Nieuwe stem van Joods Duitsland

Vorige week verscheen het eerste nummer van een Duitse Engelstalige krant die de wereld wil informeren over de herrijzenis van het Joodse leven in Duitsland. Een gesprek met de hoofdredacteur. We willen het verhaal vertellen van het Duitse jodendom, niet alleen over de geschiedenis maar vooral over de toekomst. Dat is een indrukwekkend verhaal dat niet alleen in Duitsland maar aan de hele wereld verteld moet worden,” zegt de 64-jarige hoofdredacteur Rafael Seligmann, een prominente Duitse auteur en journalist. „We willen de wereld laten weten dat er leven is na de Holocaust; Hitler is niet degene die het laatste woord heeft in de Duits-Joodse geschiedenis,” zegt Seligmann, die een carrière achter de rug heeft bij onder andere Die Welt, Bilt en The Atlantic, en een hoge stapel boeken op zijn naam heeft staan.

De Engelstalige krant, de Jewish Voice from Germany, zal vier keer per jaar uitkomen en de website krijgt eens per week een update. De eerste oplage bedraagt 30.000. Alle parlementsleden in Duitsland hebben het blad ontvangen. Ongeveer 14.000 exemplaren zijn naar de Verenigde Staten en Canada gestuurd, waaronder naar de leden van het Amerikaanse Congres en het Britse parlement, daarnaast ook naar opinieleiders over de hele wereld op het terrein van de economie, politiek, media, wetenschap en kunst, en globaal opererende Joodse organisaties. „We willen met deze krant een brug slaan tussen tussen Joden en niet-Joden en tussen Duitsland en de rest van de wereld. Onze krant vertelt over de 1700 jaar lange geschiedenis die Joden en Duitsland met elkaar delen. Voordat Hitler aan de macht kwam, woonden er ongeveer 500.000 Joden in Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog waren er nog ongeveer 30.000 over, vertelt Seligmann, die zelf als tienjarige met zijn ouders naar Duitsland emigreerde vanuit Israël.

Na de oorlog

„Toen in 1983 mijn eerste boek uitkwam was dat de eerste roman over Joods hedendaags leven na de oorlog. Er was hier helemaal niets. In een boekwinkel vroeg ik naar hedendaagse Joodse literatuur en de man achter de toonbank moest heel lang nadenken en zoeken. Uiteindelijk kwam hij met het Dagboek van Anne Frank. Zoiets bedenk je niet. Het is echt waar,” zegt Seligmann. „De Joden die na de oorlog terugkeerden naar het oude naziland waren bang voor de reacties van niet-Joden. Er was een kleine intelligentsia, maar die was bang voor één vraag: als je niet van ons houdt, waarom ben je dan teruggekomen? Joden besloten daarom hun mond maar te houden.” Tot 1990 was in Duitsland sprake van en Joodse gemeenschap die ‘stervend’ was, aldus Seligmann. „Er waren nog ongeveer 25.000 Joden. Het sterftecijfer was zeven keer hoger dan het geboortecijfer. De vraag was niet óf maar wanneer de laatste Jood het licht uit zou doen.” Na de val van de muur in 1989 besloot de Duitse regering de grenzen te openen voor Joden uit de voormalige Sovjet-Unie, waardoor Duitsland de snelst groeiende Joodse gemeenschap ter wereld kreeg. Tegenwoordig wonen er ongeveer 200.000 Joden in Duitsland, waaronder 20.000 Israëli’s. Ruim 100.000 Joden zijn aangesloten bij een gemeente. „De eerste generatie Russische Joden sprak slecht Duits en vond lastig aansluiting bij de Duitse samenleving. De tweede generatie doet het fantastisch. Een groot deel van hen is arts, wetenschapper of zakenman. Ze hebben zichzelf binnen één generatie omhooggewerkt, een ongekende prestatie,” zegt Seligmann. „Er zijn weer Joodse schrijvers, natuurlijk niet van het niveau van voor de oorlog, maar het komt weer op gang. De Sovjet-instroom is simpelweg een nieuw hoofdstuk in de Duits- Joodse geschiedenis, die bestaat uit een lange opeenvolging van migratiestromen, en daar schrijven we over in onze krant.”

Opinie

Seligmann financiert de krant uit eigen zak en heeft verder inkomsten uit advertenties en abonnementen. Een los nummer kost drie euro. „Er zit geen cent overheidsgeld in. Grote bedrijven willen graag adverteren, niet omdat ze ons zo aardig vinden, maar omdat ze er geld mee kunnen verdienen.” De krant telt tien medewerkers, onder wie gerenommeerde journalisten, zowel Joods als niet-Joods. „Ze beslaan een breed politiek spectrum, van links tot rechts.” Veel artikelen hebben een sterk opiniërend karakter. Zo bepleit Heribert Prantl, van de gematigd linkse Süddeutsche Zeitung, een verbod van de de extreem-rechtse partij NPD. Zelf roept Seligmann Israël in een artikel op om een Palestijnse staat te erkennen. Verder zijn er verhalen over de nucleaire ambities van Iran, de eurocrisis, de instroom van Israëli’s naar Duitsland, over een bagelwinkel in Berlijn en over de pijnlijke verhouding van Duitse Joden tot rotaryclubs. „We hadden verwacht dat we wisselende reacties zouden krijgen op de krant van een nog steeds sceptisch internationaal publiek, maar de feedback was overweldigend positief, zelfs vanuit Israël. Op de dag van verschijning kregen we tweehonderd e-mails en de volgende dag weer tweehonderd. Wereldwijd zijn er inmiddels tientallen artikelen over de krant verschenen, maar vooral in Duitsland zelf wordt ons initiatief met grote warmte tegemoetgetreden. We zijn primetime op televisie geweest. Ik heb het gevoel dat Duitsland via ons een nieuw stuk Joodse geschiedenis omarmt.”

Erfgoed

Seligmann benadrukt dat hij tegelijkertijd niet de pijn over het vrijwel verdwenen vooroorlogse Joodse Duitsland uit het oog verliest. „Dan heb ik het niet alleen over de rol die Joden speelden in de Duitse literatuur en kunst, maar bijvoorbeeld ook over het feit dat voordat Hitler aan de macht kwam de helft van de Duitse bankeigenaren Joods was. In Berlijn zijn zoveel plekken die herinneren aan dat enorme vooroorlogse Joodse leven. De Joodse geschiedenis is hier alom tegenwoordig.” Ook een groot deel van Seligmanns moeders Duitse familie werd vermoord tijdens de Shoa, vertelthij. „We treuren allemaal over wat er is gebeurd, maar we moeten in het heden leven en ons erfgoed doorgeven aan volgende generaties, met de boodschap dat het jodendom intact is. We moeten benadrukken wat we allemaal hebben bereikt, niet alleen in Israël en de Verenigde Staten, maar ook in Europa, met Duitsland als hart daarvan.”