eigen boerkabesognes te beginnen. Het zelfverklaarde slachtoffer wilde het vooral over zichzelf hebben. Het ging uiteraard om 1944. Om de even onvermijdelijke als ongepaste vergelijking met de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. In de ogen van dit dwaallicht staat een wet die gezichtsbedekking op bepaalde plekken verbiedt, gelijk aan de Holocaust. Die gelijktrekking is obsceen, maar niet verbazingwekkend. Want minachting voor historische feiten lijkt alomtegenwoordig vandaag de dag. Zowel ter linker- als ter rechterzijde wordt onwetendheid gekoesterd; de kortsluiting in intolerante breinen is immens. Vaak gaat dit gepaard met kwaadaardigheid, waar altijd weer een microfoon voor te vinden is.

Vervorming van de geschiedenis

De vraag is niet meer welke gedachtenkronkels tot zulke idiote vergelijkingen leiden. De vraag is waarom zulke uitingen geaccepteerd worden door zich progressief noemende vrijheidsdemonstranten. Tijdens deze rare speech gebeurde er niks. De aanwezigen gaven geen kik. Je hoorde niet het boegeroep dat in televisiestudio’s en in debatzalen weerklinkt wanneer iemand het aandurft de inhumane islamistische leefregels en vrouwendiscriminatie vanuit zulk radicalisme fascistoïde te noemen. Dat wordt dan afgestraft met afkeurend gejoel, de spreker wordt prompt gedoodverfd als opruier.

Maar van de moslims die in Nederland de maximaal mogelijke vrijheid (van religie) genieten en alsnog roepen dat ze het even erg hebben als Joden in het Derde Rijk, wordt die verwijzing naar fascisme ervaren als verfrissende multiculturele wijsheid. Zulke praatjes zijn natuurlijk manna voor heethoofdige wereldverbeteraars of identiteitsfanaten: de vervorming van de geschiedenis naar de grillige behoeftes van het inclusiedenken. Er zijn geen historische feiten meer, het collectieve geheugen van de ‘witte man’ moet dimmen.

Elk individu bouwt de geschiedenis op die bij zijn identiteit past. Uitventers van een niet bestaand slachtofferschap zullen altijd beweren dat ze hetzelfde meemaken als slachtoffers van genocide: je oogst er maximaal schuldgevoel mee, je maakt elk weerwoord verdacht, je krijgt het laatste woord. Zo vervalt het immer noodzakelijke waken voor de herhaling van gruwelijke gebeurtenissen tot een sneue koketterie met de meest zwarte bladzijden van de moderne geschiedenis.

Wat die nikaabdraagster op de Koekamp verdiende, was een intelligent weerwoord. Iemand had haar microfoon moeten overnemen voor een correctie op de idiotie die ze ventileerde. De vrijheid van meningsuiting die ons allen zo dierbaar is, geldt ook voor de man of vrouw die zo moedig zou zijn geweest om ter plekke de onware oorlogsvergelijkingen door een godsdienstwaanzinnige te corrigeren. Maar zulke Zivilcourage vind je kennelijk niet tussen de zelfverklaarde verdedigers van vrijheid en democratie op een boerkademonstratie.

Nausicaa Marbe

8 Reacties

  1. Zorg er voortaan voor dat er een welbespraakt iemand naar deze achterlijke bijeenkomsten gaat, met een microfoon op dezelfde golflengte of kanaal. Die zo’n wartaal sprekende pop, van een deskundig weerwoord bedient.

    • Het is daarbij de kunst om dat deskundig weerwoord dan zo onder woorden te brengen dat de mensen eromheen het kunnen bevatten. Helemaal mooi als ook degene, die de stuitende vergelijking staat uit te kramen, gaat beseffen waar zij de plank misslaat. Het probleem is dat als je op zo’n plek met ‘verhit publiek’ een dergelijke boodschap uitdraagt terwijl je bij hen geen gezag hebt, dat ze dan gewoon heel iets anders horen dan wat je zegt, hoe je het ook zegt.

