Nu of nooit

Arnold Karskens op reportage in Afghanistan
Arnold Karskens op reportage in Afghanistan
Arnold Karskens op reportage in Afghanistan

Veel zijn het er niet meer, de Nederlandse nazimisdadigers. Wie nog leeft is inmiddels dik in de negentig. Toch probeert conflictverslaggever Arnold Karskens hen met zijn Stichting Onderzoek Oorlogsmisdaden te vinden en voor het gerecht te krijgen. “Als we nu niet handelen, heeft het geen zin meer.”

Op hulp van de overheid kan Arnold Karskens niet rekenen, eerder op tegenwerking. Dus wil hij een kort geding aanspannen om aan informatie te komen die hem op het spoor van de laatste Nederlandse oorlogsmisdadigers kan zetten.

NIW: Meer dan 70 jaar na dato betrekt het onderzoek zich op personen die dik in de 90 zijn. Is het nog wel rechtvaardig hen op te sporen en te vervolgen?
Karskens: “Het feit dat zij oud worden, maakt het niet onrechtvaardig hen alsnog te pakken. Hun slachtoffers is dat nooit gegund. Ik geloof in een ultieme rechtvaardigheid.”

Maar dit waren niet de topfiguren van het naziregime in Nederland, het zijn relatief kleine vissen.
“Om te beginnen zijn zij zo oud dat ze nooit meer lang kunnen zitten. Kijk, zo’n Reinhold Hanning [de dit jaar tot vijf jaar cel veroordeelde Auschwitz-bewaker, BPS] heeft oprecht zijn excuses aangeboden, dat vind ik een heel mooi gebaar. Maar anderen staan nog helemaal achter de denkbeelden waar zij toen voor vochten, denk niet dat zij allemaal spijt hebben. Al zitten ze maar één dag in de gevangenis, dan nog ben je het verplicht aan de slachtoffers ze op te sporen, te vervolgen, te straffen. Oorlogsmisdadigers mogen nooit het idee krijgen ‘als ik in Nederland iets fout heb gedaan en ik ben tachtig, dan laten ze mij met rust.’ Ook al zal je hen nooit achter de tralies krijgen, de straf is dat zij altijd bang zullen blijven voor die klop op de deur. Als je ermee bezig blijft, liggen ze er nog weleens van wakker. En dat is een straf, hoor, daarom alleen al zou je het moeten doen.”

Je spreekt vaak over je verzetsfamilie, over de dood van je oom – is het ook een persoonlijke zaak?
“Zeker, ook daarom steek ik er zoveel energie in. Mijn oom was verzetsstrijder en werd gepakt. Hij was ‘Todeskandidat’ en is als vergelding na een andere verzetsactie geëxecuteerd. Nu zijn generatie is uitgestorven, moeten wij de fakkel overnemen.”

Privacyredenen
Heeft in jouw ogen de Nederlandse staat na de oorlog de zaak laten lopen?
“Natuurlijk. Het vervolgingsbeleid stelde geen fluit voor. Van de 130.000 foute Nederlanders zaten er tien jaar na de oorlog minder dan vierhonderd vast. De politieke partijen hadden daarbij enorm boter op hun hoofd, vandaar dat zij nu niet om een onderzoek zitten te springen. Maar op 4 mei staan zij wel op de Dam te dringen voor een goed plaatsje bij de Dodenherdenking. Nee, de koninklijke familie ook niet, Juliana weigerde verschillende malen doodvonnissen te tekenen. Na de oorlog woonden gevluchte en zelfs uit de gevangenis ontsnapte Nederlandse oorlogsmisdadigers net over de grens in Duitsland. Ongestoord! Ik vind dat dit het failliet van onze rechtsstaat laat zien. Nederland had met de vuist op tafel moeten slaan, maar ja, er waren economische belangen. En lafheid, ook desinteresse. Maar ik geloof dat je pas met het verleden in het reine kunt komen als je ermee hebt afgerekend.”

‘Ik geloof dat je pas met het verleden in het reine kunt komen als je ermee hebt afgerekend’

Er lijkt in dat opzicht sindsdien weinig veranderd.
“Ik probeer al jaren via het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toegang te krijgen tot de archieven van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging [CABR]. Dat wordt mij geweigerd om privacyredenen. Ik heb contact met Johan Klunder, de officier van justitie belast met onderzoek naar oorlogsmisdaden in de Tweede Wereldoorlog, maar die doet dus helemaal niets. Hij treedt alleen nog maar op als ik een zaak bij hem in de schoot leg. Dat wil ik best doen, maar zonder toegang tot het archief kan dat niet.”

