Nieuwe Oudeboekenprofesor

emile-schrijverSinds 1 augustus heeft de Universiteit van Amsterdam een bijzonder hoogleraar Geschiedenis van het Joodse boek: Emile Schrijver.

Emile Schrijver was al vanaf 2003 conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana, een van de grootste collecties van Joodse boeken in Europa, onderdeel van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam. Sinds 1 augustus combineert hij die baan met het bijzonder hoogleraarschap Geschiedenis van het Joodse boek. Schrijver begint het gesprek met uit te leggen wat het verschil is tussen een ‘gewoon’ en een bijzonder hoogleraarschap. Dat laatste wordt ingesteld door een externe rechtspersoon, voor een vakgebied dat anders niet tot zijn recht zou komen. In dit geval is dat, via het Amsterdams Universiteitsfonds, de René und Susanne Braginsky-Stiftung uit Zürich. In 2011 maakte Schrijver van de collectie Hebreeuwse handschriften van René Braginsky een tentoonstelling. „Die tentoonstelling ging de wereld over, en ik ging steeds meer lezingen in binnen- en buitenland geven. De universiteit wilde de Amsterdamse studie van het Joodse boek een stevigere positie geven en vroeg aan Braginsky of hij dit met zijn stichting wilde financieren. Hij stemde ermee in.” De instelling van de leerstoel is een bevestiging van de positie van Amsterdam, dat met collecties als de Bibliotheca Rosenthaliana en Ets Haim en zijn geschiedenis als Europees centrum van boekproductie in de 17e en 18e eeuw, een belangrijke plek inneemt bij de studie van Joodse geschiedenis en cultuur.

Kennis 

Schrijver studeerde Hebreeuws in Amsterdam in de vroege jaren 80. In Leiden zag hij zijn eerste oude Joodse boek en raakte gefascineerd. Hij werd onder de hoede genomen door Adri Offenberg, de toenmalige conservator van de Rosenthaliana. ‘Eindelijk iemand die het ook leuk vond.’ Vanaf toen hield hij zich bijna alleen nog maar bezig met Joodse boeken. Hij schreef zijn doctoraalscriptie over geïllustreerde manuscripten uit de Rosenthaliana en promoveerde op het beschrijven van Hebreeuwse manuscripten. Zijn loopbaan maakte hem eigenlijk een van de zeer weinige geschikte kandidaten voor de functie, wat niet wil zeggen dat hij niet netjes de weg moest gaan van iedere aanstaande hoogleraar. „Dit is de enige leerstoel met dit onderwerp in de wereld. Wat mij het meest interesseert is welke rol boeken gespeeld hebben bij de overdracht van Joodse kenniscentrum van boekproductie in de 17e en 18e eeuw, een belangrijke plek inneemt bij de studie van Joodse geschiedenis en cultuur. Kennis Schrijver studeerde Hebreeuws in Amsterdam in de vroege jaren 80. In Leiden zag hij zijn eerste oude Joodse boek en raakte gefascineerd. Hij werd onder de hoede genomen door Adri Offenberg, de toenmalige conservator van de Rosenthaliana. ‘Eindelijk iemand die het ook leuk vond.’ Vanaf toen hield hij zich bijna alleen nog maar bezig met Joodse boeken. Hij schreef zijn doctoraalscriptie over geïllustreerde manuscripten uit de Rosenthaliana en promoveerde op het beschrijven van Hebreeuwse manuscripten. Zijn loopbaan maakte hem eigenlijk een van de zeer weinige geschikte kandidaten voor de functie, wat niet wil zeggen dat hij niet netjes de weg moest gaan van iedere aanstaande hoogleraar. „Dit is de enige leerstoel met dit onderwerp in de wereld. Wat mij het meest interesseert is welke rol boeken gespeeld hebben bij de overdracht van Joodse kennis en traditie. Een generalistische benadering. Dat deze leerstoel zo generalistisch is, over duizend jaar boekgeschiedenis gaat, maakt hem ook bijzonder.”

Toeval 

Dat Schrijver Hebreeuws ging studeren noemt hij geen toeval. „Het lag meer voor de hand dan Japans,” maar hij noemt zichzelf uitdrukkelijk niet religieus. „Ik behoor tot de kleine categorie vader-Joden die daar niet gefrustreerd over is. Ik ben zoon van een geassimileerde, maar zeer Joodse vader, die ver van de religie afstond, en ben zelf helemaal niet praktiserend.” Dat weerhoudt hem er niet van om actief te zijn bij allerlei instellingen zoals Crescas, waar hij bestuurs- voorzitter is. „Ik bewaar afstand, maar ik houd me wel met het jodendom bezig. Ik zit bij wijze van spreken dagelijks met mijn neus in middeleeuwse gebedenboeken, dat geldt voor de meeste praktiserende Joden niet. De tragiek van de vader-Jood, die door Joden als niet-Jood wordt gezien en door niet-Joden als Jood, dat zie ik niet als tragiek, maar als feit. Ik heb intensieve contacten in bijvoorbeeld Duitsland en Oostenrijk, waar religie wat meer op afstand staat. Daar word ik vaak aangesproken als Jood en in Amerika juist niet. Ik doe mijn werk en ik word door mijn collega’s serieus genomen. Mijn identiteit speelt daar geen rol in.” De belangrijkste concrete verandering voor Schrijver zal erin zitten dat hij weer college gaat geven. „Ik ga college geven bij Boekwetenschap en bij Hebreeuws. Dat vind ik fijn, dat ik dat weer mag doen. Ik heb dertig jaar de gelegenheid gehad om me hierin te verdiepen. Ik vind het bijzonder om dat door te kunnen geven aan mensen die die gelegenheid niet hebben. Daar word ik gelukkig van.

 

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*