Netanyahu: ‘Wij verdedigen Europa’

DENK-Kamerlid Tunahan Kuzu (l) weigert Benjamin Netanyahu (r) de hand te schudden
DENK-Kamerlid Tunahan Kuzu (l) weigert Benjamin Netanyahu (r) de hand te schudden
DENK-Kamerlid Tunahan Kuzu (l) weigert Benjamin Netanyahu (r) de hand te schudden

Tijdens zijn bezoek aan Nederland ging Benjamin Netanyahu het gesprek aan met de Nederlandse pers. In Den Haag sprak hij anderhalf uur over het vredesproces, de strijd tegen de militante islam en de fiets van Wim Kok.

Door Esther Voet en Bart Schut

“Ik wil dat u mij lastige vragen stelt,” begint Netanyahu glimlachend, “Anders wieg ik jullie in slaap met mijn antwoorden. Dit moet een open discussie worden, geen pingpong. Er zijn geen taboes, vraag mij vooral ook over de nederzettingen.” In een conferentiezaal van het chique Hotel des Indes staat de premier dertien Nederlandse journalisten te woord. Iedereen is gekomen: Volkskrant, Telegraaf,
NRC, NOS, Buitenhof en natuurlijk het NIW.
Intussen is de eerste rel tijdens Netanyahu’s bezoek aan ons land al geboren: DENK-kamerlid Tunahan Kuzu weigert in de Tweede Kamer hem de hand te schudden, en als Netanyahu hem de hand reikt, wijst hij naar een badge op zijn blazer: de Palestijnse vlag. “Ik dacht dat dit om religieuze redenen was,” reageert Netanyahu verbaasd. Of eigenlijk was dit de tweede rel, eerder had oud-premier Van Agt de Israëlische premier al ‘een oorlogsmisdadiger’ genoemd (zie Varia p. 8).
De premier valt met de deur in huis: “Er wordt keer op keer en klakkeloos herhaald, ook in het Westen, dat het Israëlisch-Palestijnse conflict de kern van alle problemen in het Midden-Oosten vormt.” En, met nadruk: “Dit is niet zo.” De ‘militante islam’ is volgens Netanyahu het grote gevaar waaraan de Arabische wereld, het Westen én Israël zich blootgesteld zien. “De vonken springen ervan af, van Australië tot Californië. Israël staat steeds meer schouder aan schouder met de Arabische staten tegenover het sjiitische islamisme van Hezbollah en Iran en het soennitische extremisme van Al-Qaida en Daesh, zoals de premier de Islamitische Staat noemt.

Iraanse steigers
Zelfs de houding in Saoedi-Arabië ten opzichte van de Joden verandert, vertelt Netanyahu, en hij geeft daarbij een aantal recente voorbeelden van bloggers in het koninkrijk die oproepen de relatie met Israël te herzien. Toch zit hier een tegenstrijdigheid in Netanyahu’s woorden, juist de Saoedi’s zijn de geestelijke vaders van het gewelddadige salafisme van Al-Qaida en IS. De regeringen in Ryad en Doha, Qatar, steunen verschillende militant-islamitische bewegingen in het Midden-Oosten en daarbuiten, maar Netanyahu weigert hen te veroordelen, zoals hij dat wél doet met de ayatollahs in Teheran: “Als je de Iraanse steigers weghaalt, storten Hamas en Hezbollah ineen.”

‘De grote strijd is die tussen moderniteit en Middeleeuwen. Duistere krachten willen ons terug een duistere tijd intrekken’

“De grote strijd is die tussen moderniteit en Middeleeuwen. Duistere krachten willen ons terug een duistere tijd intrekken,” zegt Netanyahu, “Maar zij hebben niet meer te bieden dan wanhoop, ongeluk en dood. Daarom zullen zij uiteindelijk verliezen, daarvan ben ik overtuigd.” Hierin ligt volgens de premier de kans voor betere betrekkingen met Israëls buurlanden. Volgens Netanyahu zien de Arabieren steeds meer in dat het conflict met de Palestijnen geen centrale rol speelt in het Midden-Oosten: “Is dat van belang in Syrië nu? Of in Irak?” Ook vertelt hij hoe de banden tussen Israël en veel Arabische landen steeds beter worden, in tegenstelling tot die met West-Europa. Tot voor kort had Israël diplomatieke betrekkingen met 80 landen, dat zijn er inmiddels 160. De banden met India en Rusland zijn sterk verbeterd, Afrika komt met stip binnen en ook een aantal landen in Zuid-Amerika zijn inmiddels blauwgekleurd op de kaart van vriendschapsbanden met de Joodse staat, die Netanyahu toont.