Dus Justitie heeft toegang tot de archieven, maar doet niets zolang geen zaken worden aangereikt en jij kunt geen zaken aanreiken omdat je het archief niet in komt?
“Precies. Het is een vicieuze cirkel. Nu heeft advocate Carry Knoops-Hamburger een lijst oorlogsmisdadigers met een verzoek aan het Nationaal Archief ter inzage gestuurd. Zij zijn allemaal geboren na 1920, dus er bestaat goede kans dat zij nog leven. Wij doen dit met steun van Efraim Zuroff, directeur van het Simon Wiesenthal-centrum in Jeruzalem. Ons verzoek is afgewezen, net als het bezwaar tegen die afwijzing. Dus willen we nu een kort geding tegen de Staat aanspannen om het archief van de CABR in te mogen. Ik heb namen, ik heb processen-verbaal waarin weer andere namen worden genoemd van bewakers van wie ik nog nooit had gehoord. Ik heb maar een paar weken nodig om te kijken wie nog leeft. Maar de privacy van oorlogsmisdadigers wordt beter bewaakt dan wat dan ook. Vandaar ons kort geding, maar daar is geld voor nodig. Ik moet het hebben van de dubbeltjes en kwartjes van de mensen die mij steunen. We kunnen een bodemprocedure aanspannen, maar dat duurt
jaren, en de urgentie is duidelijk, gezien de leeftijd van de daders. En we willen de zaak nu op scherp zetten. Dat kost tien-, vijftienduizend euro, dus zoek ik naar mensen die het belang zien, die zeggen: ‘dit is een principiële zaak die wij willen ondersteunen’, ook financieel dus.”

Jurisprudentie
Vóór de Demjanjuk-zaak was het moeilijk om tot een veroordeling van kampbewakers te komen zonder dat hun individuele schuld werd aangetoond. Nu is dat makkelijker, is dat een impuls voor jou en de stichting geweest?
“Jazeker, als die jurisprudentie niet had bestaan was ik machteloos geweest. Ik probeer steeds de link te leggen met de huidige tijd. Kijk naar die gasten van de Islamitische Staat. Zij zeggen: ‘ik gaf alleen maar hulp, heb zelf geen misdaden gepleegd’. Maar je houdt wel de machine gaande. Je kunt je niet vrijpleiten met: ‘ik stond achter het prikkeldraad, ik had er niets mee te maken’. Nee, iedereen heeft zijn persoonlijke verantwoordelijkheid en dat kun je nu juist zo goed verduidelijken met voorbeelden uit die tijd. Ik heb als oorlogsverslaggever heel veel ellende gezien, veel met nabestaanden van slachtoffers gesproken. Die geef je een bepaalde rust.”

‘Het gevoel geen voldoening, geen gerechtigheid te hebben gekregen, is wat zo’n pijn doet’

“Het gevoel geen voldoening, geen gerechtigheid te hebben gekregen, is wat zo’n pijn doet. Zoals de twee zussen van een van de slachtoffers van Klaas Carel Faber [de in 2012 overleden Nederlandse SS’er die tientallen verzetsstrijders vermoordde, na de oorlog uit de Koepelgevangenis in Breda ontsnapte, naar Duitsland vluchtte, en – ondanks pogingen (onder andere door Arnold Karskens zelf) hem opnieuw te berechten – daarna nooit meer heeft vastgezeten, BPS] die gewoon nooit hebben geweten wat er precies met hun broer is gebeurd.”

Je onderzoek heeft betrekking op de Tweede Wereldoorlog, zie jij echt parallellen met de huidige tijd?
“IS’ers mogen nooit het idee krijgen dat ze straffeloos hun gang kunnen gaan, kunnen straks niet denken: ‘hé, ik zit in Nederland en ben nu zestig, ik word nooit meer vervolgd’. Zij moeten weten: al word je honderd, ze sluiten je nog op. Als zij terugkomen en er is nu geen bewijs tegen hen, maar dat wordt later gevonden, dan moeten zij de angst hebben dat zij alsnog vervolgd worden. Het is een principiële zaak de zwaarste misdadigers in een samenleving nooit het gevoel te geven dat zij ermee weg kunnen komen. Wat dat betreft is IS net de SS.”
Meer informatie: www.onderzoekoorlogsmisdaden.nl

2 Comments

  1. Opjagen tot de laatste minuut van hun leven, dat verdienen ze. Ook belangrijk als signaal voor de oorlogsmisdadigers van nu. Geen seconde rust voor dat schorum!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*