  2. Wat een voortreffelijk geschreven, uitmuntend gedacht stuk! Sta me toe mijn bewondering een tikje pompeus te formuleren: het is van een intellectuele noblesse waar we dringend behoefte aan hebben.

  3. In haar column in NIW 42 beschrijft Nausicaa Marbe de Haagse demonstratie tegen het z.g. Boerka-verbod. Een geschied vervalsende toespraak van een fel uithalende Niqab-draagster, die de beperkingen vergeleek met Nazipraktijken uit WOII, kreeg aldaar geen enkel weerwoord, noch enig boe-geroep.
    Minachting voor historische feiten, koesteren van onwetendheid noemt zij o.a. als redenen, waardoor geen man/vrouw vandaag de dag dergelijke godsdienstwaanzinnigen durft te corrigeren, of op hun plek te zetten.
    Mag ik daaraan toevoegen, dat ook valse hoon vanuit eigen kamp, mensen stilhoudt?
    Mijn broer Michael staat –als individu- wèl elke week op de Dam, om dat tegengeluid te laten horen.
    Tijdens de Auschwitz herdenking (januari 2018) stond hij op, om de hypocrisie van de woorden ‘Nooit meer…’ bij monde van de Amsterdamse Burgemeester en de Minister-President aan de kaak te stellen, hierbij roepend ‘loze woorden, u praat voor de bühne!’
    Zelfs door delen van de eigen Joodse gemeenschap wordt hij tot op de dag van vandaag bijna verketterd, om zijn moedige gedrag.
    Door dezelfde randfiguren, die Nausicaa beschrijft, wordt hij regelmatig bespuugd, uitgescholden en zelfs lijfelijk aangevallen. De keren, dat hij als ‘ordeverstoorder’ door de politie van de onheilsplek (meestal bij het Nationaal Monument op de Dam) wordt verwijderd, ja zelfs gearresteerd, zijn inmiddels niet meer telbaar.
    Het is dan wel lekker makkelijk, om van ‘gemiste Zivilcourage’ te spreken, zolang we deze moedige ‘correctoren’ van walgelijke -vrijwel dagelijks in het centrum van Amsterdam verkondigde- oorlogsvergelijkingen, ook in eigen kamp steun ontzeggen, ja zelfs tegenwerken!

  4. 75 jaar geleden, op 1 maart 1944, sprak de groot-moefti van Jeruzalem, Amin al-Hoesseini, die niet alleen uit sympathie maar ook voor een vet salaris voor de nazi’s werkte als propagandist, als oprichter van het uit Arabische studenten en Noord Afrikaanse immigranten gevormde “Arabisches Freiheitskorps”, als oprichter van twee nazi-divisies van Europese moslims en als organisator van o.a. de massamoord op naar schatting meer dan 700.000 Joegoslaven, voor Radio Berlin. In zijn toespraak zei hij het volgende: “Arabieren, sta op als één man en vecht voor uw heilige rechten. Doodt de Joden waar u hen vindt. Dit behaagt Allah, de geschiedenis en de Islam. Dit redt uw eer. Allah is met u”.
    Natuurlijk willen noch achter boerka’s verscholen figuren, noch achter boerka’s verscholen moslims onder geen voorwaarde worden teruggeworpen naar die tijd van 75 jaar geleden, toen het al duidelijk begon te worden dat de roman tussen Duitse en Arabische fascisten door het instorten van het Derde Rijk op niets uit zou lopen. Dankzij de dorst naar Arabische olie is er na afloop van WO2 niemand van de hartstochtelijke islamitische vrienden van de nazi’s ter verantwoording geroepen, zelfs de Palestijnse leider en massamoordenaar al-Hoesseini, om wiens uitlevering door Joegoslavië gevraagd was niet. Ver van de Europese pers en politiek wordt de herinnering aan de arabisch-nazistische roman echter nog steeds levend gehouden: Met populaire nieuwe vertalingen van “Mein Kampf”, met glimmende nazi-helmen in Cairo, met nazigroeten tijdens parades in Beiroet, met swastika’s in Gaza, met meer dan levensgrote portretten van al-Hoesseini in Ramallah en met luid geroep om de Joden uit te roeien vrijwel overal in de Arabische wereld.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*