Obstakel
De gezamenlijke strijd tegen terrorisme is een van de drie pijlers waarop Netanyahu’s hoop is gevestigd. Een ander is technologie, al hangen deze twee factoren vaak met elkaar samen. De Israëlische terreuraanpak leunt immers sterk op datatechnologie (data-mining), die Jeruzalem meer dan bereid is te delen met partners, ook in West-Europa. “Wij zijn er de afgelopen maanden in geslaagd het aantal aanvallen enorm omlaag te krijgen. Met onze technologie kunnen wij aanslagen voorspellen en daardoor voorkomen. Dit kan heel belangrijk voor jullie [West-Europa, red.] zijn,” denkt de premier. Om eraan toe te voegen dat dit nu al zo is: “Wij verdedigen Europa.”
Netanyahu veinst ongeloof wanneer zijn nederzettingenbeleid als obstakel voor vrede met de Palestijnen wordt genoemd: “Wij hebben ons teruggetrokken uit Gaza, eenzijdig, de nederzettingen, zelfs de graven hebben wij geruimd. Heeft dat ons vrede opgeleverd? Nee, maar wel 15.000 raketten.” De premier gelooft niet dat nederzettingen, mensen die ergens wonen dus, een obstakel voor vrede kunnen zijn. Hij beschuldigt de Palestijnse leider Mahmoud Abbas ervan Israël niet te willen erkennen als een staat voor het Joodse volk en de Westelijke Jordaanoever etnisch te willen zuiveren: “Stel je eens voor dat ik zou eisen dat er in Israël geen Arabieren mogen wonen… dat is precies wat Abbas doet.”
Het cruciale probleem is volgens Netanyahu dat de Palestijnen geen eigen staat naast, maar in plaats van Israël willen. De permanente weigering Israël als Joodse staat te erkennen, ziet de premier als het grootste obstakel op de weg naar vrede, daarom vindt hij dat de eis van het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen (en vooral van hun afstammelingen) naar Israël van tafel moet. Israël als Joodse staat naast de Westelijke Jordaanoever en Gaza als Palestijnse. Toch lijkt hier een tegenstrijdigheid te zitten: als Palestijnen zich in de toekomst, bij een eventuele vredesregeling niet in Israël mogen vestigen, waarom zouden Joden dat dan wel moeten kunnen in de nederzettingen op de Westbank?

Brug naar vrede
Toch houdt Netanyahu vol dat de nederzettingen niet de kern van het probleem zijn: “Er waren al aanvallen op Joden toen er nog geen nederzettingen waren, zelfs toen er nog niet eens een staat was. De Palestijnen hebben zelf tijdens vredesbesprekingen het aanbod gedaan om een deal te sluiten door middel van land swaps [landruil].”
Als alternatief noemt Netanyahu Baarle-Hertog en Baarle-Nassau, de onontwarbare Belgisch/Nederlandse enclaves. “Ik ben niet de jongste meer, maar ik heb nog nooit zulke veranderingen in de Arabische wereld gezien. Dát is de brug naar vrede. Hoe meer zij ons leren kennen, hoe meer zij zullen zien dat wij die vrede echt willen.”
Netanyahu zegt te hopen op een toekomst waarin de enorme veiligheidsmaatregelen die zijn bezoek – en dit gesprek in Hotel des Indes – met zich meebrengen, tot het verleden zullen horen. De premier herinnert zijn gehoor aan het eerste bezoek dat hij als premier aan ons land bracht in 1997. “Op een gegeven moment kwam er een lange man op een fiets naar mijn beveiliging toe,” vertelt Netanyahu. “Ze wilden hem wegsturen, maar hij riep: ‘Ik ben de gastheer, mijn naam is Wim Kok.’ Ik hoop op een tijd dat ik me ook zo vrij kan bewegen en wens voor Nederland dat die vrijheid in de toekomst niet verloren zal gaan.”

2 Comments

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*